Armoede en verbittering hielpen LPF

Welke onderstromen bepalen de `rechtse' golf? In de voormalige Oostelijke Mijnstreek is de steun voor de Lijst Pim Fortuyn opvallend groot. En dat terwijl je in Kerkrade toch ,,echt op zoek moet naar een allochtoon'.

In de wijk Rolduckerveld in Kerkrade komt de ellende samen. Lage inkomens, anonimiteit, veel mensen met een bijstandsuitkering, gebroken gezinnen. Thijs Wöltgens (PvdA), oud-Kamerlid en voormalig burgemeester van Kerkrade: ,,Het is de rand van de samenleving. Door de langdurige uitzichtloosheid verwachten die mensen niets meer van de politiek en hebben ze ook geen binding meer met de politiek. Die mensen zijn ontkoppeld.'

Rolduckerveld is een van de achterstandswijken in de Oostelijke Mijnstreek, die nu Parkstad Limburg heet. In Parkstad (267.000 inwoners) deed de Lijst Pim Fortuyn het, net als in de regio Rotterdam, zeer goed bij de Kamerverkiezingen. De LPF scoorde in Kerkrade met 23,53 procent zelfs beter dan in Den Haag. Lijsttrekker Fortuyn kreeg in Kerkrade meer stemmen dan CDA'er Balkenende of een van de Limburgse coryfeeën.

Ook in de rest van het stedelijk gebied van oostelijk Zuid-Limburg Heerlen, Brunssum en Landgraaf scoorde de LPF goed. Zeker zo opvallend aan de verkiezingsuitslag is ook de opkomst in deze regio: die was het laagst van het land. In de wijken waar Fortuyn het goed deed, blijft al jaren zowat de helft van de kiezers weg. Daar kon ook Fortuyn geen verandering in brengen. Dat is opmerkelijk, omdat elders in het land de populariteit van Fortuyn juist voor een hogere opkomst zorgde.

Belangrijk issue in de campagne van Fortuyn was het `vreemdelingenvraagstuk'. Maar de grote aanhang van Fortuyn en het tegelijkertijd afhaken van een belangrijk deel van de bevolking heeft andere, diepere oorzaken dan de angst voor buitenlanders of een gevoel van onveiligheid, denkt Wöltgens. Waar in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam tot 30 procent van de bevolking van niet-westerse komaf is, zijn Heerlen, Brunssum en Kerkrade, met 3 tot 6 procent allochtonen, witte steden. Wöltgens: ,,Je moet in Kerkrade echt op zoek naar een allochtoon.' Het stemgedrag lijkt vooral bepaald door de ingrijpende gebeurtenissen in de jaren zeventig, toen de regionale economie stilviel na de sluiting van de steenkoolmijnen.

De grootste aanhang van Fortuyn woont in de arme, witte wijken van de voormalig mijnwerkers. Wöltgens: ,,Daar wonen twee, drie generaties in maatschappelijke achterstand, in de bijstand of in de WAO. Kinderen groeien op in gezinnen waarvan de vader nooit gewerkt heeft; die begrijpen dan ook niet waarom ze 's ochtends om zeven uur op de fiets zouden stappen om naar een baan te gaan.'

De perspectiefloze buurten ontwikkelden hun eigen cultuur, los van de normen en waarden van de burgerlijke cultuur, analyseert Wöltgens. Ze zijn niet meer geabonneerd op een krant en stemmen niet meer. Van de politiek verwachten ze niets, behalve hun uitkering.

De voormalige Oostelijke Mijnstreek onderscheidt zich: in weinig andere regio's is de groep niet-actieven tussen 15 en 64 jaar die van een uitkering of pensioen leeft, zo groot. De regio telt zo'n 30 procent niet-actieven. In wijken als Rolduckerveld loopt dat op tot bijna 50 procent. Het is ook een vergrijsd gebied, één op de drie is ouder dan 55 jaar. En slecht opgeleid en arm. Het besteedbaar inkomen ligt flink onder het landelijk gemiddelde.

De massale sociaal-maatschappelijke achterstand gaat gepaard met politieke desinteresse. Uit een vorig jaar gehouden onderzoek onder burgers in de regio bleek dat in Heerlen 30,6 procent van de inwoners niet geïnteresseerd was in lokale politiek, 54,2 procent zei een `beetje geïnteresseerd' te zijn. In andere steden in de regio was de uitslag weinig anders.

