De cultuur van de bungeejumper

Vóór de opkomst en ondergang van Pim Fortuyn schreef criminoloog Hans Boutellier zijn boek

`De Veiligheidsutopie'. Onbedoeld biedt het nu een verklaring voor de onvrede onder de kiezers. Een gesprek over vrijheid en angst, of waarom we een typisch Nederlands probleem hebben. `Eigen emotie eerst!'

'Ik speel de rol die ik ben. Dat is een uitspraak van Gerard Reve. En het geldt onverkort voor Pim Fortuyn. Dat maakte hem naast al het andere zo ironisch, zo grappig en innemend. Ik speel de rol die ik ben is ook prototypisch voor onze cultuur. Dat verscherpte individualisme: je moet alles maar kunnen zijn – maar als je alles kunt zijn, is het erg moeilijk kiezen wat je moet worden. Dat roept onbehagen op, en een enorme angst.''

Hans Boutellier (49) is het grootste deel van zijn werktijd een hoge ambtenaar op het ministerie van Justitie. Hij is hoofd van een beleidsafdeling op het directoraat-generaal Preventie, Jeugd en Sancties. ,,Hier ondervind je dagelijks of strafrechtspleging effect heeft. En ook problemen van meer maatschappelijke aard zie je hier het duidelijkst. Ik had de behoefte de vragen die je hier dagelijks tegenkomt door te spitten.''

Als sociaal-psycholoog en criminoloog heeft hij ook een deeltijdaanstelling aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Vorige week verscheen van zijn hand een boek. De Veiligheidsutopie heet het, met de ondertitel: `Hedendaags onbehagen en verlangen rond misdaad en straf'. ,,Dit boek is 's nachts geschreven'', zegt hij met nadruk, als ambtenaar op zijn hoede voor politieke uitspraken. Maar `De Veiligheidsutopie' leest juist als een langgerekte aha-erlebnis door de politieke betekenis die het onverwacht kreeg.

Pim Fortuyn haalde hierin slechts een voetnoot, en dat op het nippertje – Boutellier werkte er twee jaar aan en het lag al bij de drukker toen Fortuyn op 6 mei werd vermoord. Tóch echoot zijn naam tussen de regels. `De Veiligheidsutopie' verklaart onbedoeld en nogal aanstekelijk de kennelijk immense onvrede die politici noch journalisten goed zagen aankomen – en die het land dankzij Fortuyn zo in de greep kreeg. ,,De tijd zat me op de hielen toen ik aan het schrijven was'', zegt Boutellier. ,,Ik beschrijf het rommelen van de vulkaan, die nu tot uitbarsting is gekomen.''

Discipline. Grenzeloosheid. Beteugeling. Hedonisme. Normen. Het zijn woorden die bij hem steeds terugkeren.

Bent u niet in de eerste plaats een moralist?

Hij zucht. ,,Jáááá.'' En bloost charmant.

Boutellier studeerde eind jaren zeventig af – ,,het hoogtepunt van het ik-tijdperk''– en werkte toen een half jaar in een jeugdgevangenis. Hij ondervond er tot zijn verbazing dat moraal totaal afwezig was. ,,Je sprak er op een toon van `oude jongens krentenbrood', óf in therapeutische termen. Dat hadden die jongens zich helemaal eigen gemaakt. Dan zeiden ze dat ze zich `zo vervreemd' voelden van hun familie. In een dossier kijken welke delicten een jongen eigenlijk had gepleegd was volstrekt taboe. Sindsdien ben ik onafgebroken met moraliteit bezig geweest – sinds de tijd dat iedereen van God los was.''

Bent u zelf van God los?

,,Ik ben katholiek opgevoed, inmiddels van God los, maar ik blijf gefascineerd door de vragen die een godsdienst probeert te beantwoorden. Want dat zit allemaal in de sfeer van moraliteit.''

