Strafhof: postbus 19519, 2500 CM Den Haag

Vanaf maandag kan er aangifte worden gedaan bij het Internationale Strafhof in Den Haag. Maar wat gebeurt er daarna? Voorlopig bestaat het Hof uit vijf mensen zonder vaste kantoorruimte.

Postbus 19519, 2500 CM Den Haag.

Vanaf maandag kan op dit adres aangifte worden gedaan van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en agressie. Op die dag, 1 juli, is het statuut van het Internationaal Strafhof van kracht. Maar het zal nog lang duren voordat een klacht zal worden onderzocht. Voorlopig is het strafhof niets méér dan een postbusnummer in Den Haag.

De aangiftes worden door een voorlopige staf, het zogenoemde advance team, in ontvangst genomen, geregistreerd en opgeslagen. Dit team bestaat uit vijf mensen en is voorlopig gehuisvest in het ministerie van Buitenlandse Zaken. Er wordt nog niks met klachten gedaan; het advance team gaat bijvoorbeeld nog geen bewijsmateriaal verzamelen.

Pas als het strafhof echt aan het werk gaat, in de loop van 2003, volgt een beslissing of de klachten wordt onderzocht. Het hof mag alleen oordelen over misdrijven die ná 1 juli 2002 worden gepleegd.

Het statuut is door 139 landen ondertekend en door 73 geratificeerd (volgens de website www.iccnow.org.) Deze laatste groep vergadert in september in New York en dan worden de eerste stafleden benoemd. De benoeming van de gekozen leden van het strafhof – rechters, aanklager en griffier – volgt na een bijeenkomst van de verdragspartijen in de loop van volgend jaar. Pas wanneer rechters, aanklager en griffier zijn geïnstalleerd, kan een begin worden gemaakt met onderzoeksprocedures en besluitvorming met het oog op rechtszittingen. Eind 2003 zullen er ongeveer tweehonderd mensen bij het strafhof werken.

Het Internationaal Strafhof wordt tijdelijk ondergebracht in `de Arc', aan de Maanweg in Den Haag. Het hof krijgt in 2007 definitieve huisvesting in een nieuw gebouw op het terrein van de Alexanderkazerne in Den Haag. Nederland heeft zich financieel garant gesteld voor de inrichting van honderd werkplekken in het eerste jaar van het functioneren van het hof.

Iedere staat die het statuut heeft ondertekend, mag een zaak voorleggen aan de aanklager, ongeacht of er een verband bestaat tussen de desbetreffende staat en het vermeende misdrijf. Daarnaast heeft de aanklager zelf óók de bevoegdheid een zaak aan het hof voor te leggen. Ook de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft die bevoegdheid. De Veiligheidsraad kan bepaalde zaken voor een beperkte tijd tegenhouden, als de raad vindt dat procedures via het strafhof een obstructie vormen voor uitoefening van de bevoegdheden voor handhaving van internationale vrede en veiligheid.

De misdrijven die onder de rechtsmacht van het hof vallen, moeten in beginsel eerst door de staten zelf worden berecht. Het strafhof is geen substituut voor de nationale rechtbank. Het strafhof behandelt alleen een zaak als nationale staten ,,niet bereid'' of ,,niet in staat'' zijn deze te vervolgen. Zo'n beslissing wordt door het hof zelf genomen.

Het hof heeft rechtsmacht over vier misdrijven:

genocide; handelingen met het doel bepaalde nationale, etnische en religieuze groepen uit te roeien.

misdrijven tegen de menselijkheid; moord, deportatie, marteling, verkrachting als onderdeel van een grote wijdverspreide of systematische schending die gericht is tegen een bevolkingsgroep.

oorlogsmisdrijven; misdrijven als het gebruik van verboden wapens, aanvallen op burgerdoelen, mishandeling van krijgsgevangenen, gijzelingen, seksuele misdrijven.

agressie; dit misdrijf is nog niet gedefinieerd, omdat de verdragspartijen hierover geen overeenstemming konden bereiken. Het strafhof krijgt pas rechtsmacht over agressie wanneer de partijen het eens zijn over een definitie. Op zijn vroegst kan dat gebeuren op de eerste herzieningsconferentie die volgens het statuut staat gepland voor 1 juli 2009.

Het statuut, de lijst van staten die het statuut hebben ondertekend en/of geratificeerd, alsmede aan het statuut gerelateerde officiële documenten zijn te vinden op: www.un.org/law/icc