`Antisemieten lopen nu in maatpak'

De advocaat en journalist Michel Friedman is vice-voorzitter van de Joodse Raad in Duitsland. Hij werd onderwerp van een fel debat toen de liberale FDP-politicus Möllemann hem verweet antisemitisme uit te lokken. `Kritiek op mijn stijl? Dat is een volstrekt ziekelijke invalshoek.'

Het Scheunenviertel in Berlijn. Tucholskystrasse 9, zetel van de Centrale Joodse Raad in Duitsland. Het trottoir afgezet met dranghekken. Twee agenten voor de deur. Even verderop, in de Oranienburgerstrasse, de synagoge. Hetzelfde type dranghekken, vier politiebusjes en een pantserwagen. Joodse instellingen in Duitsland. Als de spanningen oplopen, zegt een medewerkster van de Raad, dan verschijnt ook in de Tucholskystrasse een gepantserd voertuig. Het went, zegt ze.

Te vaak waren joodse instellingen in Duitsland doelwit van aanslagen om met veiligheid een loopje te nemen. De kaalgeschoren hoofden van neonazi-partij NPD zien het Scheunenviertel als een favoriet decor voor demonstraties. Ook al leidt de politie de demonstranten dan met een grote boog om de synagoge, in de wijk zijn de haatdragende leuzen nog goed te horen.

Dit voorjaar kwam de dreiging opeens uit een andere hoek. Geen brandbommen of leuzen van rechts-extreme randfiguren deze keer. Ter discussie stond het vermeend antisemitisme van een prominent lid van een democratische partij met een respectabele staat van dienst. De liberale FDP, verbonden met namen als Otto Graf Lambsdorff, Klaus Kinkel en Hans-Dietrich Genscher. De vice-voorzitter van de partij, Jürgen W. Möllemann, dreef de Joodse Raad tot ontzetting en razernij.

Eerst toonde Möllemann, tevens voorzitter van de Duits-Arabische Vriendschapsvereniging, opmerkelijk veel begrip voor Palestijnse aanslagen op Israëlisch grondgebied. Vervolgens ging hij een alliantie aan met een lokaal politicus die de Israëlische premier Ariel Sharon had beticht van nazi-methoden. Nadat de Duitse elite – prominente liberalen incluis – haar afschuw over Möllemanns optreden had uitgesproken gaf deze nog eens extra gas. ,,Ik vrees'', zei hij, ,,dat vrijwel niemand de antisemieten in Duitsland, die helaas bestaan, meer aanhang verschaft dan de heer Sharon in Israël en in Duitsland de heer Friedman, met zijn intolerante en hatelijke stijl.''

Michel Friedman (46) is vice-voorzitter van de Joodse Raad en aanvoerder van de strijd tegen Möllemann. Het is een man van vele ambachten. Behalve prominent lid van de Joodse Raad is hij advocaat in Frankfurt en gastheer van een bekroonde politieke talkshow bij de ARD, waarin hij politici in een half uur met ijskoude precisie ontleedt. Volgend jaar neemt hij bovendien het voorzitterschap op zich van het European Jewish Congress.

Friedman is ook een man met een gecultiveerd imago. Klein van postuur, het gelaat gebruind, de donkere haren strak achterover gekamd. Met afstand de best geklede man op de podia van de Duitse mediacratie. Pochetten, manchetknopen, elegante pakken. Niet zelden een krijtstreep. Opvallend ook de half geloken ogen en de voorliefde voor scherpe formuleringen.

Friedman polariseert. In Duitsland zijn maar weinig mensen te vinden die geen mening over hem hebben. Men mag Friedman, of men mag hem niet. Neutraliteit bestaat niet.

Geboren werd Friedman in 1956 in Parijs. Hij stamt uit een joods-Poolse familie die dankzij Oskar Schindler aan de gaskamer ontsnapte. Op negenjarige leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar Frankfurt. Hij studeerde eerst medicijnen, later rechten. Friedman werd in 1983 lid van de CDU omdat Helmut Kohl zich inzette voor de plaatsing van middellangeafstandsraketten op Europese bodem. De binding van Duitsland aan het Westen, aan de Verenigde Staten, was voor Friedman van eminent belang. Partijfuncties bekleedt hij niet. ,,Voor 51 procent ben ik het met de CDU eens, over de overige 49 procent strijd ik met ze. Dat is voor mij de enig juiste verhouding als je deel uitmaakt van een groep.''

