Diverse lezers maakten melding van een verschijnsel dat ik van mijn eigen moeder ken: die paar keer dat ik haar als puber het woord neuken heb horen gebruiken, sprak zij het uit met een nep-Gronings accent. En dan ook nog razendsnel, waardoor het klonk als `nkn'. Kennelijk was het woord toen al algemeen bekend – we schrijven jaren zeventig – maar om het nou zo open en bloot te gebruiken, nee, dan maar liever een beetje verbloemd.
Overigens zijn er nog steeds mensen die vinden dat neuken zó plat en aanstootgevend is, dat je het a-b-s-o-l-u-u-t niet kunt gebruiken voor zoiets intiems als `de liefde bedrijven'. Nog maar een jaar geleden schreef Annemarie Oster in de Volkskrant: ,,Even over dat neu-ken. Nog steeds kost het me moeite dat nare werkwoord op te schrijven. Onwillekeurig denk je aan iets verbodens, terwijl het alweer jaren mag. Jammer dat er geen minder plat equivalent bestaat. Vrijen? Te soft. Voor je het weet lig je te knuffelen. De liefde bedrijven? Te bedrijvig. Vroeger zeiden ze: naaien; bah. Tegenwoordig is het wippen of, nog erger, een wipje maken. Hoe huiselijker de terminologie, hoe harder mijn libido het slaapkamerraam uitvliegt. Dan nog liever rampetampen.''
Dit `probleem' is al vaker gesignaleerd en ook al eerder. In de jaren tachtig kruisten Jan Mulder en Hugo Brandt Corstius de degens over de `gevoelswaarde' van neuken. Mulder vond indertijd dat je het niet kon gebruiken – hij is daar inmiddels van teruggekomen –, de mening van Hugo Brandt Corstius is kernachtig verwoord in een citaat dat de Grote Van Dale bij het woord neuken aanhaalt: ,,Ik noem, met uw welnemen, neuken gewoon: neuken.''
Goed, het mag duidelijk zijn dat neuken in de tweede helft van de 20ste eeuw min of meer geaccepteerd is geraakt. Maar dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad.
Zoals gezegd is de seksuele betekenis van neuken voor het eerst opgetekend in juridische stukken uit de tweede helft van de 17de eeuw. Ik had verwacht dat het ook in kluchten uit die tijd te vinden zou zijn, want die konden zeer grof en plat zijn. Of al in de volksdichten uit de Middeleeuwen, want die blonken evenmin uit door fijnzinnigheid. Maar nee, in Razernij der liefde (1999), een prachtige bundeling van `Ontuchtige poëzie in de Nederlanden van Middeleeuwen tot Franse tijd', schrijft samensteller Hans van Straten: ,,Neuken heb ik nergens gevonden. Alles wijst erop dat het in burgerlijke kring al meteen plat werd bevonden. Anders lag het met naaien, een metafoor die zou aanslaan, want van Rederijkerstijd tot achttiende eeuw treffen we de term veelvuldig aan. [...] Kut, pik en lul ben ik evenmin tegengekomen. Ze werden in de taal der dichters steevast vervangen door bloemrijke of althans dubieuze omschrijvingen. Onze scabreuze poëzie is een poëzie van dubbelzin en is dat gebleven tot in deze eeuw.''
Van Straten is járen bezig geweest met het doornemen van scabreuze teksten uit de Middeleeuwen tot aan het begin van de 19de eeuw, dus laten we op zijn gezag aannemen dat neuken daarin niet voorkomt. Maar debuteerde het werkelijk pas in de 20ste eeuw in een gedicht? En zo ja, welke dichter was zo dapper om het taboe rond dit woord te doorbreken? En welke uitgever durfde het aan die dichtbundel uit te geven? Wordt vervolgd.
Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Zie ook WoordHoek op vrijdag op www.nrc.nl