Heupwiegende zwerver geniet nog elk moment

Ronaldinho (22) maakt morgen in de WK-finale zijn rentree bij Brazilië. Hij werd geschorst voor een omstreden rode kaart tegen Engeland. Lachend verliet hij het veld, lachend zat hij zijn straf uit. Een onbedorven ster.

Ronaldo de Assis Moreira luidt zijn officiële naam. De donkere krullenbol uit Porte Alegre vertoonde qua uiterlijk en voetbalkunsten zoveel gelijkenissen met zijn beroemde naamgenoot dat hij zich als jeugdinternational liet omdopen tot Ronaldinho Gaucho. Vrij vertaald: de kleine Ronaldo uit het zuidelijke veeteeltgebied van Brazilië. Hij ging ook naar de kapper en liet zich een afwijkende haardracht met lange krullen aanmeten.

Zijn witte tanden lachen je van verre tegemoet. Ronaldinho heeft altijd en overal lol, vertellen zijn verbaasde ploeggenoten. Hij is nog geen reclamezuil of medisch proefkonijn, zoals Ronaldo. Hij knijpt zichzelf af en toe in de arm, ongelovig dat hij in één elftal speelt met zijn jeugdidool. Hij is een zwerver op het veld: speels, lichtvoetig, ongrijpbaar ook.

Toen hij vorige week in de kwartfinale een rode kaart kreeg, verliet hij lachend het veld. Hij was het oneens met de beslissing van de Mexicaanse scheidsrechter, want hij had zijn Engelse tegenstander niet met opzet op diens tenen getrapt. Toch accepteerde hij de straf zonder morren en stond hij vier dagen later in de halve finale tegen Turkije luidkeels zijn ploeggenoten aan te moedigen. Na afloop deelde hij in de feestvreugde. Hij kan zich morgen revancheren in de finale tegen Duitsland.

Veel meer dan de vedetten Ronaldo, Rivaldo en Roberto Carlos is Ronaldinho een teamspeler. Net als zijn ploeggenoten is hij een dribbelaar van het zuivere soort, maar zijn acties sterven minder vaak in schoonheid. Hij is de revelatie van het Braziliaanse elftal. Hij dartelt als een jong veulen over het veld. Het spelplezier straalt van hem af. Zijn schijnbewegingen zijn vaak onnavolgbaar.

Zoals Ronaldinho vorige week bij het eerste doelpunt langs zijn Engelse tegenstanders soleerde en de bal vervolgens met `buitenkant voet' naar de vrijstaande Rivaldo speelde, was een bewijs van zijn veelzijdige talent. En de heupwiegende schaarbeweging waarmee hij even daarvoor Cole op het verkeerde been had gezet, behoorde tot de spaarzame hoogtepunten van dit WK.

Zoals hij bij het tweede doelpunt de Engelse keeper Seaman verraste met een vrije schop, getuigde van een verfijnde traptechniek. Ronaldinho was naar eigen zeggen getipt door zijn ploeggenoot Cafú, die Seaman te ver voor zijn goal zag staan. Een leugentje om bestwil, meenden zijn criticasters die over een mislukte voorzet repten. Wie de vertraagde tv-beelden bij herhaling terugziet, kan maar één conclusie trekken: Ronaldinho wist wat hij deed. Zijn blik is op het doel gericht, niet op de inlopende medespelers. Kortom: een wereldgoal.

Ronaldinho is nog niet verpest door overijverige chirurgen en louche zaakwaarnemers. Hij is nog geen uithangbord van grote kledingsponsors en wordt niet geregeerd door de commercie. Anders dan Ronaldo en Rivaldo zit hij niet in een keurslijf gegoten. Na de uitschakeling van de Engelsen is hij bij veel fans een redelijk alternatief voor David Beckham.

Ronaldinho maakte in 1999 zijn debuut in het Braziliaanse elftal. Hij scoorde meteen en leek een waardige vervanger voor de langdurig geblesseerde Ronaldo. Maar de later ontslagen bondscoach Luxemburgo gunde hem nauwelijks speeltijd in de WK-kwalificatiewedstrijden.

Onder leiding van de nieuwe keuzeheer Scolari kreeg hij in de oefencampagne een herkansing. Hij is nu niet meer weg te denken uit het basiselftal. Scolari beseft dat Ronaldo en Rivaldo kunnen profiteren van Ronaldinho, die als aanvallende middenvelder gaten trekt en het vuile werkt opknapt. Ronaldo scoorde op dit WK zes keer, Rivaldo vijf keer. De Duitse verdedigers zijn morgen gewaarschuwd, maar wie van de drie moeten ze als eerste dekken?

Ronaldinho is de jongste zoon van de terreinknecht van de Braziliaanse topclub Gremîo, dat in 1995 de wereldbeker voor clubteams aan Ajax moest laten. Zijn vader overleed toen hij twaalf jaar oud was. Senior kreeg een hartaanval in het zwembad dat was gefinancierd door de oudste zoon Assis, ook een veelbelovende prof, maar minder getalenteerd dan Ronaldinho.

Vlak voor zijn dood sprak hun vader voor het oog van een videocamera lovende woorden over het talent van zijn twee zoons. Zij zouden het nog ver schoppen, voorspelde hij. Vóór elke wedstrijd draait Ronaldinho in het spelershotel de videoband af. Hij wordt geïnspireerd door de profetische woorden van zijn vader, die hem op een zanderig veldje in de krottenwijken van Porte Alegre de beginselen van het voetbalspel had bijgebracht. Tegenwoordig waakt Assis als een vaderfiguur over zijn losbandige broertje.

Op zijn advies verhuisde Ronaldinho in 2000 voor zeven miljoen euro naar Paris Saint-Germain. Bij de Franse club is hij verzekerd van een basisplaats. Hogere aanbiedingen van Real Madrid en FC Barcelona legde hij naast zich neer. Hij was door zijn broer gewaarschuwd voor de wegkwijnende wonderkinderen die door Europese topclubs na een paar mindere wedstrijden bij het grof vuil werden gezet (lees: uitgeleend aan onbeduidende satellietverenigingen).

Net als Romario en Ronaldo, die aan het begin van hun Europese avontuur bij PSV konden warmdraaien, bewandelt Ronaldinho bij PSG de weg van de geleidelijkheid. Door zijn uitblinkersrol op het WK heeft hij de beste clubs ter wereld voor het uitzoeken en is hij volgend seizoen vermoedelijk niet meer in het Parijse uitgaansleven te bewonderen.

Volgens de Franse pers zijn de Franse meisjes twee jaar geleden en masse gevallen voor de vrolijke voetbalheld. Bijna elke avond liep hij met een guitige blik over de Champs-Elysées te paraderen. Vraag is of de 22-jarige Ronaldinho de onschuld zelve zal blijven. De boze wolven liggen immers op de loer in de maffiose voetbalwereld.