Vogels kijken: Koekoek

Mei en juni zijn de maanden van de koekoek, overal is zijn eenzang te beluisteren. Een lied door het mannetje, dat zich zelden laat zien. Het voetveer van Hattem zet me af aan een dijk langs de IJssel. Boven de bomen gaat ineens een deftige, grijze vogel met lange, iets waaiervormige staart en puntige vleugels. De onderzijde is grijs-wit gebandeerd.

Er zijn graspieperkoekoeken, heggemus- en roodstaartkoekoeken. Geen enkel koekoeksjong wordt door zijn eigen ouders opgevoed. Het vrouwtje legt haar ei in het nest van een pleeggezin. Een stiekeme handeling. De jonge indringer gooit de andere vogeltjes uit het nest en bedelt om voedsel. Dat krijgt hij, volop. Vaak van ouders die vele malen kleiner zijn dan hij. Toch betaalt ook het koekoeksjong zijn tol: op mysterieuze wijze moet hij helemaal alleen de winterkwartieren vinden in Afrika en Zuid-Oost Azië, zo ver weg. En zonder ouders.

freriks@nrc.nl