Alle titi's

De Nederlandse primatoloog Marc van Roosmalen woont al zestien jaar in Brazilië. Hij ontdekte er tientallen nieuwe soorten planten en dieren. `Vijfentachtig procent van de Amazone is nog gewoon het ongerepte bos.'

Marc van Roosmalen (55) bracht zes nieuwe apensoorten op naam, waarvan twee net een maand geleden. De bioloog geniet ook internationale bekendheid vanwege zijn natuurbeschermingswerk in het Amazonegebied. Het Amerikaanse blad Time riep hem in 2000 zelfs uit tot `Hero of the planet'. En in een speciaal supplement van het juni-nummer van Neotropical primates presenteert Marc van Roosmalen nu (samen met zijn zoon Tomas en de Amerikaan Russel Mittermeier) nieuwe inzichten in de indeling van het apengeslacht Callicebus. De auteurs bespreken 28 soorten titi-apen, waaronder ook de twee nieuwe. Het zijn de Callicebus bernhardi, vernoemd naar Prins Bernhard en de Callicebus stephennashi, vernoemd naar de Amerikaan Stephen Nash. Nash maakte de aquareltekeningen van de 28 titisoorten in de publicatie.

Maar in Brazilië maakt Van Roosmalen niet alleen maar vrienden. Twee weken geleden hielden ambtenaren van de milieu-instantie IBAMA hem aan in de plaats Barcelos. Hij was in het bezit van vier aapjes en enkele bijzondere orchideeën zonder dat hij de benodigde vergunning kon overleggen. De dieren werden in beslag genomen en Van Roosmalen kreeg een boete van 5.000 real (ruim 1.400 euro). Van Roosmalen is furieus. Want de benodigde vergunning heeft hij al in 1998 aangevraagd, maar hij heeft er niets meer van gehoord, behalve dan een verzoek om extra informatie twee jaar later. Volgens de Braziliaanse wet mag een vergunningaanvraag waarop niet binnen 45 dagen wordt gereageerd als toegekend worden beschouwd.

De beschuldiging van biopiraterij is dus ,,een pure leugen'', zegt Van Roosmalen aan de telefoon – met het geluid van schreeuwende apen op de achtergrond. ,,Ze vinden eigenlijk dat een Braziliaan dit werk zou moeten doen. Ik ben dan wel genaturaliseerd tot Braziliaan, maar voor Brazilianen blijf ik een vreemdeling.'' Hij is niet van plan de boete te betalen. ,,Want dan zou ik schuld bekennen. Ik laat het aankomen op een rechtszaak en dan eis ik een schadevergoeding. Bij IBAMA loopt geen bioloog rond. Ze confisqueren de aapjes, maar hebben vervolgens geen opvang voor ze. Dat betekent een zekere dood voor die dieren. Dat vind ik pas een milieumisdaad! Met de schadevergoeding wil ik een asiel opzetten voor deze dieren. Dat zou de beste rectificatie zijn voor de valse beschuldiging aan mijn adres. Dan vul ik met hun geld hun eigen lacune.''

De apen zijn maar één onderdeel van Van Roosmalens onderzoek in de jungle. Tijdens zijn promotieonderzoek naar slingerapen in Suriname raakte de primatoloog ook geïnteresseerd in de vruchten die de dieren aten. Hij schreef vervolgens het standaardwerk over de wilde vruchten van de Guyana's en sinds 1986 werkt hij in Brazilië. Voor het nationale instituut voor Amazone-onderzoek INPA brengt hij er de wilde vruchten in het Amazone-regenwoud in kaart. Zijn vrouw Betty verzorgt de bijbehorende aquareltekeningen. Het biologenpaar woont nu in Manaus: `de hoofdstad van de Amazone', gelegen in het hart van het Amazonegebied. Het aantal inwoners in de voormalige rubberstad is de laatste jaren opgelopen tot twee miljoen. ,,Er vestigen zich steeds meer mensen uit het zuiden van het land'', vertelt Van Roosmalen tevreden. ,,Zij brengen ook wat cultuur mee; eens per week is er nu een klassiek concert. Dat maakt het leven hier een stuk aangenamer. We hebben nu ook een internetaansluiting.'' Manaus is de ideale uitvalsbasis voor expedities. ,,Ik ga er zeker zes keer per jaar op uit, tochten van drie weken of een maand. En eens per jaar onderneem ik met mijn zoon een langere survey, meestal in de maanden juni tot en met augustus.''

