Palestijnen kunnen alleen nog te voet hun dorpen uit

Zeven van de acht Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever zijn door het Israëlische leger herbezet. Minder bekend is dat al maanden honderden dorpen door Israël zijn geblokkeerd.

Het is een krankzinnig kat-en-muis spel, geeft zakenman Khader Taktaba toe. Maar wel met mensenlevens als inzet. Met de grootste moeite houdt Taktaba zijn four-wheel-drive op de nauwelijks begaanbare zandweg vol kuilen en rotsen die Umm Salamona verbindt met Murahrabah, twee dorpen tussen de heuvels van de bezette Westelijke Jordaanoever net buiten Bethlehem. ,,Wij laten deze sluipweg met eigen geld aanleggen'', vertelt hij. ,,Maar om de zoveel tijd komt het Israëlische leger langs en vorderen ze de graafmachines. Daarmee maken ze onze weg kapot en werpen ze enorme barricades op. Als ze weg zijn, gaan wij die barricades weer slopen. En zo verder.''

Dat Taktaba en de bewoners van beide dorpjes de ongelijke strijd met het Israëlische leger niet opgeven, komt doordat de zandweg nog hun enige verbinding vormt met de buitenwereld. Al vrij snel na het uitbreken van de tweede intifadah (opstand) in september 2000 heeft Israël de toevoerwegen naar honderden kleine dorpjes op de Westelijke Jordaanoever geblokkeerd met zand en stenen. Gemotoriseerd verkeer is niet meer mogelijk; de circa driekwart miljoen Palestijnen kunnen alleen nog te voet hun dorpen uit. Volgens Israël helpen de onbemande versperringen bij de bestrijding van terreuraanslagen. Maar dorpelingen wijzen erop dat eventuele terroristen zonder moeite over zo'n berg rotsen klimmen. Terwijl ambulances, watertrucks, openbaar vervoer en vrachtwagens stranden – tenzij ondernemende dorpelingen zoals Taktaba dwars door de akkers tussen de heuvels een zandweg aanleggen.

Deze intifadah is de aandacht vrijwel exclusief uitgegaan naar de zogeheten A-gebieden waar het Palestijnse Gezag volledige autonomie genoot. Dit zijn de grote steden als Ramallah, Jenin, Bethlehem. Ze vormen het politieke centrum van de Westelijke Jordaanoever, zijn de voornaamste leveranciers van zelfmoordterroristen en dus ook mikpunt van Israëlische vergelding. Sinds een week zijn ze voor onbepaalde tijd herbezet – een terugkeer naar de situatie van vóór het vredesproces.

Maar wat zich afspeelt in de honderden kleine Palestijnse dorpjes op de Westelijke Jordaanoever buiten de A-gebieden heeft veel minder aandacht gekregen. En dat terwijl steeds duidelijker wordt dat zich daar in alle stilte een humanitair drama voltrekt. Een overzicht van de Verenigde Naties toont aan dat vanaf 1 maart dit jaar in de 53 onderzochte dorpjes minstens tien baby's tijdens of kort na de geboorte zijn overleden omdat hun moeder het ziekenhuis niet of niet op tijd kon bereiken. Wie deze cijfers zou extrapoleren naar de hele Westelijke Jordaanoever tijdens de hele intifadah, komt op een enorme sterfte van meer dan honderd pasgeborenen. Daarbij komen dan nog de ouden van dagen, de nierpatiënten en alle anderen die acute hulp behoefden maar niet konden krijgen. ,,De toegang tot de dorpjes is zo moeilijk dat we het totaal aantal slachtoffers van de blokkades niet kunnen weten'', vertelt Cathy Pye van UNICEF die meerijdt met zakenman Khader Taktaba om in Murahrabah de kinderen in te enten.

Maar dat er veel mensen zijn gestorven doordat de dokter hen niet kon bereiken of andersom, laat zich raden, vervolgt Pye. Stel dat een vrouw tijdens de bevalling zuurstof nodig heeft, of een keizersnede. Dan moet ze eerst zeker 25 minuten in een auto over deze hobbelige weg naar het andere dorp, waar dan hopelijk achter de barricade een ambulance op haar kan wachten. En dan maar hopen dat de Israëlische soldaten bij de daaropvolgende bemande wegversperringen de ambulance niet tegenhouden. Dorpelingen vertellen hoe laatst een vrouw in de ambulance beviel. Een andere keer was de bevalling zo nabij dat die plaatshad bij de wegversperring. Toevallig was de dienstdoende Israëlische reservist in het dagelijks leven dokter zodat alles goed afliep.

Eindelijk arriveren Pye en haar team van Palestijnse verpleegsters in Murahrabah. Met een megafoon en via de luidspreker van de moskee worden alle moeders opgeroepen hun kinderen langs te brengen voor inenting. Het is hun enige kans, want het ziekenhuis in Bethlehem is onbereikbaar nu Israël de stad heeft herbezet en afgesloten van de buitenwereld.

Het is al snel een gekrijs van jewelste in de moskee. De imam zorgt voor drankjes voor de verpleegsters. ,,Ik stond op het punt te bevallen en moest toen met de auto over de hobbelige zandweg'', vertelt de 27-jarige Basma al-Sheikh als ze haar zoontje heeft laten prikken. ,,Het deed zo'n pijn.''

Dan gaat de imam naar boven om het dorp op te roepen voor het middaggebed. Iedereen komt want iedereen is werkloos. De boeren kunnen hun dure fruit niet meer verkopen in de omgeving en voeren het nu aan hun schapen. De steenhouwfabriek is dicht, want de producten kunnen niet meer vervoerd worden. ,,De imam is fantastisch'', zegt een dorpeling. ,,Hij regelt dat de elektriciteits- en waterrekeningen hierheen worden gebracht zodat we die kunnen betalen. Anders wordt dat ook nog afgesloten.'' Het is een patroon dat overal optreedt nu het Palestijnse Gezag instort: religieuze instanties als de moskee en religieuze bewegingen als Hamas vullen het vacuüm en bouwen zo gestaag door aan hun machtsbasis.

Na een uur moeten de verpleegsters van UNICEF alweer weg, want Israël heeft in het hele gebied een uitgaansverbod ingesteld en dat gaat over anderhalf uur in. De weg terug is nog verre van eenvoudig. Formeel horen de humanitaire afdelingen van de VN zoals UNICEF buiten spertijd overal toegang te krijgen. Maar de Israëlische soldaten trekken zich daar vaak niets van aan. Een soldaat eiste tegen alle regels in de diplomatieke VN-auto te inspecteren. Tegen de Palestijnse chauffeur zei hij: ,,wacht maar tot ik jou een keer te pakken krijg zonder dat de VN erbij zijn.''