Willen winnen ten koste van alles

Duitsland wint altijd, ook als niemand het nog verwacht. Herbert Neumann, Duitser en lange tijd trainer in Nederland, weet hoe dat komt: ,,Van jongs af oefenen in dingen die niet leuk zijn, zo kweek je mentaliteit.''

In november 1999 verlieten Herbert Neumann en zijn vrouw uitdrukkingsloos de Gelredome. Neumann en Vitesse of liever voorzitter Karel Aalbers waren op elkaar uitgekeken. Neumann keerde niet met slaande deuren de club waarmee hij voor Arnhemse begrippen veel succes had bereikt, de rug toe. Beheerst wandelde hij weg uit het stadion waarin hij zich vaak gelukkig had gevoeld. Herbert Neumann is in de Nederlandse voetbalgemeenschap altijd al een toonbeeld van rust en realiteitszin geweest.

Sindsdien heeft de 48-jarige Duitser geen club meer getraind. Hij ,,doet wat'' voor clubs, zegt hij. Het gaat hem goed, zo te zien. Hij komt fietsend door het centrum van Keulen naar de afspraak, gaat op het terras zitten en zegt dat het ,,stabiele leven'' hem bevalt. Twaalf jaar was hij trainer, in Zwitserland, Turkije, België en in Nederland – bij NAC en twee periodes bij Vitesse. Hij heeft geprobeerd voetballers te leren mooi en effectief te spelen en hij had daarom ruzie met vedetten en pseudo-vedetten. Mensch, wat is hij er moe van geworden.

Hij was niet egocentrisch genoeg, hij was te relativerend om het hoogste doel te bereiken. ,,Voetbal is te belangrijk geworden'', zegt Neumann. ,,Mensen gaan zich door voetbal steeds extremer gedragen. Voetballers ook. Daar heb ik moeite mee. Ik ben een voetbalmens. Ik was jarenlang speler bij FC Köln. Bij een van de beste trainers die de wereld heeft gekend, Hennes Weisweiler, een lieve man, maar een harde trainer die mooi en efficiënt voetbal wilde. Ik was een mooie voetballer. Daarom speelde ik ook bij Bologna en Udinese. Ik hield van voetbal en nog steeds, maar als toptrainer kreeg ik mijn twijfels. Met jeugd zou ik nog het liefste werken.''

Neumann is niet het prototype van een Duitser – hij is niet een Duitser zoals Nederlanders Duitsers vaak zien. ,,Dat heeft voor een deel te maken met mijn nieuwsgierigheid. Ik wil van alles iets opsteken. Ik ben in zoveel landen geweest en heb me overal proberen in te leven in de aard van de mensen, waardoor ik me steeds minder Duitser ben gaan voelen. Daarom kan ik ook afstandelijker kijken naar wat Duitsers en Nederlanders doen. Ik verdiep me graag in die Art und Weise van mensen.''

Waarom Nederlanders zich steeds weer afvragen waarom Duitse voetballers vaak succes hebben en Nederlandse voetballers minder, Neumann heeft geen tijd nodig om er een pasklaar antwoord op te geven. ,,In Nederland denkt men ingewikkeld over voetbal. Het is heel simpel. Duitsers zijn alleen maar bezig met winnen: wat kunnen wij met deze spelers doen om te winnen? Nederlanders hebben een andere ambitie. Zij zijn ijdel en egocentrisch. Zij willen in de smaak vallen bij anderen. Duitsers niet, zij zijn alleen met zichzelf bezig, niet met wat anderen er in de wereld van vinden.''

Het is geen toeval dat Duitsland zo vaak in de finale van een groot toernooi staat en op onverwachte momenten (alsnog) toeslaat, weet Neumann. ,,Duitsers gaan er altijd vol tegenaan. Voor esthetiek en romantiek is in de Duitse sportbeleving minder plaats dan in de Nederlandse. De waardering voor een mooie speler is minder dan in Nederland. Een mooie speler wordt heel snel als een voorbeeld van inefficiëntie bestempeld. Natuurlijk zijn er in Duitsland Zidanes en Totti's. Maar talent is niet genoeg. Dat wordt er hier ingeramd. Je moet voetballen om te winnen. Hoe je dat ook doet. Met leuk en mooi spel win je de oorlog niet. En als telkens weer blijkt dat dat de juiste benadering is, dan wordt het vanzelfsprekend gehandhaafd.''

