Hoe de Palestijn Ibrahim Al-Baz in Nederland mocht blijven

In de acties voor Palestina, tegen Israël, duikt regelmatig de naam van Ibrahim Al-Baz op. Deze Nederlandse Palestijn dreigde in 1991 te worden uitgezet, maar na een grote actie mocht hij alsnog blijven.

Het wordt weer een druk weekend voor de verdedigers van de Palestijnse zaak in Nederland. Vandaag demonstratie in Den Haag, morgen Dag van de Palestijnse vlag, waarbij ieder is uitgenodigd het voorbeeld van Gretta Duisenberg te volgen en een vlag uit te hangen.

Een van de initiatiefnemers van de vlaggenactie is Ibrahim Al-Baz, een Palestijnse Nederlander, die de afgelopen maanden actief betrokken is geweest bij verschillende demonstraties tegen Israël en steunacties voor het Palestijnse volk.

Maar Al-Baz' verleden is niet onomstreden. Op 11 mei 1979 werd hij gearresteerd op een Parijse luchthaven in het bezit van explosieven. In 1981 – na vier maanden in een Franse gevangenis – kwam hij naar Nederland. Tussen 15 mei 1980 en 21 maart 1991 woont de Palestijnse Irakees zonder problemen in Nederland. Hij doet werk met allochtone jongeren en zet zich door middel van demonstraties en discussieavonden in voor de Palestijnse zaak. Samen met dominee Hans Visser van de Pauluskerk in Rotterdam schrijft hij artikelen in Trouw.

Dan, in 1991, wordt zijn vestigingsvergunning ingetrokken. Staatssecretaris van Justitie Kosto legt op 21 maart aan Al-Baz' advocaat Venema uit dat is gebleken dat Al-Baz nog steeds is betrokken bij ,,de Palestijnse strijd''. ,,Sedert zijn komst naar Nederland ontplooit hij heimelijk activiteiten, die voortvloeien uit zijn functie van vertegenwoordiger van de Palestijnse organisatie Al Fatah. In dit verband heeft hij (internationaal) contact met leden van andere tot Al Fatah behorende cellen, waarvan bekend is dat deze daadwerkelijk belast zijn met de uitvoering van terreurdaden.''

Al-Baz' zaak krijgt onmiddellijk sympathisanten. Zo schrijft de Rotterdamse dominee Visser aan Kosto dat Al-Baz `altijd open kaart heeft gespeeld over zijn verzetsverleden'. Visser wijt de huidige problemen niet aan Al-Baz' `verzetsdaden', maar aan `roddelpraat en valse beschuldigingen'.

Visser anno 2002: ,,Arafat is op het terrorisme teruggekomen en vele Palestijnen volgden zijn voorbeeld. Gelukkig is Al-Baz een van hen.''

Vissers brief wordt gevolgd door vele andere, waaronder een van dominee. L. van den Berg van het Interkerkelijk Vredesberaad te Vlaardingen, die schrijft dat Al-Baz voor de vredesbeweging een voorbeeld van openheid en gematigdheid is. In dezelfde periode ontvangt de staatssecretaris dreigbrieven.

Op 21 mei wordt het Komitee `Tegen uitwijzing van Ibrahim Al-Baz' opgericht, dat inzage eist in Al-Baz' BVD-dossier. Het Komitee noemt hem ,,een actief pleitbezorger van de Palestijnse zaak'' en een ,,toonaangevende'' immigrant. Het Komitee maakt in geen enkele verklaring melding van Al-Baz' explosievensmokkel. ,,Wij gaan er vanuit dat zijn openlijke politieke stellingname aanleiding is voor deze uitwijzing.'', staat in een verklaring.

De stichting voor Kerkelijk Sociale Arbeid, de moederstichting van de Pauluskerk, biedt zijn kantoor in Rotterdam aan als contactadres. Voorzitter M. Ayyoub van de Palestijnse Arbeiders Vereniging stelt zijn privé-telefoonnummer in Vlaardingen ter beschikking. Twaalf jaar later zegt Ayyoub: ,,Ik deed mee omdat Al-Baz een landgenoot is.''

