`We kunnen niet alles controleren'

De toonaangevende bladen van de wetenschap, zoals Nature en Science, zijn steeds vaker onderwerp van debat. Een vraaggesprek op de Nature-redactie.

Eind vorig jaar raakte Nature verwikkeld in een geruchtmakende affaire na de publicatie van een artikel van de wetenschappers David Quist en Ignacio Chapela van de University of Berkeley, Californië (Nature, 29 november 2001). Het onderzoekersduo beweerde dat zij overtuigend bewijs had gevonden dat genen uit genetisch gemanipuleerde planten zich verspreiden in de wilde maïsrassen in de binnenlanden van Mexico. HierDaarmee leek de ergste vrees van tegenstanders van biotechnologie bewaarheid. De `kraamkamer' van de maïs dreigde hier te worden besmet; hier staan de wilde oerrassen waaruit de Indiaanse volkeren door geduldige veredeling het voedingsgewas maïs opkweekten. En dat terwijl toepassing van genetisch gemanipuleerde maïs is in Mexico al sinds 1998 verboden was.

Het artikel riep een storm van wetenschappelijke reacties op. De methodiek rammelde aan alle kanten, zo vonden veel vakgenoten. Besmetting met ander materiaal binnen het laboratorium was niet goed uitgesloten en Quist en Chapela gebruikten ook niet de beste markers om het genetisch materiaal te identificeren. Hun conclusies zijn daarom veel te voorbarig.

Nature omvat twee strikt gescheiden gedeeltes: een front half met journalistiek geschreven artikelen en en back half met de wetenschappelijke bijdragen: het gezaghebbende deel. Terwijl de vakredacteuren zich nog bezonnen op een reactie op stapels kritische brieven die volgden na de publicatie van het Mexicaanse maïs-artikel losbarstte, bracht de nieuwsredactie de kritiek van wetenschappers in de openheid.

Nature zette vervolgens een opmerkelijke stap door in (het wetenschappelijke deel van) de editie van 11 april twee tegenartikelen te plaatsen en een verweer van Quist en Chapela, waarin zij de tekortkoming gedeeltelijk toegeven. Daarbovenop publiceerde Nature nog een hoofdredactioneel artikel waarin de redactie verklaarde dat de bewijzen die Quist en Chapela oorspronkelijk presenteerden `niet voldoende waren om de publicatie van hun artikel te rechtvaardigen'.

Het is maar een voorbeeld, maar het maakt wel duidelijk in wat voor nieuwe sfeer toptijdschriften zijn beland. Nanobubbeltjes in een bekerglas, monarchvlinders die sterven door stuifmeel van genetisch gemanipuleerde planten, genetische vervuiling van maïs in Mexico. Het zijn onderzoeksresultaten die de strenge peer review van bladen als Nature en Science hebben doorstaan, maar waar achteraf toch grote twijfel over is ontstaan. Tot nu toe onthield de Nature-redactie zich van commentaar, maar nu is dr. Ritu Dhand best bereid de ongewone gang van zaken toe te lichten. Zij is chief biological sciences editor van Nature. In een warm kantoortje op de redactie, de wanden volgepakt met oude jaargangen die teruggaan tot het eerste nummer van Nature (1869), kiest zij zorgvuldig haar woorden. ``Veel van de informatie rondom deze affaire is vertrouwelijk. Toen het artikel hier binnenkwam werd het gezien als een normale bijdrage, die interessant genoeg leek om naar referenten te sturen. De drie referenten voorzagen het van positieve technische commentaren, waarna we tot de publicatie zijn overgegaan. Op dat moment wees niets erop dat er hiermee iets bijzonders aan de hand was.''

De selectie van manuscripten is streng, legt Dhand uit. ``Wekelijks komen hier tweehonderd manuscripten binnen van wetenschappers uit de hele wereld die hopen op een plaatsje in ons blad. Het overgrote deel van de bijdragen haalt de referenten niet eens; de gespecialiseerde vakredacteuren wijzen zo'n 70 procent al in de eerste ronde af.''

Pijnlijk in deze kwestie was dat Nature beschuldigd werd van vooringenomenheid: u zou veel te veel geneigd om artikelen over de gevaren van biotechnologie eerder te plaatsen.

Dhand: ``Welnee. Nature heeft geen vooringenomen standpunt ten aanzien van genetisch gemanipuleerde gewassen. Maar als er een debat is, dan zullen we over beide kanten van het debat publiceren. Zo proberen we de neutraliteit te bewaren.''

Maar hoe kan het dan dat u een artikel publiceerd waarvan veel deskundigen zeggen dat de de resultaten niet kunnen kloppen?

``Ja, ook wij ontvingen na de publicatie stapels brieven die dit aan de orde stelden. Maar onze referenten hadden op geen enkele manier doorzien dat het onderzoek gebreken vertoonde. Wij moeten vertrouwen op onze referenten om ons te wijzen op technische onvolkomenheden in een manuscript.''