Neumann wijst op de mentale weerbaarheid en de stabiliteit van Duitsers. Hoe dat komt? ,,Daarin worden Duitsers getraind. De druk is altijd groot, veel groter dan in Nederland. Er is een hogere concentratie van media, die bovendien heel agressief zijn. Dat vraagt om een grote discipline bij voetbaltalenten. Je wordt geobserveerd, je privéleven wordt gevolgd. Je moet dus weten wat je doet. Ambivalentie kan fataal zijn. Voortdurend geconcentreerd bezig zijn. Buiten het veld en binnen het veld. Het is niet voor niets dat bij gewone jongens die tot sterren zijn uitgegroeid – Matthäus, Effenberg, Basler – de stoppen uiteindelijk doorslaan. Je staat hier voortdurend onder zware druk.''

Een andere factor is volgens Neumann ,,een ander autoriteitsdenken'' dan in Nederland. ,,Een trainer heeft autoriteit op basis van zijn functie. Trainers worden geaccepteerd zoals ze zijn en om wat ze eisen. Een onderdeel van de Duitse school is dat je dingen leert doen die niet leuk zijn. `Doen en niet lullen.' Niet eerst overleg. Doen, van jongs af jongens leren dingen te doen die niet leuk zijn. Dan kweek je weerbaarheid tegen tegenslag. Dan krijg je een andere kijk op dingen. Situaties in een wedstrijd oefenen die niet leuk zijn om op in te spelen. Daar word je mentaal sterk van. Nederlanders kunnen daar niet tegen. Daar moet inspraak zijn en overleg: het moet wel leuk blijven en het moet positief zijn. Tja.''

Agressieve trainers, harde kritiek, agressie in het veld, minder lief zijn voor elkaar, elkaar durven uitschelden, niet huilen als je uitgescholden wordt, leren omgaan met het gevoel dat je onrechtvaardig wordt behandeld Duitse sporters en voetballers worden er van jongs af mee geconfronteerd. Een voorbeeld uit de ervaringswereld van Neumann, die eenmaal in het Duitse elftal speelde: ,,Ik was een te mooie middenvelder, naar Duitse begrippen. Ik maakte altijd één sliding te weinig. Had ik 89 minuten fantastisch gespeeld, vergat ik in de laatste minuut een sliding te maken om een doelpunt te voorkomen. Dan werd ik tot de grond toe afgebrand. Weg was mijn goede gevoel. Ik was ineens een Arschloch. Daar moet je mee leren omgaan.''

Neumann verwijst naar de houding van Michael Ballack, de Duitse international die door de gele kaart die hij in de halve finale van dit WK opliep tegen Zuid-Korea niet in de finale mag spelen. ,,Ballack is een jonge, mooie voetballer. Een groot talent in Duitsland. Hij zag dat die Koreaan gevaarlijk werd, er dreigde een Koreaans doelpunt, hij wist dat hij bij een overtreding een gele kaart zou krijgen en dus de finale zou missen. Maar hij maakte een overtreding, voor zijn ploeg, voor Duitsland. En vervolgens scoorde hij zelf. Dat is typisch Duits. Dat is de Duitse school. Niet alleen talent rendeert, ook mentaliteit.''

De wil om te winnen zit in de cultuur van een volk, meent Neumann. ,,Duitsers willen winnen, ten koste van alles. Hier in Duitsland moet je met je ellebogen werken om te winnen, omdat iedereen wil winnen. Als trainer heb ik weleens gezegd: `Nu hebben we uit de laatste vijf wedstrijden twee punten en toch hebben we goed gespeeld. Zondag moeten we winnen, ten koste van alles.' Dan zoek je naar wapens om de tegenstander te verslaan. Dan besluit je de tegenstander te laten spelen, laat ze maar balbezit hebben, laat ze maar doen, wij loeren wel op een kans. Veel Nederlandse trainers zeggen vaak dat hun ploeg het meeste balbezit had en de meeste kansen had. Dan begrijp je niet dat je dom hebt gespeeld.''

