Argentinië heeft griep, Uruguay niest

De schaduw van de Argentijnse crisis strekt zich steeds verder uit over Latijns Amerika. Vannacht plunderden Uruguayanen winkels. Uit Washington komen gemengde signalen. Kan het IMF een epidemie voorkomen?

Een duidelijker bewijs van `besmetting' kan niet worden geleverd. De beelden van plunderende Uruguayanen vannacht in de hoofdstad Montevideo leken een herhaling van de opnamen van soortgelijke ongeregeldheden die zich ruim een half jaar geleden in Argentijnse steden afspeelden. Het grote buurland zakt steeds verder weg in het economische moeras; nu is ook het aan de overzijde van de Río de la Plata gelegen Uruguay volop in de greep van de `Tango-crisis'.

De directe verantwoordelijkheid van de Argentijnen voor het onheil bij hun buren valt niet te ontkennen. Argentijnen hebben sinds de bevriezing eind vorig jaar van de banktegoeden in hun eigen land massaal geld onttrokken aan hun rekeningen elders. Uruguay, drie kwartier met de snelboot vanaf de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires, is de bestemming bij voorkeur voor het wegzetten van Argentijns spaargeld.

Cijfers van het Argentijnse statistische bureau INDEC, zoals gisteren aangehaald in het dagblad Clarín, geven een indicatie van de omvang van het probleem. Eind vorig jaar hadden Argentijnen voor 29 miljard dollar aan spaartegoeden op rekeningen in het buitenland. Bijna eenzelfde bedrag wordt in Argentinië in contante dollars onder de matras of in kluisjes bewaard. Het lijdt geen twijfel dat dit cijfer sinds eind vorig jaar verder is toegenomen, mede door kasopnames van Argentijnse rekeninghouders bij banken in Montevideo.

De rellen van vannacht tonen verder aan, dat Uruguayanen, evenmin als Argentijnen, nog veel vertrouwen hebben in de overheid. De plunderingen waren een rechtstreeks gevolg van het regeringsbesluit de banken in elk geval tot maandag dicht te houden. Daarmee hoopte men een run op de banken te voorkomen en tijd te winnen voor het nemen van aanvullende maatregelen. Die blijken een kopie van die in Argentinië: vannacht besloot de regering van president Jorge Batlle ook in Uruguay de banktegoeden gedeeltelijk te bevriezen.

Intussen trachten het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Amerikaanse regering – beide mikpunt van veel onlustgevoelens in Latijns Amerika – aan te tonen dat Uruguay nog steeds het enige geval van `besmetting' door Argentinië is. In de woorden van de Amerikaanse minister van Financiën Paul O'Neill is Uruguay – altijd recht in de economische leer – een ,,onschuldig slachtoffer' van de Argentijnse crisis en verdient daarom alle steun. Het IMF zal Uruguay nu mogelijk versneld 1,5 miljard dollar ter beschikking stellen.

Ofschoon ook de situatie in Brazilië, Venezuela, Ecuador, Chili en Mexico zorgen baart, liggen daar andere factoren ten grondslag aan de economische problemen, zo luidt de visie in Washington. Beleggers zien dat anders. Het vertrouwen in Latijns Amerika is verdwenen en de lokale markten zijn daarvan de weerslag. Als contrapunt steeg de Braziliaanse real gisteren bijna 10 procent ten opzichte van de dollar, nadat minister O'Neill bekend had gemaakt toch voorstander te zijn van hulp aan Brazilië. De Amerikaanse bewindsman wordt begin volgende week in de regio verwacht voor bezoeken aan de meest getroffen drie landen: Uruguay, Argentinië en Brazilië. Daar mag hij een hoop uitleggen; zondag nog wees O'Neill hulp aan Latijns Amerika af omdat het geld `toch maar naar Zwitserse rekeningen verdwijnt'.

Aangezien de oorzaak van de crisis overduidelijk in Argentinië ligt, zal ook de oplossing daar vandaan moeten komen. Al maanden verschillen het fonds en Argentinië van mening over de manier waarop dat zou moeten. Buenos Aires wil meer leningen, net als in het verleden. Het IMF wil eerst Argentijnse bezuinigingen en weigert zolang extra geld, in tegenstelling tot het verleden. De nieuwe hardheid van het IMF wordt goed verwoord door de Nederlandse bewindvoerder Onno de Beaufort Wijnholds, zoals vandaag geciteerd in de Financial Times met het oer-Hollandse gezegde ,,zachte heelmeesters maken stinkende wonden'. Maar een epidemie ligt op de loer.