Friedman zit niet snel om een mening verlegen. De als antisemitisch verketterde roman van Martin Walser, Tod eines Kritikers, die deze week is verschenen, heeft hij nog niet gelezen; een oordeel geeft hij dan ook niet. Ook over de controverse rond de Palestijnse vlag van Gretta Duisenberg laat hij zich niet uit, omdat hij de details niet kent. De strijd met Möllemann heeft hem met scepsis vervuld.

Begin dit jaar, lang voor het optreden van Möllemann, signaleerde u al dat het antisemitisme in Duitsland van karakter veranderde.

,,In de afgelopen jaren werd steeds duidelijker dat het antisemitisme in Duitsland niet meer uitsluitend van de straat recruteert of zich beperkt tot bekende rechts-radicale partijen als NPD, DVU of Republikaner. Tijdens de discussie over de vergoeding van dwangarbeiders hebben we van bankiers en industriëlen achter gesloten deuren uitspraken gehoord die ons lieten gruwen. Ook waren er zogenoemd goedbedoelende politici die, kort samengevat, zeiden: U weet, ik hou van de joden, maar als ze nog langer zo luidruchtig te keer gaan als ze nu doen, brengen zichzelf schade toe. Antisemitische clichés waren er dus ook van mensen in maatpakken en met gemanicuurde nagels. Maar tot de controverse met de FDP was het altijd nog bedeesd, altijd achter gesloten deuren.''

De affaire-Möllemann heeft het antisemitisme een andere status gegeven?

,,De discussie van de afgelopen weken is een beschavingsbreuk. Vijftig jaar hebben we, niet alleen in Duitsland maar overal, moeite gedaan om te voorkomen dat antisemitisme en racisme een openlijk en officieel middel in de verkiezingsstrijd en in het politieke debat zou worden. De afgelopen weken merkt men dat de reactie van mensen onbeschaamd, salonfähig en overtuigder is geworden. Door alle maatschappelijke groepen, in alle leeftijden en ongeacht het opleidingsniveau, willen mensen er nu ook voor uitkomen. Ze doen het niet meer anoniem, maar het is openlijk en officieel.''

Dat is een treurige balans. Zestig jaar na de oorlog, in een land dat zich veel moeite heeft getroost het eigen verleden onder ogen te zien.

,,Antisemitisme is een fenomeen dat in Europa gedurende 2000 jaar door de christelijke kerk en de wereldlijke macht gelegitimeerd werd en gelegaliseerd. Pas met het Tweede Vaticaans Concilie, pas na de holocaust, heeft de kerk ingezien dat haar machtspolitiek tegen het jodendom een culturele traditie van antisemitisme heeft ingevoerd die men niet binnen enkele decennia kan opheffen. Antisemitisme is geen Duitse uitvinding, Auschwitz is een Duitse uitvinding. We hebben het dus over een fenomeen dat in Nederland, Engeland en Frankrijk net zo goed bestaat als in Duitsland. Ook andere landen hebben hun antisemitisme-debatten.

,,De vraag is: in hoeverre zijn onze samenlevingen in staat zich te beschaven en zich van de barbarij, van de vervolging van minderheden als middel van politieke strijd, te verwijderen. Deze contoverse zal nooit ophouden. Humanisme heeft vergeleken met barbarij nog geen lange traditie. Democratie is in Europa een paar honderd jaar jong. Ze wordt altijd bedreigd door tegenslagen.

,,De vraag is alleen: hoe gaat men met tegenslagen om? Hoe reageert de samenleving op de terugslag? Wie domineert de toekomst? Wat dat betreft is de recente controverse er dan toch een geweest waarin de maatschappij, ook in Duitsland, vooral de elite in media en politiek, heel duidelijk afstand heeft genomen van deze voorvallen.''

Dan bent u optimistisch uit het debat met Möllemann tevoorschijn gekomen?

,,Beslist niet.''

De Duitse elite heeft zeer duidelijk stelling genomen tegen Möllemann.

