Brandrode minkukel verovert boeren

Een koe is meer dan een melkfabriek, vinden de voorvechters van het Brandrode Rund, een oudHollands ras dat ternauwernood voor uitsterven is behoed.

,,Nooit geweten dat een zondag zo verschrikkelijk lang kan duren'', zegt boer Antoon Klomp uit het Gelderse Loenen. Onlangs heeft hij zijn Holsteiners, de melkkoeien die in Nederland het meest voorkomen, verkocht aan een boer uit Twello. Zelf trad hij voor halve dagen in dienst van Natuurmonumenten. Hij woont in het dorp. Sindsdien draagt hij een uniform en fungeert hij als ambassadeur van het Brandrode Rund, een oud-Hollands ras dat de afgelopen decennia bijna was verdwenen. Nu zijn er weer tweehonderd dieren.

Boer Klomp heeft het rustiger gekregen. Veel rustiger. ,,Vroeger moest ik twee keer per dag mijn Holsteiners melken. 's Morgens vroeg en 's middags om vijf uur eten, zodat ik om kwart voor zes weer kon melken. Nu is het soms zes uur en heb ik nog steeds niet gegeten.''

De boeren in zijn omgeving reageren verdeeld. Klomp: ,,Sommigen gunnen het je niet dat je het makkelijker hebt gekegen, ook financieel. Of het jaloersigheid is, weet ik niet, ik kan niet in hun harten kijken. Anderen zeggen: je hebt gelijk.''

De Grootte Modderkolk, zoals de boerderij op de Loener Enk al eeuwen heet, is nu een fokbedrijf voor Brandrode Runderen. ,,Het zijn nieuwsgierige maar vriendelijke beesten'', zegt Harald van den Akker, beheerder Oost-Veluwe bij Natuurmonumenten. ,,Ze staan in de wei en daar komen de toeristen voor. De bakker gaat hier straks een brandrood broodje verkopen, daar kun je op wachten. Ook de boeren zijn enthousiast. Ze weten wel dat Holsteiners meer melk geven, maar ze hebben toch heimwee naar zo'n ouderwetse koetje.'' Binnenkort wordt De Grootte Modderkolk verbouwd tot zorgboerderij en zal Klomp met hulp van een aantal autistische kinderen de beesten verzorgen.

Vanaf de jaren '50 verdween het Brandrode Rund bijna helemaal ten gunste van andere rassen die meer melk geven. ,,Gelukkig waren er nog een paar eigenwijze boeren die ze zijn blijven fokken'', zegt Paul van Kerkhoven, voorzitter van de enkele jaren geleden opgerichte Stichting Het Brandrode Rund. ,,We krijgen wel eens telefoon, bijna altijd van boerinnen, die af willen van hun robuuste Franse vee, zoals Limousin-koeien, omdat ze er bang van zijn geworden. Ze zoeken beesten die beter te hanteren zijn.'' Het Brandrode Rund is een geschikt alternatief. Raszuiver is het rund als het een diep roodbruine kleur heeft, liefst zwart gepigmenteerd, met een driehoekige witte vlek op de kop, een witte onderbuik, een wit staartdeel en `witte sokken'. Een prachtbeest, vindt Van Kerkhoven, te prefereren boven ,,zo'n moderne Amerikaanse jongen'' en ideaal om er de ,,Holsteinisering van Nederland'' mee te bestrijden. Van Kerkhoven: ,,Het Brandrode Rund wordt beschouwd als de minkukel onder het melkvee, omdat hij zulke korte poten heeft en slechts 1,35 meter hoog is. Maar het zijn wél echte dubbeldoelkoeien: je kunt ze melken, en het vlees heeft een goede prijs. Op de veemarkt zeggen ze: `een zwarte met witte, daar blijf je mee zitten'. Dat geldt niet voor Brandrode Runderen.''

Het nut van het rund ligt de komende jaren vooral in het gebruik als grazer in natuurgebieden. Natuurmonumenten blijft in de ruigere gebieden ,,langharig tuig'' inscharen, zoals Schotse Hooglanders en Galloways. Maar op de wat lieflijker uiterwaarden, in veenweidegebieden en op de heide komen Brandrode Runderen goed tot hun recht, zegt Harm Piek, begrazingsexpert bij Natuurmonumenten, vooral als daar vroeger ook Brandrode Runderen hebben gestaan. Piek: ,,Puur natuur bestaat niet meer in Nederland. We moeten het hebben van cultuurlandschappen. Daar verstaan wij niet alleen de fraaie kastelen onder, maar ook oude landbouwsystemen, zoals het werken met Brandrode Runderen.'' Bovendien, zegt Piek, heeft Nederland de internationale plicht om rassen voor uitsterven te behoeden. ,,Als wij roepen dat India de tijger moet beschermen, dan moeten we ook in eigen land niet verzaken.''

De voorvechters van het Brandrode Rund hopen vurig dat de komende jaren ook ,,gewone'' boeren het vee ontdekken. Een van hen is Theo van Schaijk, een biologische boer wiens melkveebedrijf langs de Maas in Ravenstein vorig jaar tijdens de mkz-crisis preventief werd geruimd. Hij heeft nu twintig van de zeldzame beesten rondlopen op terreinen van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Het Brabants Landschap. Van Schaijk: ,,Ik heb na de ruiming lang geaarzeld of ik nog wilde doorgaan. Met deze dieren wilde ik wel weer. Het ras heeft me altijd enorm aangesproken. Samen met melkschapen is het commercieel ook goed te doen. Het vlees is lekker, daar is niks mis mee.'' Over het karakter van het rund heeft de veehouder geen klagen. ,,Het zijn makke beesten, je kunt ze gerust over de bol aaien.'' Maar het belangrijkste, zegt Van Schaijk, is toch dat het ras hier hoort, op dit land. ,,Dat maakt het zo mooi.''