Maakt u zich dan als redactie voor de beoordeling van zo'n manuscript niet veel te afhankelijk van een handjevol referenten?

``Nee, niet helemaal. Ik bedoel, ikzelf ben moleculair bioloog, en alle redacteuren zijn gepromoveerde academici. Maar in dit geval gaan de details heel ver. In de kritieken die wij later hebben gepubliceerd, hebben ze bijvoorbeeld de volgorde van de door Quist en Chapela primers [moleculen om specifieke stukjes DNA mee te identificeren, red.] gecontroleerd tegen bekende primervolgordes. Dat is iets wat gewone wetenschappers niet uit hun hoofd weten. Ze hebben ook heel nauwkeurig de gen-sequenties gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de verwachte DNA-flankerende sequenties van het PCR-product wel of niet aanwezig waren. Een Nature-redacteur kan onmogelijk alle sequenties in alle artikelen routinematig controleren in GenBank. Een referent die één artikel moet controleren is daar zeker wel toe in staat. Onze referenten bewijzen ons grote diensten en leveren in 99% van de gevallen ze uitstekend werk af. Dit was een ongelukkig incident.

``Ik denk trouwens dat wetenschappers in elk ander onderzoeksveld niet eens de moeite hadden genomen om de primersequenties te controleren. Maar omdat dit zo'n zeer omstreden kwestie is, zijn enkele onderzoekers dat toch gaan doen. Dat is overigens volkomen terecht. Als er een technische fout zit in een artikel dan moeten ze ons daarop wijzen. Een manuscript dat in Nature wordt gepubliceerd suggereert dat het naar onze beste eer en geweten juist is.

``Na alle kritriek hebben wij het artikel opnieuw laten reviewen. Dat leverde echter uiteenlopende reviewcommentaren op: positief en negatief. Het is nooit zo zwartwit geweest als de media het hebben afgeschilderd. De media gaan vaak aan de haal met één algemeen verhaal. Maar als je naar dit geval in detail kijkt dan zie je een heel spectrum van meningen.''

Maar intussen laat u de lezers van Nature zitten met een onbeantwoorde vraag. Klopt het nu of niet?

``We hebben er de tweede keer drie referenten naar laten kijken, en zij zeiden niet allemaal hetzelfde. Er was dus geen eensluidend `this should not have been published in Nature'. Als alle vier referenten dat tegen ons gezegd hadden, dan hadden we uiteraard onomwonden gezegd dat we dit artikel niet hadden mogen publiceren.

``Het hoofdredactionele commentaar zei dat als wij vooraf op de hoogte waren geweest van alle twijfels rond dit onderzoek, waren wij op dat moment niet doorgegaan met de publicatie ervan. Als er twijfel is, zullen wij niet publiceren. In eerste instantie was er geen twijfel, later was er veel twijfel.

``In de omvangrijke wetenschappelijke gemeenschap bestaan heel verschillende meningen. Buitenstaanders krijgen alleen zwartwit-meningen te horen. Zij krijgen niet het volledige spectrum te zien, zoals wij dat zagen. Om die reden is er geen definitief antwoord op deze vraag. Het enige wat wij kunnen zeggen is dat de gebruikte techniek geen sluitend bewijs levert om alle twijfel over de conclusies van Quist en Chapela uit te sluiten. Ik bedoel, uiteindelijk zeggen veel mensen uit de gemeenschap dat het heel goed mogelijk is dat er transgene maïs in Mexico is. De boodschap van het artikel hoeft niet fout te zijn, maar de gepresenteerde onderzoeksgegevens kunnen die boodschap niet rechtvaardigen.

``Nature heeft wel eerder artikelen gepubliceerd die achteraf technisch of anderzins onjuist bleken. Het is niet vaak gebeurd, maar toch zeker vier of vijf keer, van wat ik me kan herinneren. In al die gevallen hebben de auteurs hun artikelen ingetrokken. Ditmaal weigerden de auteurs dat. Dàt is het ongewone. En de intrekking moet van de auteurs komen, wij kunnen dat niet voor hen doen. Na hun weigering was het enige dat wij nog konden zeggen dat Nature achteraf gezien niet langer achter de publicatie van het orginele artikel staat.''

Zullen er niet steeds meer affaires komen, omdat steeds meer wetenschappelijke resultaten in een politieke discussie verzeild raken?

``Genetische manipulatie is een politiek zeer actief terrein. Er zijn meer van die verpolitiekte gebieden: genetica, stamcellen bijvoorbeeld. Maar wij stellen ons alleen de vraag of het een doorwrocht artikel is. Zo is er bijvoorbeeld een flink debat gaande of je wel of geen onderzoek met menselijke embryonale stamcellen moet doen. Maar zo lang de wetenschap goed is uitgevoerd, zullen wij de artikelen daarover in behandeling nemen.''

