Verharding

Het was woensdag internationale antidrugsdag, uitgeroepen door de Verenigde Naties. In Nederland is de antidrugsdag op bescheiden schaal gevierd met een knallende ruzie tussen Leefbaar Nederland en LPF-leider Mat Herben over vermeend drugsgebruik door Pim Fortuyn. Alsof het een normaal mens ook maar iets kan schelen welk genotmiddel Fortuyn, behalve rode wijn en een goede sigaar, al dan niet tot zich nam. Ik kan me moeilijk indenken dat Fortuyn zich op dit punt chantabel zou hebben opgesteld. Maar in de tegenwoordige politieke verhoudingen moet je als volgt kunnen redeneren: Leefbaar Nederland dacht, dat Mat Herben dacht, dat een militaire inlichtingendienst dacht, dat Pim Fortuyn dacht, dat een dreigende beschuldiging van drugsgebruik reden zou kunnen zijn om in te stemmen met de JSF.

Wat een soepzootje.

Bij mijn weten was Fortuyn voor de legalisering van drugs omdat de bestrijding ervan onevenredig beslag legt op de capaciteit van politie, justitie en gevangeniswezen, maar ik wil me niet scharen onder de uitleggers van het gedachtegoed van Pim. Relevanter is dat de drie partijen die deelnemen aan de kabinetsformatie een einde willen maken aan de succesvolle experimenten met vrije heroïneverstrekking onder medisch toezicht. Daarentegen komt nog meer nadruk te liggen op de strafrechtelijke aanpak van drugsverslaafden. Een symptomatische keuze: een benadering van het drugsprobleem uit het perspectief van de volksgezondheid maakt plaats voor hardere strafrechtelijke repressie.

Criminaliteit en onveiligheid zullen hierdoor alleen maar toenemen, dus kiezers die op 15 mei uiting wilden geven aan gevoelens van onveiligheid en angst voor misdaad worden slecht bediend. Toch vrees ik dat deze tijdens de formatiebesprekingen uitgezette beleidslijn wel degelijk in overeenstemming is met de bij de verkiezingen tot uiting gebrachte bezwaren tegen `het gedogen'. Zoals alle bezwaren tegen de tijdgeest, zijn ook deze gebaseerd op heimwee naar oude tijden. En dat heimwee is van alle tijden. Zo klaagde Isaac da Costa in zijn Bezwaren tegen den geest der eeuw (1823) al dat ,,men de misdadiger minder streng kastijdt dan eertijds''. De klaagzang van Da Costa over de tijd waarin hij leefde, laat zich lezen als voorstudie voor het regeerakkoord Hersteld vertrouwen van Donner: gebrek aan morele tucht, geen autoriteit, geen matiging, geen rangorde meer in de waarden. De kreet `Hersteld vertrouwen', in de zin van herstel van de `vertrouwde normen en waarden', die van het monoculturele Nederland van de jaren vijftig, is een kreet van heimwee, perfect in overeenstemming met de reactionaire tendens van de verkiezingsuitslag.

Het is niet moeilijk te voorspellen dat de hieruit volgende verharding in het strafrechtelijke klimaat (zwaardere straffen, meer cellen, zero tolerance) nauwelijks daadwerkelijke invloed op aard en omvang van de criminaliteit zal uitoefenen. Het geloof in de werking van repressie – hoe meer strafrecht, hoe minder misdaad, hoe minder rechtsbescherming, hoe meer veiligheid – is een fabeltje.

Bij de formatie gelooft men daar zo sterk in, dat zelfs wordt gesproken over de benoeming van maar liefst twee ministers van Justitie. Veronderstelt men dat er dan ook twee keer zoveel misdaden worden opgelost? Als het doorgaat, krijgt de tweede minister van Justitie de portefeuille asielrecht en vreemdelingenbeleid om voor de bühne te demonstreren dat de asielkwestie in de sfeer van de criminaliteitsbestrijding ligt en niet over mensenrechten gaat. Ook dat is symptomatisch voor de verharding van het klimaat. En ook dit is louter symboolpolitiek.

Tevreden zal de grote meerderheid van de LPF-kiezers daar niet mee zijn. Volgens een NIPO-enquête spreekt 70 procent van hen zich uit voor herinvoering van de doodstraf. Over de hele Nederlandse bevolking gerekend houden voor- en tegenstanders van de doodstraf elkaar ongeveer in evenwicht, bij de aanhang van de drie beoogde regeringspartijen is er een meerderheid voor. Natuurlijk is het onvoorstelbaar dat Nederland het in de Grondwet verankerde verbod op de doodstraf werkelijk zou opheffen. Het zou trouwens niet kunnen, gezien het Europese Verdrag voor de rechten van de mens. Helaas blijkt bijna de helft van de Nederlandse bevolking en 70 procent van de LPF-kiezers niet zo zwaar te tillen aan de rechten van de mens, bang als zij zijn voor criminelen en vreemdelingen.

Laten we dus vooral niet denken dat het in de Chinese cultuur zit, dat daar woensdag ter gelegenheid van de internationale antidrugsdag demonstratief 64 drugshandelaars ter dood zijn gebracht tijdens massale publieke bijeenkomsten. Het zit niet in de Chinese cultuur, deze gruwelijke manier om luister bij te zetten aan de internationale bestrijding van de drugshandel, het is de ultieme ontmenselijking van hen die zich buiten `de orde' hebben geplaatst en alleen als gevaar voor de samenleving, niet als mensen worden gezien. Dit immers is het wezen van de doodstraf – of het nu in de Chinese dictatuur, in de door doodstraffen ontluisterde Amerikaanse rechtsorde of in de door angsten geplaagde fantasie van brave Nederlandse burgers gebeurt.

Uit de genoemde NIPO-enquête komt naar voren dat de roep om de doodstraf is verhevigd door de aanslagen in Amerika op 11 september en de moord op Fortuyn. Weinig verbazend: het is moeilijk uiting te geven aan de verontwaardiging over de moord op Fortuyn zonder te denken aan vergelding en wraak en het is nog moeilijker een argument te vinden tegen de doodstraf voor Bin Laden, gegeven de omvang van de door Al-Qaeda gepleegde terreurdaden. Behalve dan dat de stelling van Amnesty International, `tegen de doodstraf, altijd en overal', geen uitzonderingen toelaat. Niet in het geval-Bin Laden en niet in het geval van Volkert van der G. (omdat de Nederlandse rechtsorde moet worden verdedigd, ook tegen publieke sentimenten).

Die publieke sentimenten – in tijden van nood of verwarring nog gevaarlijker dan anders – worden met het nu in zwang geraakte complotdenken bespeeld. Een sterk staaltje hiervan gaf deze week het Tweede-Kamerlid Janssen van Raay ten beste. Hij meent te weten dat de moordenaar van Fortuyn in opdracht van Al-Qaeda heeft gehandeld.

In dat geval hebben we zéker niet genoeg aan twee ministers van Justitie.