`Onderzoekers zijn niet onschendbaar'

Onderzoekers die werken voor een parlementaire enquêtecommissie kunnen zich niet verschuilen achter de parlementaire onschendbaarheid. Dat heeft de Hoge Raad onlangs in een uitspraak bepaald.

De Hoge Raad deed, naar nu bekend is geworden, eind juni uitspraak in een geschil tussen oud-advocaat F. Salomonson en H. van de Bunt, oud-directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Salomonson eiste schadevergoeding en smartegeld van Van de Bunt, omdat deze in het rapport-Van Traa over de IRT-affaire had geschreven dat hij drugsgeld had witgewassen.

In zijn verweer deed Van de Bunt een beroep op de parlementaire onschendbaarheid, aangezien hij zijn onderzoek deed in opdracht van een parlementaire onderzoekscommissie.

Van de Bunt deed zijn uitspraak over Salomonson in een bijlage van het IRT-rapport, waarin hij onder meer schrijft over betrokkenheid van advocaten bij het witwassen van drugsgeld. Als voorbeeld noemde hij het bedrijfje Text Lite, dat vele miljoenen van drugsbaron Klaas Bruinsma zou hebben witgewassen. Salomonson was destijds commissaris van het bedrijfje.

Hoewel Van de Bunt Text Lite omschreef als `geval 25' en Salomonson als `een advocaat', wist onder andere de Telegraaf al snel een verband te leggen tussen de twee, omdat de zaak rond Text Lite in een andere bijlage wel met naam werd genoemd.

Naar de vermeende witwaspraktijken is nooit strafrechtelijk onderzoek ingesteld. Salomonson ontkent dat hem iets te verwijten valt. Volgens de ex-advocaat heeft hij zijn praktijk moeten beëindigen wegens de negatieve publiciteit. De rechtbank van Arnhem oordeelde al eerder dat Van de Bunt te weinig bewijs voor zijn bewering had aangedragen en dat hij niet genoeg had gedaan om de identiteit van Salomonson te beschermen. De rechtbank veroordeelde Van de Bunt tot het betalen van 150.000 gulden.

Het gerechtshof in Arnhem maakte hier in hoger beroep 75.000 gulden van. Van de Bunt was tegen deze uitspraak in cassatie gegaan, onder meer op grond van de parlementaire onschendbaarheid. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze niet van toepassing is. Het geschil is terugverwezen naar de rechtbank in Den Bosch.

Volgens Gerard Schuijt, hoogleraar media- en publicatierecht in Amsterdam en Leiden, heeft de uitspraak van de Hoge Raad geen grote gevolgen voor de onafhankelijkheid van onderzoekers, ook als die werken in opdracht van het parlement.

,,De Hoge Raad heeft al eerder laten merken dat ze de parlementaire onschendbaarheid zeer nauw interpeteert'', aldus Schuijt. ,,Onderzoekers, in welke hoedanigheid dan ook, moeten bij publicatie zorgvuldig te werk gaan. Een journalist is ook niet parlementair onschendbaar.''