Lokaal bellen kan goedkoper

Bellers kunnen voortaan 50 tot 100 euro per jaar besparen op lokale telefoongesprekken, aldus Opta, de toezichthouder op de telecommarkt. Vanaf vandaag is concurrentie mogelijk op het lokale telefoonnetwerk, dat voorheen door KPN werd gedomineerd. Prijsvechters als Tele2 en Onetel, die zich tot nu toe vooral op de markt voor internationale gesprekken begaven, kunnen vanaf vandaag lokale tarieven aanbieden die onder die van KPN liggen. Ongeveer 60 procent van alle binnenlandse telefoongesprekken is lokaal.

Tot vandaag betaalde een beller in piekuren (acht uur 's ochtends tot zeven uur 's avonds) 2,8 cent per minuut voor een lokaal gesprek. Vanaf nu kan dat al voor 2,4 cent. De tarieven worden gepubliceerd op een website van Opta (www.optanieuws.nl).

Wie van een andere aanbieder dan KPN gebruik wil maken, moet zich laten registreren. De klant krijgt meerdere rekeningen thuis gestuurd, in ieder geval één van KPN voor de telefoonaansluiting en daarnaast rekeningen van de andere aanbieders voor de gesprekken.

De prijsvechters die op de lokale markt gaan concurreren, maken gebruik van het netwerk van KPN, een uniek netwerk met vertakkingen naar alle huishoudens van Nederland. Zij kopen grote hoeveelheden belminuten in bij KPN en betalen daarom een lagere prijs. Hierdoor kunnen zij lagere tarieven aanbieden. Op het lokale net was lang geen concurrentie, omdat het verschil tussen wat prijsvechters aan KPN moesten betalen en wat zij hun klanten konden vragen, te klein was. Dat is volgens Opta nu veranderd.

Goedkoop bellen: pagina 11