Tijdens zijn vele verkenningstochten bracht Van Roosmalen niet alleen veel vruchten, maar óók de verspreiding van de titi-apen (Callicebus) in het Amazonegebied in kaart. Dat mondde uit in een geheel nieuwe taxonomische indeling voor deze apenfamilie, zoals hij uiteenzet in het juni-nummer van Neotropical primates. Van Roosmalen heeft rigoureus alle verschillende titi's tot echte soorten verheven. De ondersoorten die andere onderzoekers voorheen meenden te onderkennen zijn daarmee verdwenen. ,,Ik wil inderdaad af van het ondersoortconcept'', zegt Van Roosmalen. ,,Honderdvijftig jaar na de Amazone-expedities van de Engelse natuurvorser Alfred Russel Wallace ben ik bezig zijn river barrier-hypothese te testen. Volgens Wallace vormen de rivieren in het Amazonegebied net als bergketens fysieke barrières, die apensoorten van elkaar gescheiden houden.'' Wallace beschreef dit in zijn artikel `On the Monkeys of the Amazon', uit 1852.

isolatie

Van Roosmalen: ,,De observatie van Wallace was juist. Voor de titi en de marmoset (beiden apenfamilies van het hoge drooglandbos) werkt het perfect. Deze soorten kunnen niet zwemmen en kunnen dus met geen mogelijkheid de rivier oversteken. Door deze isolatie van verschillende populaties is er geen genenuitwisseling meer en kunnen er aparte soorten ontstaan. Ze zijn al duizenden of honderdduizenden jaren van elkaar gescheiden. Omdat er geen kruising tussen de duidelijk te onderscheiden populaties plaatsvindt, ook niet op het punt waar een scheidingsrivier ontspringt en ze bij elkaar kunnen komen, moeten we ze aparte soorten noemen.''

Marcs oudste zoon Tomas is moleculair bioloog en volgt een PhD-opleiding aan de Columbia University in New York. Hij helpt zijn vader bij de moleculaire analyse van de verwantschapsrelaties aan de hand van mitochondriaal DNA (mDNA). Via dat DNA kunnen relatief gemakkelijk evolutionaire stambomen van de dieren opgesteld worden.

Van Roosmalen: ,,Tomas heeft het mitochondriaal DNA van een paar soorten titi's geanalyseerd en die bleken duidelijk verschillend, in overeenstemming met onze stelling dat het allemaal aparte soorten zijn. Alle 28 beschreven soorten analyseren voor deze publicatie zou te veel tijd hebben gevergd, maar we zijn het nog wel van plan. Levende dieren hebben we hiervoor niet nodig; we verzamelen nu ook mDNA uit poep. In een beetje poep zit genoeg mDNA uit de darmwand voor een betrouwbare analyse.''

Los van hun enorme lange afhangende staart zijn de titi's ongeveer zo groot als een huiskat. Volgens Van Roosmalen zijn ze te onderscheiden in twee groepen. Enerzijds zijn er de torquatus, aapjes met een witte kraag die alleen in hooglandbos voorkomen waar geen menselijke verstoring is. Ze leven in gezinsverband; een echtpaar met hun jongen van verschillende leeftijden. De band tussen het mannetje en het vrouwtje blijft levenslang voorbestaan. De dieren leven voornamelijk van vruchten. Soms eten ze wat bladeren en een enkel insect. De andere groep, de moloch, kenmerkt zich door rode baarden (en soms een rode `pruik'). Zij komen vooral voor in secundair bos, bos dat gekapt is geweest en weer opnieuw is opgeschoten. Ook komen ze voor in bosranden, waar veel bessen, insecten en slingerplanten met eetbare bladeren voorhanden zijn.