Boutellier beschrijft in `De Veiligheidsutopie' de spanning die in de westerse cultuur is ontstaan tussen veiligheid en, zoals hij het noemt, vitaliteit. ,,Daarmee bedoel ik de ongekende en ongeremde vrijheidsbeleving van tegenwoordig. Hedonisme en narcisme. Een heftige jongerencultuur, drugs en seks. Maar het gaat net zo goed om de dominantie van het marktdenken – de markt is heel vitalistisch.''

In bevolkingsonderzoeken geven burgers nu de criminaliteit als grootste zorg aan. Boutellier beschrijft hoe juist de toename van de vitaliteit die behoefte aan veiligheid heeft doen groeien.

,,De spanning tussen vrijheid en veiligheid is op zichzelf niet nieuw, maar hij is de laatste jaren geradicaliseerd. Het gaat hier om het omgekeerde van wat Freud heeft opgeschreven in het schitterende essay Het onbehagen in de cultuur. Hij beschreef hoe onze drift wordt beteugeld door de cultuur en welk onbehagen dat met zich meebrengt. Wat je nu ziet gebeuren is precies het tegenovergestelde: nu ons driftleven is vrijgegeven, nu alles kan en mag, nu komt ons onbehagen voort uit een gebrék aan beteugeling. Onze grote vrijheid roept een enorme behoefte op aan kleinschaligheid, regels, veiligheid.''

Boutellier schrijft over de moderne `risicocultuur': een uitbundige, grensoverschrijdende cultuur waarin mensen de risico's die ze zelf nemen niet meer kunnen beheersen. Zie de nieuwjaarsbrand in Volendam: we proppen ons willens en wetens in een overvol café onder onverantwoord brandbare kersttakken – en vinden evengoed en ook terecht dat dit verboden had moeten worden.

Er staat een bungeejumper op de omslag van uw boek.

,,Die symboliseert voor mij de veiligheidsutopie: de hoop dat vrijheid en veiligheid kunnen samenvallen. Je maakt die sprong, maar wenst je beschermd door het elastiek aan je voeten.''

Buiten ons persoonlijk leven gebeurt iets vergelijkbaars, zegt Boutellier. Hij verwijst naar de inzichten van de Duitse socioloog Ulrich Beck over `de risicomaatschappij': een maatschappij die zo snel moderniseert dat ze haar eigen risico's niet meer kan beheersen. Beck had vooral risico's voor ogen die een gevolg zijn van technologie, zoals kernrampen en milieurampen. In de risicomaatschappij wordt de politiek gestuurd door de mogelijkheid van zo'n ramp. Reductie van de risico's staat voorop. Zie de vuurwerkramp in Enschede: `Dit mag nooit meer gebeuren', is nu het adagium. Maar het knaagt ook: is dat mogelijk?

Aan de aanslagen van 11 september heeft Boutellier op de valreep nog een deel van zijn inleiding kunnen wijden. Nu naast de technologische ook de terroristische ramp een feit is, schrijft hij, is ,,de meest wezenlijke'' reactie uit de risicomaatschappij geboren: ,,het besef dat we het kwaad nog wel willen begrijpen, maar het ons moeilijk meer kunnen veroorloven.'' Waarmee de veiligheidsdoctrine compleet is.

Het is de hoofdstelling van uw boek: de utopie van onze tijd is de afwezigheid van onveiligheid.

,,En Nederland is spraakmakend in die veiligheidsutopie.''

Waarom juist Nederland?

,,We hebben in de culturele revolutie van de jaren zestig een vooraanstaande rol gespeeld. De tolerantie ging hier heel ver. Typerend voor Nederland was het `bespreekbaar willen maken'. Alles werd bespreekbaar: drugs, seks, tot aan pedofilie. En dat heeft zich hier geworteld. Ik denk dat iedere individuele Nederlander er een enorm vrijheidsgevoel aan heeft overgehouden: je voelt je niet gebonden aan normen. Die zijn er voor anderen.''

Het is nu modieus om te willen afrekenen met de jaren zestig.

