Steeds groter, steeds hoger, steeds duurder

Het eeuwige vermaak van de kermis maakt een proces van schaalvergroting door: steeds minder exploitanten beheren steeds meer attracties. Om de investeringen op te brengen moeten ze het hele jaar doorwerken, ook in het buitenland. `De grote jongens beseffen dat ze elkaar nodig hebben.'

De zoon van Ben Kulpe nam drie jaar geleden deels het spookhuis en de draaimolen van zijn vader over. Ben (60), en zijn vrouw Francine (57), hoefden daarna alleen nog op de kermissen te werken die ze leuk vonden: die in Hoorn bijvoorbeeld, waar ze hun woonwagen vlakbij de kermis mogen zetten en ze de kassa's pas laat in de middag hoeven te openen.

Ben en Francine drinken thee op de roodfluwelen bank van hun woonwagen, vlakbij de kermis van Geleen. De waslijnen van de tientallen woonwagens op het terrein raken elkaar bijna. Ze zeggen dat ze de kermiswereld verzakelijkt vinden. Tot een paar jaar geleden ging iedereen nog wel eens wat bij elkaar drinken, of aten ze 's avonds samen. De meeste exploitanten hadden toen nog maar één attractie en daar konden ze van leven.

Steeds minder ondernemers exploiteerden steeds meer attracties. Het aantal Nederlandse kermisexploitanten daalde de afgelopen tien jaar, van duizend naar achthonderd, deels door vergrijzing. Het aantal attracties nam toe, van ruim 1.200 tot bijna 2.000.

Buitenlandse, vooral Duitse kermishouders wisten schaarse kermisplaatsen in te nemen, en de attracties werden hoger, sneller en duurder. De concurrentie nam toe. Op een kermis kwamen drie achtbanen te staan, in plaats van één, waardoor de eigenaren hun geld op een andere manier moesten zien te verdienen. Ze investeerden in nog meer andere attracties, waardoor ze weer harder moesten werken om de kosten eruit te halen.

Het seizoen breidde uit. Duurde het kermisseizoen tot een paar jaar geleden van pasen tot oktober, nu werken de ondernemers het hele jaar door. De Kulpes weken de afgelopen winters uit naar Letland en Praag. ,,Anderen hebben een vaste oliebollenkraam in december'', zegt Bertus Donks, voorzitter van de bond van kermishouders Bovak. En sommigen stoppen ermee.

Ieder jaar komen op de derde maandag in januari ruim honderd kermishouders bijeen in café De Druiventros in Tilburg om een standplaats te bemachtigen op de grootste en een van de duurste kermissen van de Benelux. Dit jaar stuurde Job de Voer (62) zijn zoon. De Voer kent de gang van zaken intussen wel: de spanning of je wel genoeg pachtgeld hebt geboden voor een standplaats, of juist te veel. Nadat hij veertig keer achtereen met zijn gokkramen op de Tilburgse kermis heeft gestaan, heeft hij er alle vertrouwen in dat het ook dit jaar zal lukken. Net als zijn zoon en dochter en schoonzoon, die grijpkranen, een jackpot, een katapult en een booster (waarin mensen razendsnel heen en weer worden geslingerd) beheren.

Voor elf uur 's ochtends moeten de kermisondernemers in De Druiventros een gesloten envelop hebben afgegeven met daarin een bod voor een standplaats op een van de terreinen waarin het kermisgebied is ingedeeld. Even na elven leest de Tilburgse kermisambtenaar Rob van den Boogaard die biedingen hardop voor. Zo weet iedere exploitant hoeveel de ander geboden heeft en kan hij daaruit opmaken of hij een plaats heeft bemachtigd, en waar. En of hij daar een goede prijs voor heeft betaald. De Voer bood voor een stek voor zijn grijpkranenzaak `Happy Hour' op de Heuvel bijna 62.000 euro. Op de Markt is een botsauto 67.000 euro waard, de eigenaar van een suikerspinkraam bood 7.500 euro.

