CDA, D66: moord mag niet verjaren

Een onopgeloste moord moet altijd tot vervolging en veroordeling van verdachten kunnen leiden en van verjaring mag daarbij nooit sprake zijn. Dat vinden de Tweede-Kamerleden Boris Dittrich (D66) en Theo Rietkerk (CDA). Zij hebben gisteren een initiatiefwetsvoorstel tegen verjaring van moord en doodslag voor een beoordeling naar de Raad van State gestuurd. Ze willen het daarna bij de Tweede Kamer indienen.

Voor moord geldt nu een verjaringstermijn van achttien jaar, voor doodslag een termijn van vijftien jaar. De twee Kamerleden vinden dit ,,principieel onjuist''. Zij vinden dat iemand die een ander van het leven berooft niet aan justitiële vervolging mag ontsnappen uitsluitend omdat de zaak verjaard is. De initiatiefnemers verwijzen naar nieuwe opsporingstechnieken, zoals onderzoek naar DNA-sporen, waarmee na lange tijd nog bewijs kan worden geleverd. ,,Bovendien blijkt dat, wanneer een dader na vele jaren alsnog kan worden opgespoord, de maatschappelijke verontwaardiging groot kan zijn'', aldus Dittrich en Rietkerk in hun voorstel. Volgens hen ,,vergeet de samenleving niet zo snel''.

Op het ministerie van Justitie wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel waarin de verjaringstermijn niet wordt afgeschaft, maar opgerekt. Dit wetsvoorstel, dat wordt gemaakt op initiatief van de vorige minister van Justitie, Benk Korthals (VVD), wordt vermoedelijk in september in de ministerraad besproken. Hierin wordt de verjaringstermijn opgerekt naar dertig jaar voor delicten waar een levenslange gevangenisstraf op staat en twintig jaar voor delicten die bestraft kunnen worden met tien jaar gevangenis of meer. In bijzondere gevallen is zelfs een verdubbeling van de verjaringstermijn mogelijk tot respectievelijk zestig en veertig jaar. Dat kan bijvoorbeeld wanneer kort voor het verlopen van de verjaringstermijn nieuwe feiten bekend worden die heropening van het onderzoek rechtvaardigen.

Een woordvoerder van Justitie spreekt zijn verbazing uit over het initiatief van Dittrich en Rietkerk omdat al aan de Tweede Kamer is gemeld dat er een voorstel komt voor verlenging van verjaringstermijnen. Dittrich en Rietkerk voeren als argument aan dat in de meeste andere West-Europese landen geen verjaringstermijn voor moord geldt. Ze willen de verjaringstermijn ook afschaffen voor mishandeling, vrijheidsberoving en gijzeling, als deze de dood tot gevolg hebben.