Dus als bijvoorbeeld de Italiaanse arts Antinori erin slaagt een menselijke kloon ter wereld te brengen, dan zult u het artikel daarover publiceren?

``Dat heb ik niet gezegd. Ik weet het niet. Er zal een punt komen dat de ethiek zo groot wordt dat Nature zich op die vraag zal moeten beraden. Op dit moment speelt dit soort debat zich af rond embryonale stamcellen, stamceltherapie en gentherapie. Maar we moeten het van beide kanten blijven bekijken. Het zou verkeerd zijn van Nature om nu artikelen over embryonale stamcellen te weigeren vanwege de kans dat over tien, twintig jaar een of andere slechterik deze kennis kan gebruiken om een mens te klonen. Op dit moment kunnen er vooral goede dingen voortkomen uit het embryonale stamcelonderzoek. Voor mij persoonlijk wegen de voordelen op tegen de nadelen.

``Het klonen van een mens is iets heel anders. Het is het uiterste extreem van de ethiek en de moraliteit. En ik ben er zeker van dat dit niet een automatische `of course we will publish this' zal zijn. Er zal veel discussie aan vooraf gaan. We zullen bovendien nooit iets publiceren dat onzorgvuldig is uitgevoerd. Als het bijvoorbeeld gaat om genetisch onderzoek, dan moet de onderzoeker toestemming hebben van de patiënten waarvan materiaal is verkregen. En hij moet zich aan de wettelijke regels houden. Nu kunnen we slechts hopen dat tegen de tijd dat men erin slaagt een mens te klonen, de wetgeving van elk land zal zeggen dat het onethisch is.''

Niettemin lijkt een trend waarneembaar dat Nature en zijn concurrent Science steeds vaker sensationele artikelen publiceren.

``Wij publiceren geen sensationele artikelen, de media maken onze publicaties sensationeel. Ik zal een voorbeeld geven: we publiceren twee of drie artikelen per maand over elementair onderzoek naar de oorzaken van kanker. Elke week luidden de koppen in de pers weer `Kanker genezen!' Wìj sensationaliseren de onderzoeken niet, maar tegen de tijd dat ze geïnterpreteerd worden op lekenniveau, heb je inderdaad kanker genezen. Iets als `het WNT-signaal heeft de ophoping van bèta-catenine tot gevolg en dat kan de vormingen van het colorectale tumor versterken' zullen ze niet begrijpen. Maar ze zullen wel begrijpen dat er een nieuwe therapie komt voor dikkedarmkanker.''

Volgens Piet Borst, voormalig directeur van het Nederlands Kankerinstituut en columnist van NRC Handelsblad, zijn vakredacteuren van Nature en Science meer geïnteresseerd in nieuws dan in wetenschap.

``Dat is niet juist. Wij hebben, net als ieder ander commercieel bedrijf, te maken met financiële beperkingen: pagina's kosten nou eenmaal geld. We krijgen zoveel prachtig onderzoek aangeboden, dat we meer zouden willen publiceren, maar we kunnen niet meer pagina's maken. Daarom publiceren we zoveel mogelijk in de kortst mogelijke vorm. Het inkorten van artikelen heeft niet als doel om er een nieuwsige boodschap in te krijgen, het is een praktische vereiste waar we ons helaas bij moeten neerleggen.

``In een poging dit probleem te bestrijden publiceren we nu ook veel supplementaire informatie online. Dat vormt nu een integraal onderdeel van ons tijdschrift. Als we kunnen zullen we meer details van het artikel publiceren. Maar vanwege de praktische beperkingen kunnen we niet elk controle-experiment in druk publiceren, zelfs ondanks het feit dat controle-experiminenten meestal het belangrijkste onderdeel van een artikel zijn. Zonder controles heb je vaak geen verhaal.''

Wat kunt u doen om dit soort affaires in de toekomst te voorkomen? Gaat u op pad om de wetenschappers persoonlijk te controleren, zoals toenmalig Nature-hoofdredacteur John Maddox jaren geleden deed bij homeopathie-onderzoeker Benveniste?

``Wetenschap is gebaseerd op de integriteit van de wetenschappers. Wij vertrouwen op hun bereidheid een nederlaag toe te geven en te zeggen: `ik had het bij het verkeerde eind'. Wij vertrouwen ook op de eerlijkheid van onze reviewers. Wetenschappers kunnen elk resultaat verzinnen wat ze maar willen. Je kunt met de computer tegenwoordig heel makkelijk gegevens vervalsen, op iedere manier die je maar wenst. Maar wij vertrouwen op de eerlijkheid van een wetenschapper om dat niet uit te halen. Er is niemand die daar toezicht op houdt. Het is iets dat algemeen is geaccepteerd.''