Willen winnen heeft niet alleen met aanvallen te maken, meent Neumann. ,,Willen winnen is ook goed verdedigen en geduld opbrengen. Aanvallen is niet zo moeilijk, dat wil iedere voetballer. Maar geduld opbrengen vraagt meer kwaliteiten. Dat vraagt om mentale discipline. Niets doen is een grote kunst. Op standaardsituaties als vrije schoppen, hoekschoppen en strafschoppen moet je eindeloos oefenen. Want dat zijn grote doelkansen. Als Linke, de centrale verdediger van het Duitse elftal, bij elke hoekschop mee naar voren moet gaan omdat hij goed kan koppen, moet hij dat bij elke hoekschop blijven doen. Niet na tien mislukte pogingen stoppen. Nee, de elfde keer weer gaan. Dat is geen geluk. Zo dwing je een overwinning af. Als Klose, de Duitse spits, twintig keer voor niks loopt, weet hij dat het de 21ste keer raak wél is. Dat is Duits, heel simpel.''

Neumann kan zich nog verbazen over hoe een trainer als Van Gaal, destijds bij Ajax, de tegenstander bekritiseerde omdat deze zo verdedigend speelde. ,,Ja, RKC of De Graafschap gaan lekker aanvallen omdat Van Gaal dat goed vindt voor het voetbal en dan wel afgeslacht worden door een elftal dat op alle fronten meer kwaliteiten heeft. Als een tegenstander zich defensief opstelt, dan moet je naar middelen zoeken om toch te winnen. Dan kun je naar psychologische middelen zoeken, zoals een wedstrijd in geduld aangaan: bluffen en zien wie het langst niets durft te doen. Je niet bekommeren om de esthetiek of de romantiek. Het gaat aan het einde van de rit om winnen. De winnaar heeft altijd gelijk. Nederlanders zeuren: de tegenstander was te defensief of kon er niks van, Nederlanders spelen het mooiste voetbal, Nederlanders hebben de meeste kansen gehad en het meeste balbezit. Nou en?''

Neumann mag dan een Duitser zijn, een aanhanger van het Duitse voetbal is hij niet. ,,Ik heb een romanticus, een liefhebber van esthetisch voetbal. Dan toch liever het Braziliaanse voetbal of soms het Nederlandse. Maar ik bewonder toch hoe dit Duitse elftal de finale heeft bereikt. De kritiek was zeer hard in Duitsland. Alle Duitsers schaamden zich voor het voetbal dat Duitsland heeft laten zien. Dat heeft een extra energie aan de Duitse ploeg gegeven. Ze moesten toch eens bewijzen dat ze wel konden voetballen. Voor de halve finale tegen Korea stond voor hen vast: `we moeten gewoon winnen'. De Duitse ploeg speelde niet tegen Korea, maar tegen Duitsland.''

De Duitse psychologie werkte tegen de Koreanen, meent Neumann. ,,De Duitsers wisten dat de Koreanen al meer hadden bereikt dan werd verwacht. Dat scheelde minimaal twee procent aan enthousiasme en concentratie bij de Koreanen. Voor Duitsland was het een zaak van: we moeten winnen, hoe doen we dat, welke wapens hebben we? Met fysieke intimidatie, geduld en onoverwinnelijkheid uitstralen kom je dan heel ver.''

Maar nu de finale van morgen. Neumann: ,,De Duitsers hebben nu, in navolging van de Koreanen, het gevoel dat ze al meer hebben gepresteerd dan verwacht. Dat heeft het Duitse volk eigenlijk ook al. Wanneer van Brazilië wordt verloren, vieren de Duitsers waarschijnlijk feest omdat ze tweede zijn geworden. Dat is het verschil met de Braziliaanse beleving. Brazilië mag geen finale verliezen van het volk. Niet van Duitsland, van niemand. Als Brazilië verliest, wordt de bondscoach ontslagen, wat hij ook boven verwachting heeft bereikt, en worden Ronaldo, Rivaldo en die anderen bespot en bespuugd.''

Als liefhebber wil Neumann dat Brazilië wint. ,,Het zou voor het internationale voetbal het beste zijn als Brazilië wint. Vooral omdat de geschiedenis leert dat het spel van de wereldkampioen wordt gekopieerd. Ik heb heel weinig gezien tijdens het WK wat me bekoorde. De Mexicanen vond ik goed, beheerst, geduldig en technisch tegen Italië. En Turkije-Brazilië in de voorronde was aardig. Als estheet en romanticus kan ik niet anders dan met Brazilië meeleven. Hoe zeer ik ook de Duitsers bewonder.''