`Van Gogh' koopt voor 7 miljoen een Manet

Het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft met hulp van een aantal geldschieters een schilderij aangekocht van de Franse impressionistische schilder Edouard Manet, De pier van Boulogne-sur-mer. Het doek uit 1868 kostte 7 miljoen euro en is daarmee de duurste aankoop die het museum ooit deed. Het schilderij werd vanmorgen in het Van Gogh Museum gepresenteerd door directeur John Leighton, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van sponsors en fondsen die de aankoop mogelijk maakten.

Tegen de zin van het museum werd de aankoop gisteren al bekend omdat CDA-minister Van der Hoeven (OC&W;) het nieuws meldde in een brief aan de Tweede Kamer. Deze brief kwam per ongeluk op de internetsite van het ministerie terecht.

De Sponsorbingoloterij betaalde de helft van het aankoopbedrag. De rest is opgebracht door het museum zelf, de Rabobank, de vereniging Rembrandt, het VSB-fonds, de Mondriaan Stichting en het ministerie van OC&W; (700.000 euro). Het schilderij is afkomstig van een particulier. De kunsthandelaar Giraud-Pissarro-Segelot (New York en Parijs) bood het eerst aan het Van Gogh Museum aan. Als het werk op een veiling was terechtgekomen, was het volgens het museum waarschijnlijk te duur geworden.

Vincent van Gogh was een groot bewonderaar van Manet en De pier van Boulogne-sur-mer, dat 60 bij 73 centimeter meet, vult volgens het Van Gogh Museum een lacune op in Nederland. Alleen het Kröller-Müller Museum en Boijmans Van Beuningen bezitten een vroeg werk van Manet. Diens voorstudie uit 1881 voor Een bar in de Folies-Bergère, die tientallen jaren als bruikleen in het Stedelijk Museum in Amsterdam hing, is in 1994 door de eigenaar, de verzamelaar Gottfried Eissler, op een Londense veiling verkocht voor meer dan zes miljoen euro.

Het schilderij van Manet is vanaf morgen tot eind augustus in het Van Gogh Museum te bezichtigen. Daarna zal een restaurateur het wat geel geworden vernis verwijderen en wordt het doek aan het eind van het jaar definitief in het museum opgehangen.

De aankoop van de Manet past in het beleid van het Van Gogh Museum om de eigen collectie Van Goghs te omringen met andere schilderijen uit de tweede helft van de 19de eeuw. Zo kocht het museum vorig jaar schilderijen van de Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926). Molens in het Westzijderveld bij Zaandam (1871 en Gezicht op de Prins Hendrikkade en de Kromme Waal te Amsterdam (1874) werden gemaakt tijdens twee Nederlandse reizen van de schilder.

Die aankoop (bijna zes miljoen euro), waarvoor het geld was bijeengebracht door zeven bedrijven, was toen de duurste uit de geschiedenis van het museum.