Verfoeilijk fatsoenlijk

Om je dood te ergeren. De drie Utrechtse schoolleiders aan het woord in deze krant. Over het vmbo, het onmogelijke schooltype in het leven geroepen omdat beleidsmakers weigeren te erkennen dat er leerlingen zijn die, na een moeizame worsteling door de basisschool, niet nog eens jarenlang het schoolleven onmogelijk moet worden gemaakt met algemene vorming. De drie schoolleiders bekritiseren terecht de overheid die dit bedacht, en vervolgens, geheel ten onrechte die ouders die hun kinderen liever sturen naar een mavo die deel uitmaakt van een havo/vwo school dan naar hun zwarte vmbo. Of, net zo verfoeilijk vinden zij, hun kroost sturen naar een school in Breukelen. Het is het gevolg van de prestatiedrang van veel ouders, hekelt het drietal dit gedrag.

Nu zijn de drie schoolleiders niet te beroerd om te erkennen dat de cultuur bij hen een andere is dan daar. Natuurlijk komen hun leerlingen vaker in aanraking met de politie. Zij lossen conflicten eerder op met de vuisten dan met hun mond. Het is hier zeker geen criminele bende. Dat beeld is overtrokken. Af en toe gaat het er wel stevig aan toe, zijn er vechtpartijen en heftige ruzies. ``Het is hier soms net Westside Story.''

Het vbo had een slechte naam. Men dacht die te verbeteren door het samen te voegen met de mavo. Door de problemen te verdunnen meende men dat ze daarmee minder erg zouden worden. Dat was een domme gedachte. De oplossing voor het vbo was geweest na te gaan wat de oorzaak ervan was dat leerlingen in die zwakste schoolsoort belanden. Taalproblemen bij allochtonen, gebrek aan motivatie, gedragsproblemen, en daar had je dan gericht iets aan moeten gaan doen. Maar nee, men heeft gegrepen naar het wapen waar de onderwijspolitiek zich al jaar en dag door laat leiden. `What is in a name?'Nou, in onderwijsland alles. Noem het eerste schooljaar brugklas, en in naam zitten alle leerlingen op hetzelfde niveau, noem het vervolg Basisvorming, en alle leerlingen in Nederland, van vbo tot gymnasium, leren in de eerste jaren van de middelbare school allemaal hetzelfde. Noem het vbo vmbo en ze horen ineens niet meer tot de groep met gedrags- en/of leerproblemen, maar tot de grootste helft van alle Nederlandse leerlingen. Weg problematische groep dus. Maar niet heus. Die probleemleerlingen blijven en veel ouders zijn gelukkig verstandig genoeg om ervoor te zorgen dat hun kinderen daar niet tussen terecht komen.

Niets verfoeilijke prestatiedrang. Die ouders realiseren zich gewoon dat kinderen op school heel wat meer leren dan alleen wat de lessen inhouden. Ze zijn in de leeftijd dat ze sociaal worden gevormd, op het verkeerde pad terecht kunnen komen, iets wat al die verfoeilijk fatsoenlijke ouders tot verbazing van de drie schoolleiders liever niet zien. Die ouders willen graag dat hun kinderen terecht komen in een omgeving waar ze conflicten met de mond oplossen en waar de politie liefst helemaal nooit over de vloer komt. Gek, hè?

Ed Veenstra is de projectleider van de vmbo-operatie. Daarvoor was hij dat van de al even deerlijk mislukte Basisvorming. Hij heeft me ooit geprobeerd uit te leggen waarom dat een beloftevolle onderneming was. Toen ik het niet begreep, gaf hij me enkele teksten waarvan ik al evenmin iets begreep. Een oprechte gelovige in de middenschool en daarom ingehuurd om dit soort wensdenken te propageren. Waarin hij blijkbaar slaagt getuige de drie schoolleiders die het wagen om ouders die hun kinderen verre willen houden van een cultuur die godzijdank de hunne niet is, te betichten van overtrokken prestatiedrang. Ed Veenstra geeft toe dat het vmbo na drie jaar ``nog niet vlekkeloos'' loopt. ``Nog niet''. Het getuigt bepaald niet van realiteitszin.

prick@nrc.nl