,,Ik ben door deze discussie niet optimistischer geworden, maar sceptisch, tot nadenken gestemd. Ze heeft laten zien hoeveel potentieel aan mensenhaat in onze samenleving aanwezig is. Vijandigheid tegenover joden is vijandigheid jegens mensen, vijandigheid tegenover buitenlanders is vijandigheid jegens mensen. Het antisemitisme is niet het probleem van de joden, antisemitisme is het probleem van de antisemieten. Haat, geweld, verachting van de mens is het geestelijke potentieel van racisten en antisemieten. Dat bedreigt in eerste instantie de doelgroep, maar uiteindelijk de gehele samenleving.''

Friedman is een geroutineerd spreker. Geen haperingen, geen speurtocht naar het juiste woord. Het is niet zijn eerste interview, niet het eerste gesprek over antisemitisme. Ontspannen en overtuigd rollen zijn opvattingen door de kamer. Totdat hij onraad ruikt, hij in de vraagstelling een antisemitische ondertoon meent te ontwaren.

Op 24 juli heeft Friedman een vraaggesprek met Sharon, ook Arafat heeft hij om een interview verzocht. Staan zijn geprononceerde opvattingen en zijn maatschappelijke functie hem bij die ontmoetingen niet in de weg? ,,Ik begrijp uw vraag niet. Werkelijk niet. Ik vind dat onmogelijk! Waarom zou ik Sharon niet net zo goed kunnen interviewen als een katholieke journalist? Zou ik als katholiek de paus niet moeten interviewen? Waar zijn we hier? Wat is dat voor een vraag? De vraag zelf vind ik al buitengewoon bedenkelijk.''

Als Friedman ook maar het geringste vermoeden heeft dat zijn joodse identiteit op oneigenlijke wijze in het geding wordt gebracht, verandert de kalme beschouwer op slag in een inquisiteur.

U heeft een huis in Frankrijk

,,Dat is een van mijn domicilies, ik ben Europeaan.''

U heeft wel eens gezegd dat u zich daar wil terugtrekken als het politieke klimaat in Duitsland u niet meer aanstaat.

,,U bent Nederlander en woont in Duitsland, dat is mijn antwoord. Ik ben Europeaan, mijn leven beperkt zich toch niet tot één land.''

Dat veronderstelde ik ook niet. Ik wilde...

,,Wat u wilt is het ene, wat ik wil is dat andere...''

Ik wilde u vragen...

,,Vraagt u een niet-joodse Duitser met een huis op Mallorca ook wat u mij nu vraagt?''

Nee.

,,Nou dan!''

Ik vraag het u wel omdat u uw tweede huis een politieke betekenis heeft gegeven.

,,Ik heb dat nooit gezegd. Maar als deze democratie niet meer levensvatbaar is, zal ik haar verlaten. Of gelooft u soms dat ik me zal laten afslachten? Bovendien, als deze democratie niet meer levensvatbaar is, is ze voor u net zo min leefbaar als voor mij.''

U staat bekend als arrogant, provocatief. De mecenas en kunstverzamelaar Heinz Berggruenn, in de jaren dertig voor de nazi's uit Duitsland gevlucht, roept u vanochtend in de Frankfurter Allgemeine op tot een discretere opstelling. De weerstand die uw stijl wekt schaadt de goede zaak.

,,Dat vind ik nu een volstrekt ziekelijke invalshoek. Zou men er ooit over discussiëren of mijn collega's van de katholieke kerk hun stijl moeten veranderen omdat ze met hun stijl antikatholicisme provoceren?

,,Ik ben niet bang voor confrontatie. Ik ben ook niet bang voor lichtelijk overdrijven. Er zijn thema's die geen mol verdragen, die zijn grote terts. Racisme is het hardste thema dat in de menselijke geschiedenis tussen mensen staat. Het is het meest barbaarse, het is de ontkenning van menselijke waardigheid.''

U bent niet bang dat uw persoonlijke stijl uw persoonlijke doel in de weg staat?

,,Ik pas me niet aan. De mensen die me kiezen zijn met het mijn optreden eens. In een pluralistische samenleving is er kritiek op elke stijl. Als men zich daaraan oriënteert belandt men vroeg of laat bij de psychiater.

Iedereen heeft zijn handtekening en dat is goed zo. Als ik zo zou optreden als anderen dat van me verlangen, dan zou ik me aanpassen en was ik al op weg naar het getto. Ik moet kunnen zijn zoals ik wil, zoals dat ook voor anderen geldt, zonder dat daarmee de inhoud anders beoordeeld wordt. Het gaat om de inhoud.''