,,Terwijl de mensen die dat willen zich niet realiseren dat ze die jaren zestig in de vorm van dat vrijheidsgevoel al zo geïncorporeerd hebben. Dat het ook voor henzelf geldt en dat die afrekening zich tegen henzelf gaat keren.''

De stelling van uw proefschrift `Solidariteit en slachtofferschap' uit 1993 was: niet wat we mooi vinden bindt ons, maar wat we afwijzen.

,,Het slachtoffer heeft ook een belangrijke rol in de veiligheidsutopie. Waar houdt onze bijna onbegrensde vrijheid op? Waar de ander erdoor gekwetst wordt.''

U schrijft nu over `het geëmancipeerde slachtoffer', dat de behoefte aan veiligheid actief vergroot. Vooral het slachtoffer van criminaliteit noemt u daarvan een goed voorbeeld: `nabij, concreet en mediageniek'.

,,Onze westerse cultuur is lang vooral bepaald geweest door het vergevende type slachtoffer. Dat komt rechtstreeks voort uit het christendom. Vergeef de zondaren! We kregen er een relatief mild strafklimaat door. Daders waren hier lange tijd in de eerste plaats slachtoffers van hun omstandigheden. Die lijdzaamheid past niet meer in de vitalistische cultuur. Het slachtoffer heeft zich dus geëmancipeerd.

,,Het geëmancipeerde slachtoffer is soms vergevingsgezind en soms wraakzuchtig. De ene keer loopt hij naar de politie – de andere keer richt hij een actiegroep op of organiseert hij een stille mars. Hij is als het ware lekker bezig met zijn slachtofferschap.''

Dat klinkt een beetje eng.

,,Eng noem ik het calculerende slachtoffer, dat het slachtofferschap cultiveert. Je komt ranzige vormen tegen: dat geklaag, je niet kunnen neerleggen bij de omstandigheden. Maar het geëmancipeerde slachtoffer heb ik welwillender willen beschrijven. Die heeft namelijk een positieve kant: hij biedt een manier om over moraal te blijven praten.''

Voor Pim Fortuyn zijn ook nogal wat stille marsen gelopen. U noemt stille marsen `de tijdelijke realisatie van de veiligheidsutopie'.

,,Het thema van die marsen is de roep om veilige vrijheid. En het slachtoffer staat in die marsen centraal. Dus ja.''

De kiezers van de LPF is veiligheid beloofd. Herstel van normen en waarden. En tegelijk meer vrijheden – het moest maar eens afgelopen zijn met de regelgeving van `de bureaucratie'.

,,Fortuyn was de bungeejumper van onze tijd. Hij was ook de verpersoonlijking van onze cultuur: eigen emotie eerst! En de norm, die geldt voor anderen. Dus geen wonder dat we hem ruim baan hebben gegeven. Fortuyn was één en al vitaliteit maar had ook iets labiels in zijn ogen. Hedonistisch en narcistisch was hij, homoseksueel, hij sprak openlijk over seks, maar had ook iets kleinburgerlijks. Die hondjes!

,,Veel overheidsbeleid waar de kiezers van Fortuyn zich nu tegen verzetten is er in de jaren negentig paradoxaal genoeg wél op gericht geweest om de vitaliteit zijn werk te laten doen. Neem de dominantie van het marktdenken. Maar als je ruim baan geeft aan het vitalisme, dan geef je ook ruimte aan vormen van vitaliteit die verschrikkelijk zijn: criminaliteit, bepaalde excessen in de uitgaanscultuur van de jeugd. Of neem de kunst. Ik was laatst in het Centre Pompidou in Parijs en zag daar een afschuwelijke tentoonstelling: hele videowalls met mutilatiekunst.''

Dus het is de schuld van de overheid dat mensen zich grensoverschrijdend gaan gedragen en dat de criminaliteitscijfers blijven stijgen?

,,Ik heb er een ontzettende hekel aan de overheid de schuld te geven. Dit is een cultureel probleem. En de overheid reageert daarop.''

