Goedkoper bellen is lijdensweg

Vanaf vandaag is er volop concurrentie op het lokale telefoonnetwerk. Daardoor worden lokale gesprekken goedkoper. Maar de consument die een lagere rekening wil moet wel de moeite nemen zich door een oerwoud aan tarieven heen te werken.

Bellen mag dan goedkoper worden, het wordt allesbehalve eenvoudiger. Door de komst van prijsvechters zoals Tele2, die hun diensten vanaf vandaag ook aanbieden voor lokale telefoongesprekken, dreigen consumenten te worden bedolven onder de mogelijkheden. Een lagere telefoonrekening is alleen weggelegd voor de beller die zich een weg weet te hakken door het oerwoud aan telefoontarieven.

Die overvloed aan keuzemogelijkheden schrikt veel consumenten vooralsnog af. Slechts 20 procent van de Nederlanders met een vaste telefoonaansluiting maakt op dit moment gebruik van carrier-selectie, de mogelijkheid om een ander telecombedrijf dan KPN te kiezen. ,,Mensen vinden het nog te ingewikkeld'', zegt Jens Arnbak, voorzitter van Opta, de toezichthouder op de telecommarkt.

De Opta-voorzitter denkt dat het vrijgeven van de lokale telefoonmarkt, zoals vanochtend gebeurde, een belangrijke stimulans zal zijn om goedkoper te gaan bellen. Het binnenlandse telefoonverkeer bestaat voor 60 procent uit lokale gesprekken. Opta, dat werd opgericht om concurrentie in de telecommarkt aan te wakkeren, is een campagne begonnen om het goedkoper bellen onder de aandacht te brengen en heeft een website geopend met de verschillende tarieven (www.optanieuws.nl).

Prijsvechters zoals Tele2 en Onetel maken gebruik van hetzelfde netwerk als KPN, een uniek netwerk dat uitmondt in alle Nederlandse huiskamers. Zij kopen in grote hoeveelheden belminuten van KPN en betalen daarom een lagere prijs. Doordat zij kleinere marges in rekening brengen, kunnen zij lagere tarieven aanbieden.

De verschillende aanbieders rekenen verschillende tarieven voor piekuren, daluren en gesprekken tijdens de nacht of in het weekend. Ook de starttarieven van een gesprek verschillen per bedrijf. Welke aanbieder het voordeligst is, hangt dus af van je `belprofiel'.

Zo is de aanbieder Triple S in de piekuren per minuut een tiende cent goedkoper dan concurrent Tele2, maar het starttarief per gesprek ligt twee cent hoger. Wie korte gesprekken voert is dus alsnog goedkoper uit bij Tele2.

Voor internationale, interregionale en vast-mobiel gesprekken liggen de tariefverhoudingen weer anders. Op internationaal vlak is het zelfs zo dat de ene aanbieder goedkoper is voor een gesprek met het ene land, terwijl de concurrent voor een ander land goedkoper is.

Vanaf vandaag wordt de consument in staat gesteld om zijn aanbieders helemaal naar eigen keuze in te richten. KPN heeft een nummer geopend waar de consument internationale, interregionale, vast-mobiele en lokale gesprekken automatisch via verschillende aanbieders kan laten verlopen (0800-1273).

Prijsvechters konden tot nog toe geen concurrentie bieden op de lokale markt, omdat KPN te hoge prijzen rekende voor grootschalig ingekochte belminuten. Die waren nagenoeg gelijk aan de tarieven die KPN aan de consument rekende. Concurrenten hielden daardoor geen marge over. Onder druk van Opta rekent KPN vanaf vandaag een lagere prijs voor de belminuten die prijsvechters grootschalig inkopen. Opta volgt daarmee de regelgeving uit Brussel.

In ruil voor de prijsverlaging van ingekochte belminuten heeft KPN bij Opta bedongen dat het de tarieven die het aan de consument doorberekent mag verhogen. De startkosten van een lokaal gesprek stegen vorige maand van 3,5 cent naar 4,1 cent. Voorheen waren de tarieven van KPN aan strengere beperkingen gebonden.

De noodzaak voor KPN om mee te doen aan de op handen zijnde prijzenslag is niet erg groot. Voorlopig vindt 80 procent van de bellers de drempel om een ander bedrijf dan KPN te gebruiken te hoog. Bovendien verdient KPN ook aan de belminuten die het aan prijsvechters verkoopt.