Overgang

Medici en cijfers: ze begrijpen elkaar zelden. Dat hoeft natuurlijk geen ramp te zijn: de medicus is er om voor de gezondheid van zijn patiënten te zorgen en de cijfers zijn bestemd voor anderen om de gezondheid van de bevolking te beschermen. Maar het gaat niet goed als medici `de cijfers' zelf gebruiken om een keuze voor of tegen een behandeling te maken. Volgens de gynaecoloog Trudy Trimbos-Kemper `komt op duizend vrouwen er na vijf jaar een bij [met borstkanker]' als het gaat om het slikken van oestrogeen (`Bloed, zweet en tranen', W&O, 15 juni). `Dat lijkt me aanvaardbaar', zo gaat het citaat verder.

Echter, de cijfers die elders in het artikel gebruikt worden slaan op de jaarlijkse incidentie per 1000 vrouwen. Concreet; een vrouw van 45 heeft nog zo'n 35 jaar voor de boeg; bij een incidentie van 2,5 per 1000 per jaar zonder hormoon-therapie heeft een vrouw een kans van 8,5% (35 maal 2,5 maal 100/1000) om gedurende haar resterende leven borstkanker te krijgen. Vijf jaar slikken van oestrogeen, door alle vrouwen boven 45, geeft een kans van 9,25%, een stijging van 0,75%. Eenzelfde scenario met gebruik van 10 respectievelijk 15 jaar leveren kansen van 10,5 % respectievelijk 12,25 % voor de gehele vrouwelijke bevolking boven 45. Verhogingen dus van 1,75 % respectievelijk 3,5 %. Bij het beoordelen van het gebruik van gevaarlijke stoffen zouden deze cijfers voldoende zijn om het product uit de schappen te halen.

Gelukkig hebben de huisartsen een verstandiger beleid: hun scenario, ik zal u de details besparen, levert een verhoging van de kans op borstkanker van 0,14%: inderdaad 1,4 op de 1000 vrouwen extra maar dan wel over de gehele periode van 35 resterende levensjaren.

De modelleurs van het RIVM kunnen uiteraard subtielere scenario's doorrekenen, waarbij men ook rekening houdt met het niet onbelangrijke detail dat enerzijds men maar één keer dood kan gaan, maar anderzijds vrouwen meer dan één keer borstkanker kunnen krijgen. Een suggestie voor een volgend bloedstollend artikel wellicht?