De 17de November: was zij of is zij?

De Griekse terreurorganisatie 17de November is door de politie opgerold. Zegt de politie. Een nieuwe proclamatie wekt twijfels.

,,Kolder'', zo noemde de Griekse minister van Orde Chrysochoïdis de proclamatie van de reeds opgerold gewaande terroristische organisatie `17de November', die woensdag in het Atheense dagblad Eleftherotypía werd afgedrukt. Hij bedoelde daarmee te zeggen, iets wat ook meteen door de politie werd gesuggereerd, dat de tekst onmogelijk uit de gelederen van de `17de November' afkomstig kon zijn. ,,De 17de November zit in Korydallós'', verklaarde de minister ook. Dat is de Atheense gevangenis waar sinds enkele dagen elf van de veertien gearresteerden in speciaal vervaardigde – maar niet ,,witte'' – cellen zijn opgeborgen.

,,Authentiek of niet?'' was de vraag die alle commentatoren bezighield. De rode ster die op de proclamatie staat is een andere dan die van de stempel, dat intussen in beslag is genomen. De gebruikte schrijfmachine is ook nieuw. Vóór alles echter is de taal anders dan die van het taaie neo-marxistische jargon waarin alle vorige proclamaties waren geschreven. Maar de schrijver – of schrijfster, sommigen menen een vrouw aan het werk te zien – zegt het zelf: van nu af aan worden onze proclamaties duidelijker, makkelijker. Men zou ook kunnen zeggen: populistischer. De passage ,,we zijn nog in leven'', bijvoorbeeld, is ontleend aan een populair Grieks liedje.

Dat veroorzaakte meteen al dat de tekst van gisteren in extenso is gelezen, dan wel voorgelezen op de televisie. Opnieuw wordt door sommigen de vraag gesteld of de krant haar wel had mogen afdrukken. De laatste twee personen die zijn vermoord worden opnieuw door het slijk gesleurd. Over de reder Kostas Peratikós die tevoren anderhalf jaar zou zijn gevolgd, had de organisatie allerlei ethisch belastend foto- en videomateriaal achtergelaten in één van haar intussen ontdekte schuilplaatsen, materiaal dat door de politie achterover is gedrukt (de politie ontkent dat). En met de moord op Britse militaire attaché Saunders was er helemaal geen vergissing begaan, zoals in de pers gesuggereerd: hij had wel degelijk ,,duizenden slachtoffers'' onder vrouwen en kinderen gemaakt met ,,zijn'' bombardementen op Joegoslavië (zoveel doden zijn daar niet eens gevallen).

De tekst heeft in passages als deze iets doortraptst, maar probeert elders `menselijk' te zijn. Zo wordt voor het eerst leedwezen betuigd over een aantal onschuldige slachtoffers ('oorlogsslachtoffers'): chauffeurs, politiemannen en vooral de Armeense jongeman Thanos Aksarlian, die per ongeluk omkwam bij een bomaanslag op een oud-minister die het overleefde. ,,Hij was en is de schaduw die ons zal volgen tot we hem weer ontmoeten. Hij was het grootste ongeluk in de geschiedenis van onze Organisatie en het zwaarste gericht op onze zielen.''

Dit alles leest lekker weg en het is de vraag of men van `kolder' mag spreken, ervan afgezien of de tekst van binnenuit de organisatie is geschreven dan wel door iemand van buiten die nieuwe beroering wil wekken. Vlak voor de publicatie was de politie gekomen met aanwijzingen dat de mislukte bomaanslag van 29 juni het begin had moeten zijn van een lange reeks nieuwe spectaculaire activiteiten, die bij de nadering van de Olympische Spelen van 2004 vooral Pyraeus en Thessaloniki hadden moeten opschrikken. De kans dat dit alsnog gebeurt lijkt klein – de organisatie is haar wapenarsenaal kwijt – maar de proclamatie met passages als ,,de 17de November was niet, zij is'' bevordert toch niet de onbezorgdheid. Natuurlijk ontbreekt het niet aan parallellen met Italië. Er heerst ook iets van de twijfel van vlak na Bin Laden.

Weliswaar heeft de organisatie haar activiteiten volgens deze tekst nu `opgeschort', maar zij zal het verloop van het proces afwachten alvorens eventueel tot nieuwe over te gaan. Daaronder kan ook vallen het nemen van gijzelaars – de rechters? – om deze uit te wisselen met gevangen `kameraden', of `leden van onze familie', zoals ook wordt geformuleerd.

Het vreemde is dat de belangstelling van het publiek voor de oprolling nu al een maand zo groot is – de televisie komt nauwelijks aan ander nieuws toe – dat de arrestanten een zekere mate van populariteit hebben bereikt, die ze anoniem al die voorgaande jaren niet hadden. Het opgaan in hun persoonlijke antecedenten heeft de voorrang boven afschuw van de gangsterachtige moorden die ze hebben begaan.

Dit geldt ook voor Dimitris Koufodínas, de 45-jarige imker en scherpschutter die nog op de vlucht is en de schrijver zou kunnen zijn van de proclamatie, al heeft hij zich tevoren nooit als zodanig bekwaamd. Hij was erbij toen de 40-jarige ikonenschilder Sávvas Xirós in Pyraeus bloedend neerstortte toen zijn bom te vroeg afging. Hij vluchtte naar één van de schuilplaatsen, nam daarvandaan een enorme hoeveelheid geld mee benevens handgranaten en een 45 kaliber revolver, één van de historisch beladen wapens van de organisatie.

Als desperado werkt hij sterk op de fantasie van de Grieken. Maar dat doet ook de priesterszoon Xirós, die bij verreweg de meeste aanslagen aanwezig is geweest, maar over wie de Grieken nu voornamelijk te horen krijgen of zijn gezichtsvermogen kan worden gered, en hoe het met zijn rechterhand gaat waar twee vingers af zijn en waarin een gevaarlijke schimmelinfectie is opgetreden. Medische bulletins vullen hele pagina's in de kranten.