Aanvankelijk is het Komitee een koepel van zestien organisaties. Uiteindelijk zal het uitgroeien tot een samenwerkingsverband van 69 organisaties, waaronder GroenLinks, SP, het Oude Westen Pastoraat en het Palestina Komitee. Bij verscheidene van de participerende organisaties zijn vrienden, werkgevers of landgenoten van Al-Baz aangesloten.

Na de oprichting ontplooit het Komitee verscheidene activiteiten. Het stelt een modelprotestbrief op, die alleen nog hoeft te worden ondertekend. Het stuurt een verzoek naar maatschappelijke organisaties om hun achterban te mobiliseren en geld te doneren. Ook maakt het Komitee twee strooibiljetten. Op 12 juni demonstreert het Komitee in Den Haag. Een delegatie biedt een petitie aan bij het ministerie van Justitie.

Komitee-lid K. Thieme zegt anno 2002: ,,Met onze actie wilden we duidelijk maken dat Al-Baz een verdienstelijk Nederlands burger is.'' Want volgens Thieme pleit Al-Baz' verleden in diens voordeel. ,,Denkt u eens een situatie als de Tweede Wereldoorlog in. We hadden de morele plicht tegen de bezetter te strijden. Dezelfde plicht voelde Al-Baz.'' Een ander Komitee-lid, A. Menebhi, tegenwoordig regelmatig opgevoerd als zegsman voor Marokkanen in Nederland, vult aan: ,,Al-Baz heeft veel gedaan voor de Palestijnen in Nederland.''

Volgens notulen van de christelijke vredesorganisatie Pax Christi vraagt ook Jan Marinus Wiersma, PvdA-secretaris buitenland, zijn partijgenoot Kosto in een brief om inzage in de dossiers.

Op 22 mei 1991 stelt VVD'er J. Wiebenga Kamervragen aan Kosto. ,,Hoe valt het te rijmen, dat betrokkene nog vrijelijk in Nederland vertoeft?'' Ongeveer op hetzelfde moment benaderen GroenLinks-leden uit Al-Baz' woonplaats Vlaardingen hun partijgenoot in de Tweede Kamer P. Lankhorst. Deze neemt contact op met Al-Baz' raadsman mr. Venema en stelt Kamervragen. ,,Waarom worden deze feiten [Al-Baz] nu al twaalf jaren tegengeworpen, ofschoon zij geen beletsel vormden voor zijn verblijfsvergunning in 1981 en zijn vestigingsvergunning in 1985?''.

Op 7 juni 1991 vergadert Pax Christi. T. van Teeffelen, voorzitter van het Palestina Komitee, is aanwezig en de affaire Al-Baz komt aan de orde. Een Pax-Christimedewerkster stelt voor maatschappelijke organisaties te overtuigen een protestbrief naar Kosto te sturen.

Op dertien november pleegt de Revolutionaire Antirassistische Axie (RaRa) een bomaanslag op het huis van Kosto. De daders zijn nooit gevonden, maar in 1995 worden twee journalisten binnen het collectief Opstand zes dagen vastgezet wegens vermeende betrokkenheid bij RaRa. Opstand is een van de organisaties binnen het Komitee `Tegen uitwijzing van Ibrahim Al-Baz'.

Een dag na de aanslag op Kosto's huis maakt Justitie bekend dat Al-Baz toch in Nederland mag blijven. Al-Baz heeft nooit inzage gekregen in zijn dossiers, maar Kosto gaat diens twee jaar oude naturalisatieverzoek alsnog bij de koningin voordragen.

Het ministerie van Justitie zegt dat ,,nadere inlichtingen leren dat er onvoldoende grond bleek te zijn om Al-Baz ongewenst te verklaren en hem naturalisatie te weigeren''. Kosto blikt anno 2002 terug: ,,Ik heb geen millimeter aan mijn beleid veranderd door terreur.''

Op 18 november schrijft Visser een brief aan twee vluchtelingenorganisaties, waarin hij over de bomaanslag opmerkt: ,,Ik wil me niet openlijk van RaRa distantiëren en aan de actie geen consequenties verbinden voor wat betreft onze verdere samenwerking.'' Op 30 november 1991 viert het Komitee zijn geslaagde actie in de Pauluskerk.