VISITE KIJKT NAAR BUITEN

Marjo Ostendorf (53), administrateur.

Woont sinds 1998 met haar man op de 21ste verdieping van de Leonardo Da Vinci, aan de Scheveningse kust.

,,De keuze om hoog te gaan wonen hebben we bewust gemaakt. Beneden zie je de zee niet. We komen uit Lisse, waar we een vrijstaande villa hadden. De tuin werd ons te veel. We zaten er misschien drie keer per jaar in. Daarbij kwam dat mijn man in Scheveningen werkte en de files zat was. We hebben toen gedacht: laten we onze leeftijdgenoten, die straks ook allemaal van hun tuin af willen, vóór zijn en in een appartement gaan wonen. We hadden het geluk dat we driehonderd vierkante meter konden kopen: ruimte genoeg voor een kantoor aan huis en voor onze twee kinderen die nu op zichzelf wonen, maar nog geregeld een weekendje thuis slapen.

,,Naar het strand zelf ga ik nooit. Ik ben vooral gehecht aan de levendigheid van het uitzicht. We kijken gelukkig niet alleen uit op de zee, 's avonds kijk je dan in een zwart gat, maar ook over het Kurhaus van Scheveningen en de stad Den Haag. Doordat ik alleen werk, vind ik het prettig de bewegingen beneden te volgen. De zee is nooit hetzelfde: als het stormt is hij wit, op mooie dagen blauw. Met openstaande serreramen is het net of je op je balkon aan zee zit. Bezoek wil ook altijd naar buiten kijken. We hebben wel eens mensen langs die grote delen van de avond met de rug naar ons toe zitten.

,,Na 11 september kregen we veel telefoontjes van mensen die wilden weten hoe het met ons ging. Ik ben niet speciaal angstig geworden. Ik dacht wel: gelukkig dat wij in een betonnen flat wonen en dat de kantoorgebouwen hoger zijn. Ik kijk altijd als ik een brandweerauto hoor, om te zien waar hij heen gaat. Wij kunnen vanaf hier niet zien of er brand beneden ons is. Dat is eigenlijk het enige nadeel.''