Den Doolaards toeristloos Macedonië

Macedonië trekt nauwelijks nog toeristen, meldt correspondent Yaël Vinckx. Alleen in het hoogsezoen zijn er nog wat Macedoniërs – en Den Doolaardfans.

Als we het opschrift `Hollandse koffie' lezen, besluiten we te stoppen. Niet langer hoeven we makiato, frape, turksa kava of een van die andere rare soorten koffie te drinken. Bovendien biedt het terras uitzicht op het meer van Ohrid, in het uiterste zuidwesten van Macedonië. De zon zakt achter de bergen rond het water. Alleen een oud vrouwtje in traditionele zwarte kledij, doorbreekt de stilte met haar gemurmel rond haar rozenstruiken.

Natuurlijk komen we bedrogen uit. De koffie is gewoon nescafé en het restaurant serveert alleen pizza's een overvolle menukaart met beloftes als gegrilde forel en geroosterde vleesschotels ten spijt. Dit is tenslotte Zuidoost-Europa; je kunt beter vragen wat het restaurant `heeft' dan de menukaart te bestuderen. Dat scheelt in ieder geval tijd en ergernis.

Wij mogen de stilte dan waarderen, de uitbaters van het toerisme mopperen zich schor. Tot begin jaren negentig was het druk rond Ohrid. De advocaat, de taxichauffeur, de ober, de ijsverkoopster; ze verhalen allemaal van de tijd dat Nederlanders naar het stadje en zijn heldere meer kwamen. ,,Dertigduizend per jaar'', pocht de taxichauffeur, maar dat lijkt te veel van het goede. Wel waren er twee rechtstreekse vluchten van Amsterdam naar Ohrid per week, op maandag en op vrijdag.

Het was voorbij in 1992, met de oorlog in Joegoslavië. Dat Macedonië zich als enige deelrepubliek zonder geweld wist los te maken van Joegoslavië mocht niet baten. Dat Bosnië en diens belegerde hoofdstad Sarajevo op tien uur rijden afstand lag evenmin. Macedonië was Joegoslavië. En Joegoslavië was in oorlog.

De toeristenindustrie klapte in elkaar. De hotelbedden bleven onbeslapen, de terrasstoelen onbezet. Het strengere visumbeleid van de EU-lidstaten redde Ohrid van de ondergang. Buurland Griekenland sloot de grens met Macedonië, een van Europa's `buitengrenzen'. Macedoniërs krijgen vandaag met moeite een toeristenvisum voor Griekenland, en dat terwijl de Griekse havenstad Thessaloniki op slechts twee uur rijden van de Macedonische hoofdstad Skopje ligt. Dus brengen de Macedoniërs noodgedwongen de bloedhete zomermaanden juli en augustus door aan de koele wateren van Ohrid.

In de rest van het jaar is het stil. Zoals nu, het is halverwege juni en de weg van Ohrid naar het orthodoxe heiligdom Sveti Naum is nagenoeg leeg. Een paard trekt een wagen met hooi, een oude Yugo kruipt over de weg naar de nabijgelegen Albanese grens, gevaarlijk zwaar beladen met tientallen kilo's aardappels. Sveti Naum, het beroemde kerkje met de tombe van de heilige Naum, hebben we voor onszelf, in het bootje naar de bronnen van het meer van Ohrid zijn we de enige passagiers. Het strand delen we met vijf tieners, in het restaurant zit niemand. In club Jazz Inn, met voor de Balkan ongekend goede jazz en jazzdance, kunnen we kiezen uit de beste tafeltjes.

Eenmaal terug in Ohrid, slapen we in hotel Lebed, voor 57 euro in een heuse suite. In deze kamer werkte de bekende vredesonderhandelaar Christopher Hill zijn aantekeningen uit. Want de vele vredesonderhandelaars en andere Balkan-diplomaten hebben Ohrid al lang (her)ontdekt.

Zijn er helemaal geen toeristen meer? Jawel, want Macedonië is nooit uit de harten van een aantal Nederlanders verdwenen. Ze komen vaak in de voetsporen van hun held, de Nederlandse schrijver A. den Doolaard, die in de eerste helft van de vorige eeuw door het, volgens eigen schrijven, `totaal toeristloze Macedonië' trok. Hij publiceerde romans als Oriënt-Express, De herberg met het hoefijzer en De bruiloft der zeven zigeuners.

De Nederlandse toeristen kunnen vaak het verhaal van Damian en Milja, en al die anderen en hun strijd tegen de Turkse overheersers navertellen. Over de zwangere Milja, die wapens smokkelt op haar ezeltje; over Kroem, de onvermoeibare, die vanuit de bergen een guerrilla voert. Eigenlijk speelt Oriënt-Express zich af rond het stadje Gostivar, maar ja, in Gostivar hebben ze niet zo'n mooi meer en niet zulke lekkere forel, dus gaan de Den Doolaard-adepten liever naar Ohrid.

Maar ze worden ouder, de aanhangers van Oriënt-Express, en hun (klein)kinderen lezen liever Giphart. Ze raken, net als A. den Doolaard zelf, in de vergetelheid. Toen ik twee jaar geleden Oriënt-Express en De herberg met het hoefijzer wilde kopen, kon de boekhandel alleen de eerste bestellen. De herberg is al jaren uit de handel. En dat geldt ook voor Ohrid.

De inwoners van Ohrid blijven hopen op de terugkeer van de toeristen, met name van de Nederlanders. `Zelfbediening' schreeuwt een uithangbord boven een terras. `Hier spreekt men Nederlandsch' zegt een sticker op een winkelraam, maar de eigenaar is het Nederlandsch vergeten en heeft zijn handel in badpakken ingeruild voor de handel in gloeilampen.

Soms worden we verrast. Bij hotel Gorica, even buiten Ohrid. Hier zwaait nostalgische, Oost-Europese chic de scepter. Op de verschillende marmeren terrassen werken obers in wit overhemd en met zwarte strik zich in 33 graden celsius in het zweet. ,,Wilt u afrekenen'', zegt een van hen halverwege de frape en de makiato in onvervalst Nederlands. ,,Mijn dienst is klaar. Ik ga naar huis.''

De Nederlandse Lily Lammers woont in Ohrid en organiseert vakantiereizen in Macedonië: 00389 46 264757

of lilylammers@hotmail.com