Van den Hoogenband verdringt zijn kopzorgen

Pieter van den Hoogenband (24) schudde gisteren de irritatie van zich af en won bij de EK in Berlijn in een opnieuw superieure tijd de 100 meter vrije slag. ,,Winnen blijft het beste voorbeeld.''

Hoe bijzonder is een zoveelste gouden medaille voor Pieter van den Hoogenband? Enigszins beschroomd moest zelfs zijn trainer, succescoach Jacco Verhaeren, erkennen dat hij gisteren de neiging had de schouders op te halen na de opnieuw magistrale race van zijn pupil in de finale van de 100 meter vrije slag. ,,We zijn de laatste jaren zo verwend dat je nauwelijks nog opkijkt van een topprestatie meer of minder.''

En dus was het gisteren onbewust weer even of Verhaeren als beginnend coach van MZ&PC; in Maastricht langs de badrand stond en ,,een of ander Limburgs record begroette''. Dat was het niet, en trekkend aan zijn sigaret drong langzaam maar zeker het besef door dat zijn pupil zichzelf opnieuw had overtroffen. ,,Met een voor het eerst sinds `Sydney' weer evenwichtige race, één die bovendien grenst aan wat in mijn ogen de perfecte race is.''

Die voltrok zich op op de derde dag van de EK langebaanzwemmen in Berlijn, op het koningsnummer (100 meter vrije slag) en ging gepaard met een andermaal sublieme tijd: 47,86. Daarmee bleef Van den Hoogenband slechts tweehonderdste verwijderd van het wereldrecord, dat de inmiddels 24-jarige Brabander twee jaar geleden in de halve finales van het olympisch toernooi in Sydney op 47,84 bracht.

Tweede werd Alexander Popov, het sprintfenomeen uit Rusland dat jarenlang `de 100' domineerde, maar nooit de 48-secondengrens bedwong. Gisteren wierp hij op voorhand de handdoek en spande hij zich nog slechts in voor de strijd om het zilver. ,,Het is een voorrecht om door Pieter van den Hoogenband verslagen te worden'', sprak de ondoorgrondelijke Rus naderhand met veel gevoel voor ironie.

Met zijn zege schudde Van den Hoogenband de irritatie van zich af die hem de afgelopen weken lelijk in de weg zat, nu de gewenste en volgens direct betrokkenen noodzakelijke doorstart van het Nederlandse topzwemmen uitblijft. ,,Ik proef verzadiging'', erkende hij. ,,Zo van: het is wel goed zo jongens, weer een toernooitje, weer een paar ereplaatsjes, daar liggen we niet wakker van. Terwijl we in werkelijkheid aan het inkakken zijn, op twee jaar van de Spelen in Athene.''

Daarmee schetste Van den Hoogenband het duivelse dilemma van het Nederlandse zwemmen: op het eerste gezicht verloopt alles naar wens, met drie min of meer gelijkwaardige profprojecten, nagenoeg optimale trainingsfaciliteiten en twee wereldsterren (Van den Hoogenband en de in Berlijn afwezige De Bruijn). Maar achter de schermen woekert de betonrot. Kennis en daadkracht zijn voorbehouden aan een handjevol enthousiastelingen, een voorbeeldige topsportmentaliteit is een zeldzaamheid.

Van den Hoogenband zou zijn ergernis wel van de daken willen schreeuwen, maar beseft dat hij zijn energie beter kan gebruiken. Gisteren troostte de snelste zwemmer op aarde zich met de gedachte dat ,,winnen uiteindelijk toch het beste voorbeeld blijft''. Vraag is alleen of dat voorbeeld niet te hoog is gegrepen voor een generatie die weliswaar over aantoonbare talenten beschikt, maar bij wie de `heilige wil' (te) vaak te wensen over laat.

Dat ondervond Van den Hoogenband dit voorjaar bij de NK in Amersfoort, waar hij zich in een speeltuin waande, omdat de lust om buiten een balletje te trappen groter was dan de wil om hard door het water te razen. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk, zo vroeg Van den Hoogenband zich vertwijfeld af. In een land nota bene dat zichzelf na de succesvolle Spelen in Sydney (vijf gouden, één zilveren en twee bronzen medailles) vol trots uitriep tot `zwemnatie'.

In een land ook waar de bestuurders ,,in polonaise'' door de stad liepen, trots als de Eindhovense regenten waren op hun succesvolle stadgenoot. Nee, dat nieuwe topsportbad ter vervanging van de zwaar verouderde `klotsbak' zou er beslist komen, geen twijfel mogelijk. Bijna twee jaar later moet de eerste spade nog altijd de grond in.

Begin bij Van den Hoogenband daarom niet over politici die vastbesloten beweren te zijn om de Europese titelstrijd in 2006 naar Eindhoven te halen. ,,Ahh, mensen met ambities, daar hou ik van!'', grimaste hij gisteren met dodelijk cynisme, toen het eerder die dag geuite voornemen van staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp (Sport) ter sprake kwam. `Eerst zien, dan geloven', luidt tegenwoordig zijn credo.

Getergd was hij gisteren toch al, na de zeperd van maandag toen een van top tot teen verzuurde Ewout Holst het individuele belang liet prevaleren, en kort na zijn halve-finalerace op de 50 vlinder afgepeigerd te water stortte als startzwemmer van de zo bleek al na een halve baan kansloze estafetteploeg op de 4x100 vrij. Zelfs een ontketende Van den Hoogenband (tijd met vliegende start 47,12) kon de schade in de slotmeters niet meer repareren.

Inwendig kookte de kopman van woede over het stuitende gebrek aan besluiteloosheid, al hield hij zich nadien op de vlakte. Maar goed: achteraf bezien had hij natuurlijk net zo goed wel kunnen deelnemen aan de 400 meter vrije slag.

Natuurlijk spookte ook `Japan' nog door zijn hoofd, het WK-toernooi waar hij vorig jaar tot vier keer toe genoegen moest nemen met een tweede plaats. Het was te verklaren, ,,dat tasje vol zilverwerk'' zoals hij zijn buit zelf noemde: de naweeën van `Sydney', de vele huldigingen en festiviteiten met (te) weinig trainingsuren als logisch gevolg. Maar leuk? Nee, leuk was anders, erkende Van den Hoogenband. Want of hij nu wilde of niet: in Fukuoka was hij, minder dan een jaar na zijn goldrush in Australië, alweer ontmaskerd, en dat deed pijn.

Veelzeggend was dinsdag het commentaar van Verhaeren na de verlossende 47,97 van zijn pupil in de halve finales van de 100 vrij: ,,Pieter heeft vandaag laten zien dat die 47,84 uit Sydney geen toevalstreffer was.'' Zelf sprak Van den Hoogenband een dag later van ,,een flinke opluchting'', en ook dat was veelbetekenend. Want Pieter van den Hoogenband zwemt niet alleen voor zichzelf, hij zwemt ook voor het land dat maar geen zwemnatie wil worden.