De meeste kiezers zien dat anders.

,,Men verwijt de overheid te weinig oog te hebben gehad voor de keerzijde van dat vitalisme.''

Het ruim baan geven aan die `vitale' cultuur genereert criminaliteit?

,,Het klinkt simplistisch, maar tot op zekere hoogte is dat zo. Kijk naar het gedogen. En als je het eigen initiatief veel ruimte geeft...''

....dan gaan mensen zich grenzeloos gedragen?

,,Ja. Zie de voetbalvandalen. Maar het gaat me wel te ver om de overheid te verwijten dat de disciplinering die we met zijn allen hebben afgeschaft niet binnen een paar jaar terug is. Gesteld al dat dat zou moeten en kunnen. Hoeveel vrijheid zijn we eigenlijk bereid op te geven? Want heel Nederlands is dat alle normen altijd voor een ander moeten gelden, maar voor onszelf liever niet.''

Dat de normen voor heel veel mensen níet gelden, blijkt wel uit de onderzoekscijfers over geweldsdelicten die u noemt. Bijna één miljoen geweldsincidenten in 1999, van `diefstal met geweld' tot en met moord, blijkt uit slachtofferenquêtes. Zijn zulke enquêtes wel betrouwbaar?

,,Die zijn behoorlijk geperfectioneerd. Overdrijving en sociaal wenselijke antwoorden zijn eruit gefilterd.''

Dan gaat het om enorme aantallen. Vervolgens schrijft u dat hiervan nog geen 10 procent wordt geregistreerd door de politie: 980.000 geweldsincidenten, slechts 86.000 keer geregistreerd.

,,Ja, ongelooflijk hé. De behoefte aan veiligheid is een reële behoefte, wil ik maar zeggen.''

U noemt meer griezelige cijfers: op basis van vergelijkbare enquêtes is het totale aantal delicten in 1999 geschat op circa 4,8 miljoen. Daarvan is maar een kwart geregistreerd door de politie. En van de 4,8 miljoen misdrijven heeft de politie er nog geen 250.000 opgelost – nog geen vijf procent.

Nu tekent Boutellier een piramide op zijn kop. Wijzend naar de onderkant: ,,Zó'n piepklein antwoord...'' Wijzend naar boven: ,,Op zó'n gigantisch probleem. Dat is ons strafrecht.''

U schrijft dat de criminaliteit sinds 1960 is vertienvoudigd, terwijl het aantal uitgedeelde straffen sinds 1960 slechts verdrievoudigde. Vervolgens stelt u kalm dat de aanpak van criminaliteit door justitie `niet geheel gelijk opgaat' met de toename van de criminaliteit. Is dat geen verschrikkelijk understatement?

,,Het strafrecht kan deze hoeveelheid criminaliteit in de huidige vorm helemaal niet aan. En als je justitie ver genoeg zou uitbreiden om deze criminaliteitscijfers wél aan te kunnen, dan krijg je een totalitaire staat.''

U schrijft toch dat justitie zelf ook `in de gevarenzone' zit, verwijzend naar het gecontroleerde doorlaten van drugstransporten en bolletjesslikkers?

,,Dat bewijst juist dat het strafrecht met de rug tegen de muur staat. Omdat justitie de druk niet aankan, genereert het steeds meer incidenten. Al moet je de hand natuurlijk ook wel een beetje in eigen boezem steken.''

Doet u dat eens.

,,Je kunt je wel afvragen of dat percentage van alle delicten die worden opgelost niet wat is op te voeren. Er worden nu wel erg weinig daders gestraft. Maar nogmaals, ik beschrijf hier iets anders: een cultureel fenomeen. Justitie is een keeper die de ballen om de oren vliegen – je zou dus de verdediging beter moeten organiseren. Dat is mijn onderwerp: hoe versterk je het corrigerend vermogen van een samenleving? Zodat al deze zaken niet doorrollen naar justitie?''

Het CDA wil juist dat het recht op veiligheid in de Grondwet wordt opgenomen.