De bewoners vinden dat hun gemeenten niet goed bestuurd worden. Het gemeentebestuur van Heerlen kreeg als rapportcijfer een 5. Brunssum scoorde een 3, Landgraaf een 4,7. Alleen Kerkrade kreeg een nipte voldoende (6,1). Uit het onderzoek bleek ook dat de bewoners vinden dat gemeentebesturen onvoldoende rekening houden met de wensen van de bevolking.

Dieudonné Akkermans, loco-burgemeester (CDA) in Brunssum, ziet de schaalvergroting in zorg, onderwijs en veiligheid als een van de oorzaken voor de verwijdering tussen politiek en burgers. Akkermans: ,,Neem ons ziekenhuis. Dat is sinds de fusie met het ziekenhuis in Heerlen 's avonds dicht. Dan duurt het twintig minuten voor je hulp hebt. Of neem de politie. Vroeger was dat gemeentepolitie, nu wordt het beleid op afstand gemaakt. Nee, schaalvergroting is geen oplossing, het versterkt alleen de verwijdering.'

,,Wat mij in Kerkrade opvalt, is de ondergrondse mentaliteit', zegt Wöltgens. ,,Mensen zijn door mijndirecties en de rooms-katholieke kerk hiërarchisch opgevoed. Dat creëerde een mentale afstand ten opzichte van autoriteiten. Aan de stamtafel zegt men wel wat men denkt, in het openbaar niet. Misschien heeft het ook iets te maken met onze perifere ligging, ver van `Den Haag'. Voelt men zich eigenlijk wel een deel van Nederland? Is men nog geïnteresseerd in wat er in het land gebeurt?' Wöltgens zou graag zien dat daar onderzoek naar gedaan wordt.

Te midden van de ellende bracht Fortuyn hoop. Vóór de verkiezingen bemerkten de Heerlense SP-kandidaten Riet de Wit en Peter van Zutphen bij mensen die ze op straat aanspraken een welhaast blind vertrouwen in de persoon Fortuyn. ,,Dat nam messiaanse proporties aan', aldus Van Zutphen, inmiddels wethouder. Toen Van Zutphen op straat uitlegde wat Fortuyn allemaal van plan was met de WAO en de gezondheidszorg, geloofde men hem niet. Van Zutphen: ,,Inhoudelijk wisten ze niets van Fortuyn, behalve dan dat hij zich afzette tegen de gevestigde politiek. Dat sloeg hier aan.'

Mensen voelen zich in de steek gelaten door de gevestigde politiek, volgens De Wit, nu eveneens wethouder in Heerlen. De oud-mijnwerkers en hun kinderen zagen hoe de politiek geblunderd had na de mijnsluitingen. De sporen van de mijnindustrie werden uitgewist, maar nieuw werk bleef uit.

De Wit: ,,Dat leidde tot een diepgeworteld wantrouwen. Na de oorlog hadden ze dag en nacht gewerkt om Nederland op te bouwen, daarna waren ze afgedankt. Ze moesten vechten voor een pensioen en een uitkering voor de longziekten die ze onder in de mijn hadden opgelopen. In die bitterheid zijn nu al twee generaties opgegroeid.'

Het was in de strijd voor eerherstel voor de ex-mijnwerkers dat de SP veel aanhang verwierf in Heerlen. Mensen stonden in de rij om onze petitie te tekenen, herinnert De Wit zich. De Wit: ,,In deze regio heerst een collectieve verontwaardiging, niet alleen bij de ex-mijnwerkers, maar ook bij hun kinderen en kleinkinderen. Ook die vinden dat de politiek hun vaders en opa's schandalig behandeld heeft.'

Onvrede heerst er ook over de grote overlast van de drugshandel met bijhorende criminaliteit in vooral Heerlen. Volgens recente cijfers stijgt die flink. Maar het wegvagen van de mijngeschiedenis was toch wel de grootste fout, vindt De Wit. Want wie geen respect heeft voor zijn geschiedenis, heeft geen respect voor de mensen die die geschiedenis gemaakt hebben. Dat wreekt zich nu. De Wit: ,,Daarom spreek ik ook liever over Oostelijke Mijnstreek dan over Parkstad Limburg.'

Dit is de zesde aflevering van een serie over de rechtse omslag. Eerdere afleveringen verschenen op 13, 15, 18, 24 en 30 juli en zijn te lezen op www.nrc.nl