Contrast

De afgelopen jaren had ik bij terugkeer vanuit Zuid-Korea naar Japan altijd het gevoel naar huis terug te keren. Niet vreemd, want mijn hart ligt er al jaren, alles is vertrouwd en, niet de minste reden, het eten is lekkerder dan in Korea. Maar het WK-feest in Korea heeft een sluimerend gevoel van onvrede over Japan extreem versterkt.

In Zuid-Korea ontbreekt de mentaliteit die in Japan zo vaak elke ontwikkeling, elke discussie doodslaat: het idee dat `er nu eenmaal niets aan is te doen'. Politieke stagnatie, voortdurende corruptie, mislukte hervormingen de bevolking legt zich altijd weer neer bij de status-quo met de zin: `niks aan te doen'.

Ook in Zuid-Korea zijn problemen als corruptie in de politiek, maar men legt zich er niet bij neer. Is immers het hele democratische systeem niet met veel bloedvergieten door de bevolking zelf op dictators veroverd? De vechtlust van het voetbalelftal is ook weer een symptoom van deze mentaliteit.

In Japan daarentegen heeft de bevolking zelf nimmer iets bevochten. `Democratie', voor zover deze term op de politieke structuur van toepassing is, is van bovenaf gegeven en de machthebbers zorgen ervoor dat zij in deze constellatie de macht niet uit handen hoeven geven. `Niks aan te doen', zegt de bevolking, terwijl het land langzaam wegzinkt in het moeras.