BABY'S WILLEN GRAAG RECHT IN DE OGEN WORDEN GEKEKEN

Baby'tjes van een paar dagen oud hebben al een voorkeur voor gezichten met ogen die hen direct aankijken. En uit de elektrische activiteit van de hersenen van wat oudere baby's, van vier maanden, blijkt dat hun reactie op gezichten met een directe blik veel sterker is dan op gezichten met een afgewende blik. Gevoeligheid voor de richting van een menselijke blik is een uiterst belangrijk onderdeel van het sociale verkeer. En de onderzoekers die deze twee experimenten met zuigelingen deden concluderen dan ook dat deze gevoeligheid aangeboren is (Proceedings of the National Academy of Sciences 24 juni).

De voorkeur van de pasgeboren baby's werd onderzocht door te meten hoe lang ze, gezeten op schoot bij een onderzoeker, keken naar kleurenfoto's van een vrouw met een direct of afgewende blik. Naar de foto met directe blik keken ze gemiddeld 106 seconden, naar die met afgewende blik 63 seconden.

Het was al wel bekend dat bij mensen en andere primaten specifieke neurale systemen in de hersenen betrokken waren bij de detectie van de richting van de blik van een ander, maar tot nu toe bestond er onenigheid over de vraag of deze gevoeligheid aangeleerd of aangeboren was. De gedachte was dat de gevoeligeid ook kon voortkomen uit de meer algemene voorkeur van baby's om naar gezichten te kijken. Dat idee is nu onwaarschijnlijk geworden, zo schrijven de baby-onderzoekers uit Londen en Padua in de PNAS. Het verschil tussen de gezichten met afgewende en directe blik waarmee de baby's geconfronteerd werden is zó klein (niet meer dan een kleine verschuiving van de pupil), dat meer algemene visuele voorkeur geen verklaring kan zijn voor de voorkeur voor de directe blik.

Uit eerder onderzoek was al bekend dat baby's van drie maanden oud minder gaan glimlachen als een volwassene zijn blik van hen afwendt, en weer vaker gaan glimlachen als hij zijn blik weer op hen richt.

De menseljke gevoeligheid voor een directe blik van anderen speelt ook een rol bij de theorievorming rond autisme. Autisten zijn weinig gevoelig voor de richting van de blik van anderen en er is wel voorgesteld dat juist die ongevoeligheid een belangrijke factor is in hun problemen met sociale communicatie. De autisme-onderzoeker S. Baron Cohen heeft daarom al eens voorgesteld dat de mens beschikt over een specifiek mentaal mechanisme om de richting van ogen vast te stellen, een Eye Direction Detector. Volgens hem zou die ontstaan uit een aangeboren neiging om naar ogen te kijken. De onderzoekers uit de PNAS verwerpen nu deze gedachte omdat de pasgeboren baby's al direct gevoelig waren voor de richting van de blik. Zij vermoeden dat de gevoeligheid voor de blik van een ander voortkomt uit een aangeboren voorstelling van de positie van de ogen en de mond in een gezicht. Een gezicht met een afgewende blik zou niet zo goed aan dat beeld voldoen.