Neuken (5)

Over het algemeen kom je in Nederlandse gedichten weinig schuttingtaal tegen. Volgens August Willemsen heeft dit te maken met onze calvinistische inborst. Maar volgens Fleur Speet is er nog een bijkomende reden: de aard van de dichtkunst. ,,Poëzie'', schreef zij in 2001 in De Groene Amsterdammer, ,,is in en in verlegen; ze suggereert in plaats van te zijn. Wie dan schuttingtaal gebruikt, schendt in feite de wetten van de dichtkunst.''

Aan het begin van dit jaar kwam Speet hier nog eens op terug, in de inleiding bij Zinnenstrelen, een bloemlezing van erotische poëzie uit Nederland en Vlaanderen die verscheen ter gelegenheid van de boekenweek. ,,Woorden als penis, vagina en coïtus'', aldus Speet, ,,kom je pas na de ontzuiling langzaamaan in gedichten van Nederlandse bodem tegen, terwijl die woorden in Vlaanderen veel makkelijker lijken ingebed in de iets lossere katholieke cultuur. In die cultuur lijkt de humor erotiek juist mogelijk te maken. [...] Feit is dat Vlaamse dichters in ieder geval zo'n tien jaar terug heel wat erotischer dichtten dan hun noorderburen.''

Zonder twijfel heeft Speet gelijk, maar toch is het eerste gedicht waarin ik het woord neuken ben tegengekomen – het schuttingwoord par excellence – afkomstig van een Nederlandse dichter, namelijk J.C. Bloem. En het dateert van ver vóór de ontzuiling, namelijk van `vóór 1914' (het precieze jaar is niet bekend). Bloem studeerde indertijd rechten in Utrecht. Hij was bevriend met Erich Wichman, een uitbundige jongen, die korte tijd scheikunde en kunstgeschiedenis studeerde, maar die naam zou maken als publicist en beeldend kunstenaar. Onder het pseudoniem Ego Flos (`Ik [ben] bloem') schreef Bloem een schunnig gedicht over Wichman, getiteld `Ode in Erichiam Pangermanum Panneukanum'.

In elf coupletten bespot Bloem Wichmans voorkeur voor ,,vuile lellen'' en ,,rottig afgeflapte vrouwen, [...] stinkend naar goedkoope odeuren'', om te besluiten met de regels: ,,Muze, neem hem in uw hoede:/ Snijd hem af, al is 't niet leuk,/ Snijd hem af zijn vuile roede/ - Dan is 't uit met dat geneuk.'' Voorzover bekend is dit het eerste Nederlandstalige gedicht waarin het woordelement neuk voorkomt. Voor de goede orde: het gedicht is niet te vinden in het verzameld werk van Bloem. Het werd mondeling of in handschrift overgeleverd en pas decennia later, in 1980, uitgegeven door de Utrechtse letterkundige Hans van Straten. En dan nog in een bibliofiele uitgave die niet voor de handel was bestemd, in een oplage van slechts honderd exemplaren.

Voor wie het naar vindt dat het n-woord nou juist in een gedicht van de keurige Bloem, zoon van een burgemeester en schrijver van een van de bekendste dichtregels in het Nederlands (,,Domweg gelukkig, in de Dapperstraat'') voor het eerst is opgetekend, moet bedenken dat veel dichters in hun studententijd erotische verzen hebben geschreven. Dit geldt bijvoorbeeld voor A. Roland Holst, Gerrit Achterberg, W.F. Hermans en E. du Perron (zo publiceerde Du Perron in 1925 onder het pseudoniem W.C. Kloot van Neukema een reeks erotische sonnetten, bedoeld ,,ter opwekking van den bond van Slaphangers'').

Bovendien was Bloem helemaal niet zo keurig. Maar weinigen weten dat hij in 1920 in Blaricum werd opgepakt wegens openbare schennis van de eerbaarheid. Hij had een achttienjarige arbeider twee piek betaald om hem ontuchtig te mogen betasten en vervolgens kneep hij de nachtwaker die hem had betrapt, in het kruis. Bloem werd veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf en hij liep door deze kwestie een baan mis als griffier bij het kantongerecht in Veghel. In plaats daarvan werd hij `nachtredacteur' bij de NRC.

Zonder twijfel zal het woord neuken ruim vóór Bloem zijn gebruikt in bijvoorbeeld schuine zeemans- of soldatenliedjes. Maar door preutsheid zijn juist die liedjes niet in bundels opgenomen. Dus vooralsnog is aan hem de dubieuze eer om als eerste te hebben gerijmd met het vermaledijde n-woord. (Slot volgt).

Ewoud Sanders (sanders@nrc.nl). Met dank aan Rody Chamuleau en Gretha Donker.