Laat mij toch maar hier

Correspondent Marjon van Royen schrijft over haar leven in Rio de Janeiro.

Af en toe zie ik hem weer, als ik op vrijdag ga poolen in de sloppenwijk. Zijn spel is even belabberd als het schilderwerk dat ik hem ooit heb laten doen. Maar zijn humeur is nog steeds onverwoestbaar. Twee maanden lang penseelde hij op die ene muur. Vrolijk fluitend, met een muts over zijn zwarte hoofd tegen de spatters, verscheen hij elke dag weer om een klus te klaren die hij niet aankon. Het was duidelijk dat hij nooit had geschilderd.

Logisch eigenlijk. In zijn eigen huisje heeft Orlando niet eens een vloer. En hoeveel kamers en huizen heb ik in mijn leven wel niet geschilderd? ,,Binnen een week is je hele huis af'', hield hij enthousiast vol. ,,Daarna word ik voetballer.'' Hij beschreef zijn droom van een huis buiten de sloppenwijk, en zijn kinderen op de privé-school. ,,Zodat ze later de hele dag op hun kont achter de computer kunnen zitten. Net als jij.'' Maar Orlando, voetballer op je 34ste? ,,Je moet in de toekomst blijven geloven'', antwoordde hij grijnzend. ,,Als je daar niet in gelooft wordt alles donker en saai.''

Nog steeds is Orlando geen voetballer. Wel heeft hij soms een baan. Eens in de twee jaar, als er verkiezingen zijn. Dan loopt hij als wandelend uithangbord door de sloppenwijk om stemmen te werven voor deze of gene partij. Links of rechts, het maakt hem niet uit. Altijd prijst hij zijn nieuwe politieke broodheer even gretig als de vorige. Zijn geloof in de toekomst is nu eenmaal rotsvast: ,,Het Brazilië van morgen! We lossen alle problemen op.''

De laatste tijd moet ik vaak aan hem denken. Mijn baas bij de krant wil dat ik terugkom naar Nederland. Soms lees ik ook hier iets over dat verre land. `Kim Wok afgetreden', stond er een paar maanden geleden in de krant. En toen: `Extreem-rechtse xenofoob neergeschoten.' Het klonk anders dan toen het homohuwelijk en de koffieshop nog over de pagina's dansten. Het klonk schrijnend en donker en zonder veel droom voor de toekomst. ,,Het is tijd voor de hoogste waakzaamheid'', schreef een vriend over de sfeer in het land.

Ik denk weer aan mijn baas die vindt dat ik eigenlijk te veel over de `onderkant' van de samenleving hier schrijf. Te schrijnend, te donker misschien. Maar laat mij toch maar hier. Afgelopen vrijdag kwam ik Orlando weer tegen. Zijn biljartspel was zoals altijd een ramp. ,,Hé, wil je geen kind van mij'', zei hij opeens toen hij zijn stok wegzette. ,,Ik maak hele mooie.'' Maar Orlando, jij bent geen voetballer, en ik heb geen vast inkomen, en ben 45 jaar oud. Hij haalde zijn schouders op en liep de kroeg uit: ,,Je weet maar nooit wat de toekomst brengt'', riep hij over zijn schouder. ,,Als je er maar in gelooft.''