Niet iedereen wacht de uitslag van de verpachting zo ontspannen af als De Voer. Bertus Donks van de kermisbond Bovak weet dat de verpachting in Tilburg voor veel van zijn leden de spannendste dag van het jaar is: ,,De mensen zitten echt trillend op hun stoel te wachten.'' Het voorlezen duurt een paar uur, omdat de ondernemers met iedere attractie apart op ieder kermisterrein kan bieden. De exploitanten vogelen het vantevoren helemaal uit: als hij daar biedt, ben ik de hoogste bieder hier. Dit jaar boden eigenaren met ruim 700 attracties op 198 stukken grond.

De exploitanten maken onderling afspraken. Als te veel botsautootjes op een kermis staan, verdienen ze er geen van allen aan. Daarom beloven exploitanten van gelijksoortige attracties elkaar bijvoorbeeld om niet naar twee kleinere, maar winstgevende kermissen te gaan, als de ander zich niet in Tilburg vertoont. Maar soms worden ze verrast. Dan hadden ze er op gerekend dat iemand hoger of lager zou bieden, of op een andere kermis zou staan. Volgens Kulpe is de concurrentie namelijk te groot om waterdichte afspraken te kunnen maken. Hij heeft in Tilburg wel eens 20.000 gulden ,,los gezeten'': dat bood hij dan meer dan de hoogste bieder na hem.

Tot een paar jaar geleden was het nog wel eens ruzie tijdens de verpachting, zegt Van den Boogaard. De kermisambtenaar denkt dat de strijd nu even is gestreden. ,,Er was altijd een broeierige sfeer, maar de verhoudingen in de kermiswereld zijn even gesetteld, met name onder de grote jongens met miljoenenzaken. Ze beseffen dat ze elkaar nodig hebben.''

De Voer noemt de kermiswereld dan ook net als Van den Boogaard `verzadigd'. De grote jongens worden groter. De concurrentie in het grootvermaak – dat zijn de snelle en hoge attracties – is het felst omdat de investeringen in de miljoenen lopen. Bovendien wordt het publiek steeds verwender, zegt Kulpe. Als je iets nieuws hebt, bijvoorbeeld de hoogste of snelste attractie dan kan je veel geld verdienen. Ook omdat je met een publiekstrekker geen pachtgeld hoeft te betalen. Maar dan moet je wel de eerste zijn.

Er zijn vijf categoriëen attracties, zegt vakbondsman Donks: verkoop, kindervermaak, grootvermaak, kijkwerk en oefeningsspelen. Eigenaren stappen zelden over naar een andere categorie. Het zijn andere mensen, zegt Donks. ,,De mensen van het kijkwerk zijn heel spraakzaam, die van het grootvermaak de hardste werkers. Die van de verkoop zijn wat bedaarder.'' De zoon van De Voer stapte over naar het grootvermaak, maar dat kwam doordat de vader van zijn vrouw in het grootvermaak zit.

Tilburg streek dit jaar een miljoen gulden meer aan pachtgeld op dan vier jaar geleden. Van den Boogaard zegt dat de gemeente – na het inhuren van beveiligingmensen, het uit de grond halen van abri's, vuilnisbakken en verkeerslichten en na de aanleg van electriciteitsdraden – er ongeveer de helft aan overhoudt. Tilburg rekent deze inkomsten als vast onderdeel van de gemeentebegroting.

De kermishouders klagen over de hoge pachtprijzen, maar komen ieder jaar weer terug. Omdat ze er toch wat aan overhouden, omdat het een prestigekwestie is om in Tilburg te staan en omdat er in diezelfde periode maar twee andere noemenswaardige kermissen zijn waar ze hun geld kunnen verdienen. ,,Je kan in Tilburg goed geld verdienen'', zegt De Voer, ,,maar je kan er ook flink de boot in gaan.''

