Koude soep

Koude soep op warme dagen is uitermate verfrissend. De combinatie van gekookte courgette met vrijwel rauwe waterkers in onderstaande soep is heel apart. Het recept kreeg ik van de vriendin die ook verantwoordelijk is voor de luie ossenhaas en de crumble met banaan en aardbeien die hier ooit aan de orde kwamen.

Daags voordat ik eens bij haar ging eten, ontmoetten wij elkaar onverwacht op een tentoonstelling. De soep voor morgen is al klaar, meldde ze zorgeloos. Het bleek deze soep te zijn, die ze weliswaar warm serveerde samen met flinterdun gesneden schijfjes Pain Poilâne, dat verfijnde zuurdesembrood van de wereldberoemde Parijse bakker Lionel Poilâne; ze had het brood licht geroosterd om de smaak beter te doen uitkomen. Naar mijn bevinding komt de frisheid van deze soep echter beter tot zijn recht als ze koud wordt geserveerd. Gebruik lekkere bouillon, getrokken van vlees met bot, verse groenten, kruiden en wat specerijen. Dat maakt alles uit. Bouillonblokjes geven een harde smaak en bevatten veel te veel zout.

Bereiding: Snijd de courgettes met schil en al in plakjes. Verhit de olie in een ruime pan en fruit daarin op halfhoog vuur al roerend de prei tot de reepjes zacht beginnen te worden (niet laten kleuren). Roer de plakjes courgette erdoor, voeg de bouillon toe en breng aan de kook. Laat alles in gesloten pan op laag vuur 20 minuten koken, of tot de courgette gaar is. Snijd zo'n 5 cm van het bosje waterkers aan de steelzijde weg; er moet circa 175 gram van het bosje resteren. Was de waterkers, bundel blad en stelen en snijd ze twee maal door.

Draai na de aangegeven kooktijd het vuur uit en strooi de stukjes waterkers over de hete soep. Laat afkoelen in gesloten pan. Pureer alles in een blender of foodprocessor, proef of de soep voldoende gezouten is en maal er peper naar wens bij.

Wie warme soep prefereert, brengt de soep vlak voor gebruik krap tegen de kook aan.