Iman Bowie toont nu diamanten

Zwart supermodel Iman Bowie (46) begint een nieuwe carrière: als stijlambassadrice van het diamantenhuis De Beers. Hester Carvalho over het leven van een `Zwart Model'.

De carrière van het Somalische fotomodel Iman was eigenlijk gebaseerd op een leugen. Toen de negentienjarige Iman in 1975 in New York arriveerde, vertelde haar ontdekker, fotograaf Peter Beard, aan de pers dat hij deze ongerepte schoonheid had aangetroffen in de hooglanden van Somalië, waar ze schapen liep te hoeden. Ze zou geen Engels spreken en nauwelijks weten wat een tv of een vliegtuig is.

In werkelijkheid hadden Iman en Beard elkaar ontmoet in Nairobi, Kenia. Iman studeerde daar politieke wetenschappen. Als puber had ze gewoon op The Supremes gedanst en droeg ze minirokken in Kairo, waar haar vader werkte als ambassadeur. Maar dit was 1975 en om Amerikanen te interesseren voor een zwart fotomodel, moest Iman worden gepresenteerd als een `nobele wilde'. Zo had Iman haar succes uiteindelijk te danken aan twee tegengestelde krachten: een zogenaamd primitieve achtergrond en een herkenbaar soort schoonheid. Want Iman, met haar deels Arabische afkomst, was wel Afrikaans, maar nauwelijks negroïde: geen brede neus, geen volle lippen, geen diepzwarte huid. Ze heeft het in interviews vaak genoeg erkend: ,,Met een uitgesproken West-Afrikaans uiterlijk had ik het nooit zo ver geschopt.' Veel zwarte Amerikanen waren dan ook niet blij met deze `in chocolade gedoopte witte'.

Nu is Iman 46 en begint ze op deze voor modellen al bejaarde leeftijd aan weer een nieuwe carrière: als gezicht en stijladviseur van het Frans/Zuid-Afrikaanse juwelenhuis De Beers LV, dat deel uitmaakt van het Franse mode-imperium LVHM (waaronder Louis Vuitton en Dior vallen). Het bedrijf wil graag een `Afrikaanse uitstraling'. Iman onderzocht wel, voordat ze toestemde, eerst de werkomstandigheden in de diamantmijnen in Zuid-Afrika en liet zich door Nelson Mandela overtuigen dat De Beers zorgvuldig opereert.

Eigenlijk was Iman eind jaren tachtig met pensioen gegaan. In de shows van modeontwerper Thierry Mugler, waar ze met een babytijger en met in tanga's geklede mannen over het plankier paradeerde, had ze haar hoogtepunt wel bereikt, vond ze zelf.

Sinds een jaar of tien wijdde Iman zich aan haar twee eigen cosmeticalijnen en aan haar huwelijk met popster David Bowie, die haar overigens met twee verschillende diamanten ringen ten huwelijk vroeg. Hij bracht onlangs een fotoboek uit over zijn vrouw, het luxueus vormgegeven I Am Iman. Behalve modefoto's van bekende fotografen biedt I Am Iman ook een aantal teksten, maar het lijkt niet de bedoeling dat je die leest. De lay-out en de typografie van I Am Iman zijn overdreven wild: in gothische letters, doorgekraste letters, tekst ondersteboven of in spiegelbeeld werden de bijdragen van vrienden en collega's afgedrukt. De enige rustpunten zijn Imans eigen hoofdstukken, in een leesbaar font. De (auto-)biografische informatie die I Am Iman over Iman Abdul Majid biedt, is summier. Daarin verschilt het boek van Desert Flower van het eveneens Somalische fotomodel Waris Dirie (uit 1988, in Nederland uitgebracht door uitgeverij Arena als Mijn Woestijn). Dirie vertelde uitvoerig over haar achtergrond in Somalië en haar ontwikkeling tot fotomodel en liet daarbij ook de minder verheffende episodes (bijna-verkrachtingen, vet schrobben bij McDonalds) uitvoerig aan bod komen. Iman daarentegen blijft in allerlei opzichten een `model'. En zoals een fotomodel in de eerste plaats dient om mooie kleren goed te laten uitkomen, zo dient de mens Iman in I Am Iman vooral als kapstok voor theorieën en ideeën over het Zwarte Model.

JUNGLE BUNNY

Zwarte modellen worden minder betaald, staan minder vaak op covers – een zwart model zou de losse verkoop drukken – en worden stereotiep afgebeeld: graag in combinatie met tijgers of uitheems fruit. Iman werd oorspronkelijk gelanceerd als `Jungle Bunny' – ze heeft er nu spijt van, zegt ze, dat ze daaraan meewerkte. Ook betreurt ze haar naaktfoto's en haar borstvergrotingen: die laatste liet ze uitvoeren om beter in het witte schoonheidsideaal te passen.

Toen Iman haar carrière begon, was er één ander zwart model, Beverly Johnson. Iedereen verwachtte dat er een strijd tussen de twee zou ontstaan; er zou slechts plaats zijn voor één `beautiful nigger' tegelijk. Iman zelf zegt daarover: ,,Als voormalig politicologie-student herkende ik de aanpak: verdeel en heers. Zwarte modellen werden tegen elkaar opgezet, als de slaven in voorbije tijden.' De zwarte modellen van nu zouden gelukkig niet meer hoeven strijden om de titel van het ene `mooie zwarte meisje': ,,Naomi, Kiara, Tyra, Alek, hun onderlinge variatie wordt nu geaccepteerd.'

Maar Marcia Gillespie (hoofdredacteur van het tijdschrift Essence) ziet het in haar bijdrage nog altijd somber in. Zwart wordt in modekringen nooit werkelijk `mooi' gevonden, zegt ze; hoogstens sexy, zwoel of exotisch. `Om echte esthetiek te verbeelden wordt altijd een wit model ingezet.' Ook in Nederland is de positie van het zwarte model nog altijd ondergeschikt. Een rondvraag langs bekende modellenbureaus in Amsterdam leert dat er weliswaar een stijgende lijn zit in de vraag naar donkere fotomodellen, maar dat de doorsnee klant nog altijd vraagt naar blond haar en blauwe ogen.

De afgelopen tien jaar liet Iman zich nog maar af en toe portretteren. Door de Nederlandse fotografen Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin bijvoorbeeld, die een mooi sober portret van haar maakten. Naturel. En dat was volgens haar ontdekker Peter Beard ook precies haar kracht: om je in de artificiële wereld van de mode en couture toch nog even aan de natuur te laten denken. Dat deze gedachte berust op het racistische idee dat de zwarte mens dichter bij de natuur zou staan dan de witte, is door eindredacteur David Bowie door de vingers gezien.

Boek: I am Iman, uitgeverij Booth-Clibborn Editions

Website: www.i-iman.com