,,De moloch zijn veel minder bedreigd dan de torquatus'', zegt de bioloog. ,,De moloch doen het altijd goed. Bij pas aangelegde plantages zie je vaak ware bevolkingsexplosies van deze apen. Wel zijn ze ontzettend moeilijk te zien, want ze houden zich schuil in de dichte onderbegroeiing van het bos. Je hoort ze wel roepen, vooral 's morgens als de paartjes hun karakteristieke duet calls ten beste geven.''

De geografische verdeling van titi-soorten die Van Roosmalen ontdekte is geheel in overeenstemming met de hypothese van Wallace: telkens één soort binnen een gebied dat wordt begrensd door twee zijrivieren. ,,De rivieren treden ook regelmatig buiten hun oevers en stromen dan dwars door het bos. Soms staat er wel een 10 tot 30 kilometer brede strook onder water. En dat gedurende acht maanden in het jaar. De Amazone is een enorme zoetwaterarchipel, met heel veel geïsoleerde eilanden. Dáárom heeft het Amazonegebied de hoogste biodiversiteit van de wereld. En daarom is het Zuid-Amerikaanse continent zoveel fascinerender dan bijvoorbeeld Azië of Afrika. Dit is mìjn terrein, waar ik helemaal lyrisch van ben.''

Er valt dan ook nog veel, heel veel te ontdekken, denkt Van Roosmalen. ,,Ik ben de eerste die in de voetsporen treedt van de negentiende-eeuwse ontdekkingsreizigers Carl von Martius, Alfred Russel Wallace en Henry Wallace Bates die tijdens hun inventarisaties langs de Braziliaanse rivieren allerlei nieuwe soorten in Amazonia ontdekten. De rest is honderdvijftig jaar blijven liggen.

,,Het is ouderwets onderzoek, het soortenjagen wat ik doe, maar wel op een luxe manier: met een satelliettelefoon en een laptop aan boord van de motorboot. Op mijn expedities houd ik in eerste instantie interviews met de lokale bevolking om de biodiverstiteit ter plekke in kaart te brengen. Meestal zijn er wel een paar mannen buiten het reservaat geweest en zij verstaan dan voldoende Portugees om te begrijpen wat ik van ze wil. Ik heb nog nooit levende dieren uit het wild gevangen. Ik achterhaal ze altijd aan de hand van de gesprekken met de lokale bevolking.''

De Indiaanse jagers hebben vaak pet monkeys, baby-aapjes waarvan de moeder gedood is en die gevoerd worden tot ze zelf groot genoeg zijn om te worden opgegeten. Van Roosmalen probeert ze vaak los te praten van de Indiaanse jagers. ,,Ik heb nog nooit een dier gekocht. Af en toe heb ik wel eens een aapje geruild voor een bevroren kip. Dat maakt de jagers niet uit, of ze nu een kip of een aap in de pan doen.''

onethisch

De jonge dieren neemt Van Roosmalen mee naar zijn huis in de stad Manaus. ,,Zo'n baby'tje, aan zijn lot overgelaten in de vrije natuur, gaat zeker dood. Ik verzorg ze goed totdat ze een natuurlijke dood sterven. Ik vind het onethisch, zelfs voor de wetenschap, om zo'n beestje de nek om te draaien. Ik benader de dieren heel anders dan de Brazilianen. Die snappen dit niet goed.''

Momenteel heef Van Roosmalen ongeveer veertig apen thuis. De tuin staat vol met kooien, waarin hij de dieren van dichtbij kan bestuderen. Een aantal apen loopt gewoon los in de tuin. Maar als ze de keuken van de buren weten te vinden, moeten ze in een kooi.

