`Strijders Al-Qaeda niet in VS berecht'

Een federale rechtbank in de Verenigde Staten heeft besloten dat vermeende Al-Qaeda strijders die gevangen zitten op de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay op Cuba niet in aanmerking komen voor een proces in de VS.

De advocaten van twee Britten, een Australiër en elf Koeweiti beargumenteerden dat de gevangenen op Amerikaans grondgebied werden vastgehouden, en dus voor een Amerikaanse federale rechtbank berecht zouden moeten worden. De mannen worden sinds eind vorig jaar op de Amerikaanse basis gevangen gehouden. Op de basis zitten in totaal 564 mensen vast, afkomstig uit zeker 38 landen. Ze zijn opgepakt tijdens de Amerikaanse aanval in Afghanistan.

Rechter Colleen Kollar-Kotelly zei echter geen jurisdictie te hebben over Guantánamo Bay, dat feitelijk Cubaans is. De VS huurt de basis al sinds 1903 van Cuba. ,,De rechtbank concludeert dat de militaire basis buiten het soevereine grondgebied van de VS ligt'', aldus de rechter, eraan toevoegend dat zij geen bevelschrift tot de voorleiding van een arrestant kon afgeven als het ging om vreemdelingen die buiten de VS worden vastgehouden.

De advocaten van de Britten Shafiq Rasul en Asif Iqbal, en de Australiër David Hicks vinden tevens dat hun cliënten het recht hebben te weten waarom ze gevangen zitten – de mannen zijn nog niet aangeklaagd – en het recht hebben hun advocaten te zien. ,,In plaats van onschuldig tot het tegendeel is bewezen, zijn de 11-september-gevangenen als het ware schuldig bevonden aan terrorisme tot hun onschuld is bewezen'', zei advocaat Steven Watt van de burgerrechtenorganisatie Center for Constitutional Rights (CCR) twee weken geleden desgevraagd.

De VS beschouwen de mannen als ,,illegale strijders'', wat betekent dat ze geen krijgsgevangenen of gewone burgers zijn en daardoor niet onder de Geneefse Conventies (1949) vallen. Kollar-Kotelly zei in haar uitspraak wel dat de gevangenen onder rechten hebben onder internationaal geldende wetgeving. Amerikaanse en buitenlandse diplomaten moeten onderhandelen over welke recht geldt, aldus de rechter.

Ze twijfelde aan het pleidooi van het CCR dat de Australiër en de twee Britten voor vreedzame redenen in Afghanistan waren.

De advocaten zullen in hoger beroep gaan. Het CCR noemde in een verklaring de uitspraak gisteren ,,misleidend''. ,,Als de VS geen jurisdictie over de basis heeft, dan zou Cuba dat hebben, en dat is duidelijk ook niet het geval'', aldus de CCR.

Ook de advocaat van de Koeweiti heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan. Volgens Thomas B. Wilner waren de elf in Afghanistan om er als vrijwilliger moskeeën op te zetten. De uitspraak is een steun voor het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat zegt dat de gevangenis op Guantánamo Bay noodzakelijk is in de oorlog tegen het terrorisme. De verhoren van de gevangenen zouden volgens het ministerie tot de arrestatie van een handvol terroristen hebben geleid.