De antisemitismestrijd tussen Friedman en de FDP draaide in wezen om de vraag welke kritiek op Israël wel en welke niet is toegestaan. Kritiek op het beleid van Israël is toelaatbaar en noodzakelijk, zegt Friedman, maar moet afgewogen zijn. Het Duitse debat ging op twee punten over de schreef. Eerst, toen het beleid van Sharon werd vergeleken met nazi-praktijken. ,,Bij alle kritiek die men op Israël kan hebben, bij alle onrecht dat er plaatsheeft, had ik mijn grootouders gewenst dat ze dit onrecht hadden ondergaan, want dan waren ze nog in leven. Bij de nazi's hadden ze geen kans.'' Vervolgens toen Sharon en Friedman verantwoordelijk werden gehouden voor toenemend antisemitisme. ,,Toen zaten we midden in de diepste antisemitische clichés: het is de schuld van de jood zelf als hij zijn eigen ongeluk naderbij brengt, als hij niet zo is als wij willen dat hij is.''

Abstraherend van de Duitse controverse stelt Friedman dat het niet toelaatbaar is om twee maatstaven voor terrorisme te hanteren, een voor de Palestijnen en een voor de rest van de wereld. ,,Terrorisme kan niet geaccepteerd worden. Dat heeft de vrije Westerse beschaving na 11 september gezegd. Wat voor New York en Kabul geldt, moet ook voor Jeruzalem en Tel Aviv gelden. Dat er bij het antwoord op terrorisme ook fouten gemaakt worden, dat er onrecht veroorzaakt wordt, dát moet in de democratie offensief worden besproken. Maar het basisbeginsel – dat men zich tegen terrorisme te weer stelt – laat geen dubbele maatstaven toe.''

Het gesprek wordt diverse keren onderbroken door de mobiele telefoon. Staccato voert Friedman overleg. Een lunchafspraak, een gast voor zijn show. De toon is energiek, opgetogen. ,,Ich mach mit! Wunderbar! Confirmated. Ciao, meine Liebste.'' In de hoek een koffertje met een schoon overhemd. Friedman woont en werkt in Berlijn en Frankfurt, snelt van de ene plek naar de andere. ,,Ik ben voortdurend onderweg. Ik vind dat héérlijk.'' Waar komt die gretigheid vandaan?

,,Ik ben het kind van een familie waarvan 48 leden vermoord werden. Drie mensen – mijn moeder, mijn vader, mijn grootmoeder – hebben overleefd omdat Oskar Schindler ze op zijn lijst heeft gezet. Ik heb die man van kindsbeen af gekend. Ik heb geleerd dat de zin `men kan toch niets doen' die miljoenen destijds zeiden en tegenwoordig nog zeggen, nooit de waarheid was, maar een excuus voor de eigen lafheid. Oskar Schindler heeft iets gedaan en heeft duizend mensen gered. Omdat ik existentieel heb ondervonden dat ieder mens de wereld kan veranderen, probeer ik de wereld te veranderen. Of me dat lukt weet ik niet. Zeker weet ik wel dat als men niets doet, het zeker niet lukt. Dus doe ik het.''

Werpen uw inspanningen vruchten af?

,,Men meet het succes niet in een leven. Men weet niet wie men beïnvloedt. Ik moet van mezelf bestaan. Heb ík genoeg gedaan? Dat is het enige criterium. Hoe de dynamiek van het leven dan anderen beïnvloedt is niet mijn invalshoek, dat is oppervlakkig en aanmatigend.''

Hoe motiveert u zichzelf dan als u niet weet of uw acties succes hebben?

,,Mijn motivatie is dat alles wat ik nu doe misschien alleen maar voorbereiding is op een beslissende dag over twintig jaar. Oskar Schindler was een man die vijftig jaar onopvallend heeft geleefd en op het beslissende moment een juiste beslissing heeft genomen. Misschien heb ik dat beslissende moment al gehad, misschien heb ik het nog voor me. Belangrijk is dat ik het doel niet uit het oog verlies. Op ieder moment in mijn leven te weten dat ik het uiterste heb gedaan om dat doel te bereiken. Niet meer, niet minder, geheel onpathetisch. Dus: niet uitwijken, niet uitrusten, het jezelf niet gemakkelijk maken.''