We hebben gezien dat neuken – in de seksuele betekenis – eeuwenlang een min of meer ondergronds bestaan heeft geleid. Het moet algemeen bekend zijn geweest, anders had het die magere jaren nooit overleefd, maar het werd zó plat, zó aanstootgevend bevonden, dat men het lange tijd nauwelijks op papier durfde te gebruiken. Zeker tot halverwege de twintigste eeuw mochten meisjes in sommige kringen zelfs het woord jeuken niet in de mond nemen (moest zijn: krabben), omdat dit te veel klonk als Het Onuitsprekelijke. Waaróm jeuken zo gevaarlijk was, werd er niet bij verteld.
De vraag is wanneer neuken bovengronds is gekomen. Ik vermoedde aan het eind van de jaren zestig. Het kan best zijn dat in die periode van grote maatschappelijke veranderingen de ergste schrik eraf was, maar het lijkt erop dat het voorwerk al was verricht aan het eind van de jaren vijftig. Een mijlpaal in de geschiedenis van het woord neuken werd bereikt in 1959, toen Harry Mulisch het verhaal `Harry en het woord' schreef. `Harry en het woord' gaat over een jonge jongen – zijn leeftijd blijft onvermeld – die niet wil toegeven dat hij niet weet wat neuken betekent als zijn vriendje opschepperig zegt: ,,Ik ga direct neuken.'' De jongen kondigt aan dat hij hetzelfde gaat doen.
Hij loopt de stad in, komt parende honden tegen en een zoenend stelletje, en is zijdelings getuige van een verkrachting, terwijl hij al die tijd loopt te piekeren wat dat woord nou in hemelsnaam kan betekenen. ,,Neuken, neuken, reuken, zeuken, dacht hij, terwijl hij aan de andere kant door een laantje op de volgende straat uitkwam. Als hij maar lang genoeg over het woord nadacht, zou hij er wel achterkomen als het iets betekende. Maar het bestond natuurlijk gewoon niet. Het was natuurlijk zoiets als sinterklaas. Dreuken, leuken, jeuken. Leuk en. Jeuk en.''
De vergeefse zoektocht van het jongetje duurt maar liefst achttien bladzijden lang en het woord neuken valt in dit verhaal waarschijnlijk vaker dan in alle voorgaande literatuur bij elkaar. Nadien zijn er natuurlijk talloze boeken verschenen die tot vervelens toe uitweiden over De Daad, maar het is goed mogelijk dat `Harry en het woord' nog altijd de uitvoerigste literaire verhandeling is over het n-woord. Het verhaal speelt in 1940, Mulisch schreef het in 1959 en hij publiceerde het in 1961 in Voer voor psychologen.
Een tweede mijlpaal werd bereikt in 1964, toen neuken voor het eerst op de planken te horen was. Het was het jaar waarin Jan Cremer al op de eerste druk van Ik Jan Cremer ,,een onverbiddelijke bestseller'' had laten zetten. Het boek deed enorm veel stof opwaaien, en daarbij aanhakend noemde cabaretgroep Lurelei zijn programma: Wij Lurelei, een onverkwikkelijke bestseller. Sylvia de Leur vertolkte het nummer `Kennisje van Jan', dat was geschreven door Guus Vleugel.
,,Ik was de eerste'', aldus De Leur in Paul Bloms De geschiedenis van een cabaret (1995) ,,die in Nederland neuken moest zeggen op het toneel. Néu-kén, heel duidelijk gearticuleerd. Het was het Jan Cremernummer. Ik was het vriendinnetje van Jan en ik moest uit Ik Jan Cremer voorlezen. En dan stonden Guus [Vleugel] en Eric [Herfst] in Zwolle, achterin de zaal op te letten of ik het wel duidelijk uitsprak en of het wel luid genoeg was, want ik had de neiging om het een beetje binnensmonds te zeggen, omdat ik het niet goed durfde voor die volle zaal. En ik dacht: Mijn God, straks zeg ik het veel te hard en dan zegt Guus: `Nee, Syl, dat is nou weer overdreven.'''
Er blijven vragen over. Van wie is bijvoorbeeld de uitspraak ,,Zelfs als ze iets leukers uitvinden dan neuken (of: seks), blijf ik het er toch naast doen''? Dit bon mot is onder meer toegeschreven aan Remco Campert, Simon Vinkenoog, Henri Knap en Oscar Wilde (die is het zéker niet!). Zo zijn er meer kwesties, maar zoals gezegd: nu eerst vakantie.
Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Zie ook WoordHoek op vrijdag op www.nrc.nl