Van Roosmalens eerste nieuwe apensoort, die hij in 1995 ontdekte, is volgens hem door Braziliaanse biologen van hem gestolen. De Brazilianen beschreven de soort als eerste en zetten hem daarmee op hun naam. Van Roosmalen: ,,Ik ontdekte deze nieuwe soort, een marmoset, in het Saterê Maués Indianenreservaat, midden in de Amazone ten oosten van de Madeira-rivier. Ik had drie volwassen aapjes kunnen bemachtigen en die huisvestte ik in een kooi in mijn achtertuin. Ik dacht in mijn naïviteit dat ik een dood exemplaar nodig had om de soort te kunnen beschrijven: om als holotype te deponeren bij een museum. Maar ik vond het te gek om een van de aapjes daarom de nek om te draaien. De dieren kregen zelfs kinderen in gevangenschap. Ondertussen kwam een Braziliaanse biologiestudent het nieuws ter ore en hij briefde het door aan zijn professor in het Museu Goeldi. Zij zijn vervolgens samen en zonder officiële toestemming het woud in gegaan en hebben de indianen daar gevraagd om een aantal van die apen te schieten. Zo glipte de eerste door mij ontdekte apensoort uit mijn vingers.''

Lang getreurd heeft Van Roosmalen niet, want nog geen jaar later vond hij een tweede nieuwe apensoort, een dwergmarmoset, Callithrix humilis. Het bleek niet alleen om een nieuwe soort te gaan, maar om een heel nieuw geslacht waarvan nog geen enkel ander familielid bekend is. Van Roosmalen: ,,Het gaat om het eerste nieuwe genus onder de primaten dat sinds 1906 is beschreven. Op grond van zijn ecologie en gedrag hadden we al een vermoeden dat dit dier anders was dan de andere marmosets, en nu heeft ons DNA-onderzoek inderdaad bevestigd dat Callibella zich al miljoenen jaren geleden van Callithrix aftakte. Het is dus een echt nieuw genus.''

Inmiddels heeft Van Roosmalen zes nieuwe apensoorten beschreven. Maar er zit nog meer in de pijplijn. Hij heeft al twee nieuwe titi-soorten op het oog. En onder de apen die de bioloog in zijn tuin houdt zijn volgens hem ook nog zeker acht nieuwe soorten die wachten op een officiële beschrijving. Het gaat onder meer om een nieuwe wolaap en vier nieuwe slingerapen.

Maar het zijn niet alleen nieuwe apensoorten die Van Roosmalen ontdekt. ,,Ik ben ook botanicus en ik raap altijd de zaden op die ik op de grond vind. Zo heb ik al dertig nieuwe boomsoorten ontdekt. Allemaal bomen met enorm grote vruchten, die je niet makkelijk over het hoofd kunt zien. Dat doet mij vermoeden dat ik nog veel meer nieuwe plantensoorten zou vinden als ik er meer in detail naar zou zoeken. De Amazone is grotendeels nog terra incognita.''

,,Ik ontdek zelfs onbekende grote zoogdieren. In een gebied zo groot als Frankrijk identificeerde ik een zwarte jaguar met een witte bef. Onbekend voor de wetenschap, maar ik heb een huid en een schedel van dit dier. Ook ontdekte ik een nieuwe soort tapir die wel twee keer zo zwaar is als de gewone tapir. Daarmee is dit dier het grootste zoogdier van de beide Amerika's!

,,Het wordt steeds zotter. Je vraagt je af wat ze hier vroeger hebben gedaan. Mijn conclusie is dat er na Wallace en Bates geen onderzoeker is geweest die serieus heeft gekeken wat hier leeft. Ondertussen jagen de indianen nog steeds op deze dieren, die voor hen min of meer alledaagse verschijningen zijn.'' Van Roosmalen trof in het gebied ten oosten van de Madeira-rivier ook een nieuw soort hert dat bij de lokale jagers bekend was als het witte hert, om onderscheid te maken tussen het ter plaatse ook voorkomende grijze hert (Mazama gouazoubira) en rode hert (Mazama americana). De bioloog verzamelde het vel, twee koppen en het DNA van deze nieuwe diersoort nadat jagers zich aan het vlees tegoed hadden gedaan.