In het algemeen behalen exploitanten volgens hem een winst van vijf tot zes procent op de pachtprijs. Dat is minder dan het ooit was. Behalve op Roze Maandag, de drukste kermisdag, lopen de inkomsten volgens de ondernemers ieder jaar terug. En met te warm weer kan de winst omslaan in een fors verlies. `Dames bloot, handel dood', is volgens vakbondsman Donks een bekende kermisuitspraak. Voor regen, mond- en klauwzeer en economische tegenslagen bestaat geen kermisgezegde. Een kermis aan het begin van de maand is minder gunstig dan aan het eind, als bezoekers hun salaris binnenhebben. En als in een stad een grote fabriek sluit, merken kermishouders dat.

De enorme belangen die op het spel staan, verleiden de ondernemers al jaren tot verwensingen en bedreigingen aan buitenlandse, voornamelijk Duitse kermisexploitanten die een plaats onderhuren van een Nederlandse exploitant. Volgens Van den Boogaard is tegen dat onderverhuren, of het doorverkopen van een standplaats weinig te doen. Ook zijn er ieder jaar enkele rechtszaken tegen de gemeente van ondernemers die geen standplaats hebben verworven. Tot nu toe heeft de gemeente iedere keer gewonnen. Dit jaar is het vooral de Tilburgse horeca die het gemeentebestuur tegen zich heeft gekregen. Een groot evenemententerrein net buiten de kermis op Roze Maandag wordt namelijk beheerd door eigenaren van Amsterdamse gaycafé's.

Een kermisexploitant die enkele miljoenen in een nieuwe attractie heeft geïnvesteerd, heeft de kermis in Tilburg, met een miljoen bezoekers, nodig. De omzetten zijn er hoog en je kan er hogere ritprijzen vragen dan op andere kermissen. Op de Geleense kermis betaalt een bezoeker bijvoorbeeld twee euro voor een rit in Ben Kulpes spookhuis, de `Roller Ghoster'. In Tilburg verkoopt Kulpe kaartjes de eerste dag voor vijf euro, bij voldoende animo verhoogt hij de prijs al gauw naar zo'n zevenenhalve euro of meer. Volgens kermisambtenaar Van den Boogaard zijn de hoge ritprijzen enkele malen besproken in de raad, maar gaat de gemeente ervan uit dat de markt zichzelf reguleert.

Ook De Voer zegt de minimale inzet in Tilburg zo'n drie maal te verhogen ten opzichte van andere kermissen. Bovendien geeft hij minder prijzen weg. Op veel kermissen geeft hij soms tot eenderde van zijn handel weg, ,,voor de klantopbouw''. De bezoekers weten zo waar ze een dag later terug moet komen. Vooral in Limburg en Brabant, zeggen de kermishouders, leggen mensen geld opzij voor de kermis. ,,Het is echt hún feest'', zegt De Voer. In veel dorpen is de kermis een ontmoetingsplaats.

Ben en Francine Kulpe wekken dan ook niet de indruk dat ze staan te springen om naar Tilburg te gaan. Ze hebben zich ingeschreven, betaalden pachtgeld en zullen er waarschijnlijk hun geld verdienen. Maar de kermis is zwaar voor ze, vooral voor Francine. Kermisvrouwen werken mee op de kermis, voeren de boekhouding, koken, wassen de kleren voor de familie en het ingehuurde personeel en zorgen voor de kinderen.

Zo ziet Francines ochtend er op een middelgrote kermis uit: ,,Ik sta op en zorg dat ik er zelf leuk uitzie. Om negen uur, half tien sta ik soms al voor al het personeel de aardappelen te schillen. Om twaalf uur heeft iedereen een warme maaltijd, want om één uur moet de kassa open.'' Overdag helpt ze mee kaartjes verkopen, 's avonds telt ze het geld en schenkt ze een borrel in voor Ben en haarzelf. In Tilburg lukt het niet om zelf te koken, omdat de kermis al om elf uur open gaat. Dan gaan ze tussen de middag uit eten. Ze liggen niet voor drie uur in bed, omdat de kermis later sluit.

