Individualisme is te ver doorgeschoten

De nieuwe openheid over taboe-onderwerpen betekent niet dat de maatschappelijke problemen snel worden opgelost. Herstel van waarden en normen kost tijd. Onderwijs en socialisme bieden soelaas, meent René Hoksbergen.

Het is een culturele omwenteling dat de afgelopen maanden onderwerpen als immigratie, criminaliteit door allochtonen, radicale imams en de volheid van Nederland open voor het voetlicht worden gebracht. Tot opluchting van velen. Artikelen, ook in deze krant, liegen er niet om. Journalisten kijken kritischer naar de eigen aanpak. Ook zij worden beschuldigd van demonisering en verkettering van mensen die bijvoorbeeld anders denken over vreemde culturen (Jan Greven, NRC Handelsblad, 15 juni). Allang bestaande gevoelens van onvrede krijgen alle kans.

Zo acht ik het artikel `Het taboe op slechtheid' van Tom-Jan Meeus in deze krant van 22 juni onthullend. Daarin vertelt de Rotterdamse commissaris Henk Jansen hoe de toegenomen georganiseerde criminaliteit, de oververtegenwoordiging daarin van met name Antillianen, Marokkanen en Turken, en de groei van geweld bij misdrijven, in de doofpot verdwenen door overheidsbeleid en taalgebruik. Linkse politici wilden er niet aan dat mensen soms slecht zijn, heel slecht, aldus Jansen. Dit paste niet in de linkse ideologie; de werkelijkheid werd ontkend.

Linkse dogma's blokkeren een open debat over immigratie. Het linkse beleid werkt averechts op de nood in de Derde Wereld, aldus een immigrant in de Volkskrant van 14 mei. Voor de hulp aan de circa 80.000 `asielzoekers', van wie 98 procent economisch vluchteling is – kosten circa 2 miljard euro per jaar – zouden tientallen miljoenen echte vluchtelingen geholpen worden. De vluchtelingorganisatie UNHCR heeft een budget van 1,5 miljard euro voor opvang van ruim 20 miljoen vluchtelingen.

Betekent deze openheid dat spoedig oplossingen gevonden worden? Ik betwijfel dat. Daarvoor zijn de maatschappelijke problemen te complex en omvangrijk. En er zijn belemmeringen. Zal de grote groep bestuurders van linkse signatuur de door de partijpolitiek ingehamerde dogma's en opvattingen gemakkelijk kunnen verlaten? Zullen burgemeesters en wethouders van linkse signatuur in de grote steden inderdaad streng doch rechtvaardig zijn – zoals Willem Drees dat was?

De discussie over de radicale imams doet mij al twijfelen. Men veronderstelt dat met deze mensen overleg mogelijk is. Is dat zo? Waar sprake is van gedrag en politieke overtuiging, gestoeld op een onaantastbaar geloof (welk geloof ook), zullen alle middelen het doel heiligen. Dus ook het middel van het schijnbaar reële en open overleg. De fundamentalist wijkt niet van zijn standpunt af.

Ook de in de afgelopen decennia ontwikkelde wetgeving behoeft kritische analyse. De privacywetgeving bijvoorbeeld wordt door de criminaliteit handig gebruikt. Opsporing wordt er niet door bevorderd. Meer regelingen moeten op de schop – denk aan het gedwongen vrijlaten van een misdadiger vanwege een `vormfout' in de procedures. Recidivisme moet veel harder worden aangepakt. Het is treurig en absurd dat een relatief kleine groep zoveel schade toebrengt aan de samenleving. Misschien moet kritisch naar ons systeem van straftoewijzing gekeken worden. Daar waar bepaalde straffen nauwelijks leiden tot beperking van misdadig gedrag en dus recidivisme, moeten andere straffen worden opgelegd. Zonder tot barbarisme te vervallen kan dan gedacht worden aan bepaalde lijfstraffen.

De laatste maanden wordt gewezen op het verval van normen en waarden, de verloedering van de samenleving. Als dit zo is, moet dan niet gedacht worden aan de basis waarop elke samenleving rust: opvoeding en onderwijs? Onderwijs kan rechtstreeks de integratie bevorderen. Al jaren pleit ik voor invoering van een vak als `omgangskunde' of hoe je het ook maar wilt noemen. Kinderen, bijvoorbeeld vanaf groep zes (tienjarigen en ouder), leren wat het betekent om positief of negatief met elkaar om te gaan, via voorbeelden, video's en experimenten, en wat de emotionele gevolgen zijn voor de ander, die gepest, bestolen, mishandeld wordt.

Het onderwijs zou rechtstreeks het invoelingsvermogen en daarmee het sociaal gevoel van de kinderen kunnen versterken. Duidelijk moet worden gemaakt waarom wij in onze samenleving, waar we zo dicht op elkaar zitten, zoveel rekening met elkaar moeten houden. Waarom bepaalde culturele gebruiken, zoals het bijna opsluiten van meisjes en het veel te vrij laten van jongens, tot misstanden, waaronder criminaliteit en zelfs moord, kunnen leiden.

Bij de burgerschaps- en integratiecursussen voor volwassen immigranten dienen zaken als gebruiken in de opvoeding (de autoritaire vader), waarden en normen in onze samenleving, verhouding man-vrouw, misbruik van sociale voorzieningen, verschillen tussen culturen en relativering van politieke en religieuze dogma's, veel directer besproken te worden. De gevolgen van sociaal, of op het individu gericht misbruik, en het vasthouden van niet in onze cultuur passende denkbeelden, moeten zonder omhaal op tafel worden gelegd. Onze samenleving heeft grote behoefte aan herstel van de oude waarden van het socialisme.

Filosoof G.J. Buijs schrijft in Trouw (22 juni): ,,Overal waar links succes heeft, kweekt ze een grote groep voormalig solidaire arbeiders op tot proto-liberalen, die van enige zelfbeperking niet meer willen weten. Zij krijgen plots andere belangen, die zij niet beleven als geschenk maar als recht''. Juist in het oorspronkelijke socialisme stonden groepsbelangen centraal. Als wij onze samenleving letterlijk en figuurlijk willen `opschonen' en het al vele jaren opgetreden proces van verval willen omkeren, dan passen slechts fundamentele maatregelen. We zullen dan wezenlijk tot overdracht van door de samenleving aanvaarde waarden en normen moeten komen.

Het onderwijs en het vak omgangskunde kunnen daartoe een belangrijke bijdrage leveren. We ontkomen er niet aan om processen van opvoeding en onderwijs hiervoor veel directer te gebruiken. De sociale gerichtheid dient weer terug te komen, en de overdaad aan individualisme dient te worden teruggedrongen.

Prof.dr. R.A.C. Hoksbergen is emeritus hoogleraar Adoptie van de Nederlandse en buitenlandse pleegkinderen aan de Universiteit Utrecht.