Diepenbrock

Door de lengte van het programma kon een hymne van Diepenbrock niet worden uitgevoerd. ,,Men heeft mevrouw De Haan-Manifarges vergeefs het werk doen instuderen, vergeefs concerttoilet doen maken en zich vergeefs naar Den Haag doen begeven'', aldus een verbolgen J.C. Hol in De Kroniek van 7 juli 1900. Reden: het orkest moest de laatste trein halen... Maar het zat de componist veel meer niet mee. Zo was de kritiek verbaasd dat Diepenbrock met een krans om stond te buigen na een abominabele uitvoering van zijn zettingen van Vondels Ryen (1892-1895), ,,ondenkbaar zwaar om te zingen''. Het Groot Omroepkoor met het Radio Symfonieorkest onder Ed Spanjaard hier in de versie van 1912 heeft er geen enkele moeite mee: zwierig en elegant, meer lyrisch dan dramatisch bewogen. Zo klonken ze ook al eerder op de Nederlandse Muziekdagen van 2001, ingebed in een semi-scènische radiofonie.

,,Je moet niet Vondels denkbeelden moderniseren maar je eigen gedachten uiten, niet door anderen als hulpmiddel, maar met jezelf als hoofddoel'', adviseerde Aegidius W. Timmerman de componist in een brief die een breuk zou inluiden. Maar via Vondel en ook Rembrandt (een hymne uit 1906 op de cd) kwam Diepenbrock wel degelijk tot een eigen geluid.

Diepenbrock: Rijzangen uit Gijsbrecht van Aemstel en Hymne aan Rembrandt. Composers Voice CV 121.