Afgelopen winter gaf de 33-jarige zoon van Ben en Francine aan ermee te willen stoppen. Ben is teleurgesteld. Hij had er begrip voor gehad als zijn zoon direct na school een andere baan had gezocht. Maar nu ineens? Met een kermisbedrijf is een redelijk bestaan op te bouwen, zegt hij. ,,Daar moet wel een hele goede baan aan wal tegenover staan'', en dat is niet het geval. ,,Het komt door zijn vrouw'', zegt Francine. Zelf is ze ook een `burgervrouw'; Francines vader werkte bij machinefabriek Stork in Hengelo en had niets met de kermis te maken. Het duurde jaren voor ze door sommige kermisfamilies geaccepteerd werd, maar daar staat ze boven, zegt ze.

Volgens vakbondsvoorzitter Donks kiezen vooral jongeren steeds vaker voor een baan aan wal. Ze gaan studeren, worden chauffeur of gaan in de bandenhandel. Éen werd jurist, die noemen verschillende kermishouders. Ze zijn trots op hem. Maar veruit de meeste kinderen gaan het kermisbedrijf in. ,,Ze kunnen vaak niets anders'', zegt Ben Kulpe. Zijn dochter trouwde op haar negentiende met een kermisjongen. Zijn zoon werkt nu in het magazijn van de verpakkingsfabriek van Francines zwager.

Grijpkraaneigenaar De Voer legt uit dat de meeste kinderen hun ouders jaren moeten missen. Van jongs af aan verblijven ze in internaten, of wonen ze bij gastfamilies. Zodra ze niet meer naar school hoeven, staan ze te trappelen om mee te reizen, om weer bij hun familie te zijn. Zijn zoon heeft de bavo – de eerste middelbare schooljaren – doorlopen. ,,Dat laatste jaar was nog zweten. Mijn dochter heeft mavo of havo gedaan, dat weet ik niet meer, en toen trof ze een kermisjongen.'' De Voer heeft een kleinzoon van zestien. Die proberen ze door te laten leren. ,,Hij gaat de zakelijke kant op, de handel in.''

Het kermisbestaan is zwaar, zegt De Voer. Hij kent geen exploitant die oud wordt. Door stress en lichamelijke slijtage halen ze volgens hem de 65 vaak niet. Als de ondernemer opnieuw zou kunnen kiezen had hij een ander beroep gekozen, maar De Voer weet nu niet van stoppen. Hij zou het kermisbestaan gaan missen, zegt hij, zijn sociale leven heeft zich altijd op de kermis afgespeeld. ,,Je raakt al gauw geïsoleerd.'' De Voer zou het zich ook niet kunnen veroorloven, hij heeft weinig voorzieningen getroffen voor zijn oude dag. ,,Verstand hadden we toen nog niet.'' Zijn zoon en dochter kunnen zijn grijpkranen overnemen en die jaarlijks afbetalen. Hij kan een paar loodsen verhuren bij zijn huis in Apeldoorn. Zo kan hij het wel even uithouden.

Ben en Francine zeggen altijd met veel plezier te hebben gewerkt, maar ze zouden het nu zo fijn vinden om te stoppen. Zeker nu ze kúnnen stoppen. Ze hebben aan het kermisbestaan een mooi huis in Hengelo overgehouden, met een grote loods die ze kunnen verhuren. De attracties en de luxe stacaravan kunnen ze verkopen. Ze rijden een BMW, Ben een klassieke Harley Davidson.

Ze hebben zich altijd al aan moeten passen, zegt Ben. Iedere week alles inpakken en verhuizen, nu moeten ze ook aan wal weer kunnen wennen.