ANGST

In hoogbouw is een aantal ingrediënten voor grote angst of een fobie aanwezig: hoogte of loopbruggen tussen twee gebouwen (hoogtevrees), grote hallen bij binnenkomst (pleinvrees), liften (angst voor kleine ruimten) en roltrappen (roltrapfobie).

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de aanslagen op 11 september in New York het aantal mensen met vrees voor hoogbouw heeft doen toenemen. Dat lijkt echter niet het geval. Volgens Eric Passchier van het Fobiecentrum Midden Nederland in Nieuwegein is het aantal meldingen niet toegenomen. Het aantal mensen met een fobie blijft steken op een grof geschatte één tot twee miljoen. Volgens Passchier speelt een belangrijke rol dat de ramp ver van ons bed gebeurde en dat de dreiging voor aanslagen in Nederland niet groot wordt geacht. ,,Had in Amsterdam een dergelijke ramp in een kantorenflat plaatsgevonden, dan waren er wellicht wel meer gevallen van bijvoorbeeld hoogtevrees ontstaan.''

Voor mensen met hoogtevrees is de moderne hoogbouw met veel glas geen pretje. Een belangrijk aspect van hoogtevrees is namelijk het zicht naar buiten. Als de angst nog geen fobie is (waarbij de angst het dagelijks bestaan ernstig beïnvloedt en vaak ook lichamelijke klachten als hyperventilatie ontstaan), kan het een tip zijn het bureau naar een plek te verhuizen waar geen uitzicht uit het raam is. Angst in een kleine lift is soms onder controle te houden door op een lege lift te wachten.

Over het algemeen tonen werkgevers begrip voor mensen met een fobie. Passchier: ,,In eerste instantie kijkt men er wel wat vreemd tegenaan, maar overplaatsing naar een lager gelegen etage is vaak mogelijk. We worden ook wel gebeld door werkgevers, zoals laatst een directeur van een schildersbedrijf, waarvan een werknemer absoluut niet meer aan hoge gebouwen durfde te werken. Samen met werkgever en -nemer hebben we een therapie uitgezet.

Ziekte door hoogbouw is overigens niet voorbehouden aan de wolkenkrabbers van nu. In de jaren '60 en begin '70 constateerden huisartsen dat galerijflatbewoners kampten met allerlei (psychische) klachten, wat in de volksmond `flatneurose' werd genoemd. Geluidsoverlast, monotone bouw en een sociaal isolement zorgden er voor dat een op de vijf flatbewoners in een ernstige depressie raakte. Zelfmoordpogingen gaven veel flats de bijnaam `zelfmoordflat'. Afbraak, renovatie en aanpassingen die de bouw een afwisselender uiterlijk gaven, maakten in de loop der jaren een einde aan het probleem.