Verzekeraars krijgen de hardste klappen

De banken lijken er tot nu toe zonder al te veel kleerscheuren vanaf te zijn gekomen als het om slechte schulden gaat, maar de verzekeraars niet. Neem de schuld van 32 dollar van WorldCom. Terwijl Britse banken als Barclays naar schatting voor 85 miljoen dollar aan schuldpapier van WorldCom bezitten, heeft levensverzekeraar Prudential tweemaal zoveel. Dat is een herhaling van het patroon dat ook bij Enron te zien was. Omdat banken hun risico's graag wilden spreiden, hebben ze delen van leningen uitgezet bij andere beleggers,in de vorm van gewone obligaties of speciale constructies. Verzekeraars en pensioenfondsen hadden daar veel belangstelling voor, omdat de rentetarieven van de overheid laag waren. Als gevolg daarvan is iedereen nu de pineut, als debiteuren in de problemen komen.

Dit fenomeen maakt deel uit van de financiële revolutie van de afgelopen kwart eeuw. In theorie leidt het tot een systeem dat beter in staat is om schokken op te vangen. Beleggers lijken dat in ieder geval te geloven. In het Verenigd Koninkrijk hebben de banken het sinds het hoogtepunt van de koersen twee jaar geleden meer dan 50 procent beter gedaan dan de FTSE. Royal Bank of Scotland is de laatste in een lange rij banken die sussende geluiden laat horen over de kwaliteit van zijn kredieten.

Maar hoe lang zal dit nog goed blijven gaan? De pensioenfondsen en verzekeraars zullen hun nek nu ook niet meer zover willen uitsteken, dus de banken zullen weer meer risico moeten dragen dan voorheen. Bovendien kunnen sommige van de technieken, die gebruikt zijn om de risisco's te spreiden, minder betrouwbaar blijken dan gehoopt.

JP Morgan dacht bijvoorbeeld een groot deel van zijn risico inzake Enron aan een kredietverzekeraar overgedragen te hebben, maar zag bijna één miljard dollar als een boemerang terugkomen en heeft de zaak in de rechtszaal moeten beslechten.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.