Wyclef Jean

Zoals Wyclef Jean al tijdens zijn concert op Drum Rhythm liet horen: hij heeft een zwak voor platgetreden paden. Tussen zijn eigen melodieën vergrijpt hij zich rustig aan stukjes van `Knockin' On Heavens Door', iets van The Jacksons, of een zelfs al uit Arbeidsvitaminen geschrapte meezinger als `Oh, What A Night'.

Dat hij zich tijdens een concert zo uitleeft, is vergeeflijk, maar dat hij zijn luisteraar er ook op cd mee lastigvalt is jammer. Die karaoke-oefeningen zijn bovendien niet nodig: Wyclef Jean heeft zelf genoeg in huis. Dat blijkt op zijn tweede cd Masquerade, dat wil zeggen uit de liedjes die hij zelf bedacht. Zo opent Masquerade indrukwekkend met nummers als `PJ's' (over `the projects' waarin hij opgroeide) en `80 Bars'. Daarin gebruikt Jean zijn volle warme steM om rustig te rappen en de jeugd wat levenslessen bij te brengen. Soms haalt hij schel uit, of stapt over op een reggae-achtige intonatie. Maar naarmate de cd vordert, rukken de niemendalletjes op: `What's New Pussycat' en `Pass The Dutchie' zijn leuk voor hiphopbeginners, niet voor een arrivé als Jean. En `Knockin' On Heaven's Door' is langzamerhand voor iedereen verboden, zelfs als verwijzing naar je vorig jaar overleden vader.

Wyclef Jean: Masquerade (Columbia 507854)