Van Roosmalen biedt overigens de namen van door hem ontdekte en nog naamloze dier- en plantensoorten via internet te koop aan. Voor 10.000 dollar kunnen geïnteresseerden een gelatiniseerde versie van hun eigen achternaam laten verwerken in de officiële wetenschappelijke soortsnaam van een plant. Een aap naar jezelf vernoemen kost wat meer, en het duurst is de vernoeming van het nieuw ontdekte witte Mazama-hert: 500.000 dollar. Met de opbrengst wil de Nederlander de aankoop van natuurreservaten financieren die speciaal zullen dienen om de desbetreffende soort te beschermen. Tot nu toe is nog geen naam verkocht.

Van Roosmalen windt zich erg op over alarmverhalen die beweren dat het Amazone-oerwoud door vergaande ontbossing al ten dode opgeschreven zou zijn. ,,Ik erger me aan de publicaties in Nature en Science waarin Amerikaanse wetenschappers als William Laurance en Daniel Nepstad op basis van extrapolaties van de situatie in grensbossen in de provincies Mato Grosso, Rondônia en Pará doem prediken voor het Amazonegebied. In de periferie van het Braziliaanse Amazonegebied is de houtkap en de omzetting in sojavelden inderdaad grootschalig, maar het is in feite maar een relatief klein deel van het Amazonebekken. Het is misleidend om dat te extrapoleren naar het hele Amazonegebied, want daar beschermen de het grootste deel van het jaar overstromende rivieren het achterliggende hoge drooglandbos. Wegenaanleg is daar onmogelijk. Nee, vijfentachtig procent van de Amazone is nog gewoon het ongerepte bos. Anders zou ik toch nooit al die nieuwe soorten kunnen ontdekken? Het is nog niet te laat om dat te redden.''

oude rubbergebieden

En Van Roosmalen ziet mogelijkheden genoeg. ,,Brazilië heeft als enige land ter wereld een fantastische natuurbeschermingswet. Ook particulieren hebben het recht een nationaal-erfgoedreservaat op te richten in oude rubbergebieden. En als zo'n gebied eenmaal een officiële status heeft, mag het nooit meer onteigend worden, zelfs niet door de overheid. De enige bestemmingen die het mag hebben zijn wetenschap en ecotoerisme. Je mag er nog geen boom uithalen of er zelfs maar een paadje kappen. Prachtig.

,,De prijzen in de Amazone liggen heel laag, tien dollar per hectare, dus het is mogelijk om flinke gebieden aan te kopen. Hier is het nog niet te laat. De privésector kan dus enorme stukken voor de eeuwigheid beschermen.''

De door Van Roosmalen opgerichte Amazon Association for the Preservation of Areas of High Biodiversity (AAPA) heeft inmiddels twee potentiële nationale erfgoedgebieden aangekocht. Met geld van Prins Bernhard heeft Van Roosmalen een gebied van 15.000 hectare aangekocht om een reservaat te vormen voor Callicebus bernhardi. In het gebied komen nog zeven andere nieuwe soorten voor die ook meteen beschermd worden. Ook kocht de bioloog een gebied van 20.000 hectare rond het Uauaçú-meer, met Engelse en Nederlandse giften. ``Het Uauaçú-meer is een zwartwatermeer van één bij veertig kilometer. Rond het meer leven vijftien apensoorten, en dat maakt het tot een gebied met misschien wel de hoogste diversiteit aan primaten ter wereld. Ook miegelt het er van reuzenotters en lamantijnen, een soort zeekoeien.''

Maar wederom zit IBAMA Van Roosmalen dwars: de statusaanvragen blijven in een la liggen. ,,Zij beschuldigen mij ervan dat ik een biopiraat ben, maar ik denk dat ze mij tegenwerken omdat ik te veel weet. Op mijn tochten zie ik allerlei dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Maar ik moet heel voorzichtig zijn, er is al eens geprobeerd mij uit de weg te ruimen. Ik zeg niks, maar ik documenteer alles. Als echte Hollander ga ik stijfkoppig door.''

Meer informatie op internet:

www.marcvanroosmalen.com

www.internext.com.br/roosmale