,,Daar ben ik dus zó tegen. Maar dit is een politieke uitspraak. Die mag je niet uit een ambtenaar trekken.''

Ook in uw boek noemt u het onhaalbaar.

,,Het is niet alleen onhaalbaar – veiligheid is nooit volledig te garanderen. Het is ook onwenselijk. Dan maak je een overheidsvraagstuk van wat iedereen aangaat. Dan ga je de constitutie inrichten op het potentiële slachtofferdenken.''

Hoe dan verder?

,,Ik denk dat je een onderscheid moet maken tussen de hele ernstige en georganiseerde criminaliteit en wat Amerikanen de `quality of life-crime' noemen.''

Het soort criminaliteit dat de roep om een `leefbaar' Nederland versterkte.

,,Precies, de delicten in je eigen buurt. Ik denk dat we daarnaar groeien: justitie doet de grote misdaadzaken. En de `quality of life-crime' wordt zoveel mogelijk afgehandeld in je eigen buurt. Ik hou me hier op het departement al bezig met het oprichten van de justitie-in-de-buurtkantoren, waarvan er nu 28 zijn. Op zo'n bureau overleggen verschillende instanties: scholen, hulpverlening, kinderbescherming, politie en ook justitie. Dagelijks bespreken ze alles wat bij de politie is binnengekomen: `ken jij dat kind' – want daar gaat het meestal om. En samen proberen ze snel een passende reactie te geven, in plaats van te wachten tot de zaak op het parket binnenrolt. Als het echt misgaat, slaat justitie snel toe. Maar bij voorkeur lossen de andere instanties het voor die tijd al op.''

Sympathieke buurtkantoortjes. Is dat geen vreselijk teleurstellend antwoord als de samenleving zó hard om het tegenovergestelde schreeuwt? De kiezer wil uitbreiding van het opsporingsapparaat. Die wil tienduizend rechercheurs extra, een Nederlandse FBI. Die wil dat dat aangiftes gewoon eens consequent worden onderzocht.

,,Dat is een kortzichtig soort schreeuw. Natuurlijk moeten meer daders worden gepakt. Maar het gaat om wat aan het strafrecht ten grondslag ligt. Het strafrecht moet een geloofwaardig systeem zijn.''

En dat is het nu niet?

,,Dat is het tot op zekere hoogte niet. De overheid is er echt aan toe om met een geloofwaardig verhaal te komen. Het strafrecht heeft niet de instrumenten om dit op te lossen. Maar het strafrecht kan wel de norm stellen.

,,In waarden geloof ik niet zo: je moet geen overheid krijgen die bepaalt wat goed voor je is. Maar ik ben wel erg voor normen, voor een overheid die verwoordt wat niet kan. Juist omdat we het in ieder geval allemaal eens zijn over wat we willen: geen onveiligheid. Precies om die reden is het strafrecht cruciaal.''

En nu is zich ergens een nieuwe justitieminister aan het warmlopen. Misschien zelfs twee, bleek deze week uit de formatieonderhandelingen. De kans is aanzienlijk dat ze van CDA en LPF komen.

,,Ah. We gaan weer politieke uitspraken aan een ambtenaar ontlokken!''

Een CDA-minister wil namelijk van veiligheid een grondwettelijk recht maken. En de LPF-minister wil zwaarder straffen, ruimere opsporingsbevoegdheden en nog veel meer dat volgens u onverstandig is. Hoe moet dat de komende vier jaar?

,,Ik maak me daarover niet te veel zorgen. Ja, we kunnen ook een soort Singapore worden. Maar daarvoor is het vitalisme in ons land te sterk aanwezig. In onze samenleving zullen we het altijd maar tot op zekere hoogte accepteren dat de norm niet alleen voor anderen, maar ook voor onszélf gaat gelden.''

De Veiligheidsutopie. Hedendaags onbehagen en verlangen rond misdaad en straf. Boom Juridische Uitgevers, Den Haag.