?-gebruik

Het hart is niet hartvormig, dat mag wel eens gezegd worden. Het symbooltje ♡ dat volgens moderne interpretatie een hart voorstelt lijkt in de verste verte niet op een echt hart, een hart zoals dat tussen de longen en boven het middenrif de bloedsomloop in stand houdt. Haal er eens een plaatje van een mooi opengewerkt lichaam bij en stel vast: het echte hart is niet puntig aan de onderkant en niet glad afgewerkt aan de bovenkant. Aan de bovenkant zit een partij bloedvaten die er hoogst onsmakelijk uitziet.

Toch is bijna iedereen het erover eens dat ♡ een hart voorstelt en dat dat al eeuwen zo is. Millennia misschien wel. Gisteren was er opeens de wens wat meer zekerheid te krijgen over leeftijd en herkomst van het symbool, omdat het ook impliciet, al is het dan misschien onbewust, door botanici wordt gebruikt.

Wanneer begòn dat eigenaardige ♡-gebruik? Vanuit het heden lijken, volgens een eerste verkenning, drie min of meer onafhankelijke lijnen naar de oorsprong te lopen. In de eerste plaats zijn er de afbeeldingen van Christus met het `heilig hart' die, zegt de encyclopedie, teruggaan tot de Middeleeuwen. Het heilig hart is een duchtig gestileerd hart dat aan de onderkant geen scherpe punt heeft.

Hetzelfde geldt voor de harten op de Friese vlag, als dat harten zijn tenminste en niet konijntjes of wolkjes. Het gebruik van gestileerde harten op vlaggen en vooral wapenschilden, in de heraldiek dus, zou terug kunnen gaan tot de twaalfde eeuw toen de beschilderde schilden in de mode raakten. Maar er kwam gisteren geen schild boven water met een ♡ erop.

De laatste lijn naar de oorsprong komt van de speelkaarten van het soort waarop klaveren, schoppen en ruiten staan afgebeeld. Het is tegelijk de meest belovende lijn omdat het `hart' op de harten-kaarten al eeuwenlang scherp puntvormig is. Maar deze lijn gaat volgens de meeste bronnen niet verder terug dan 1370.

Er valt dus voorlopig niet meer te concluderen dan dat het hart-symbool al in of voor de late Middeleeuwen ontstond. Maar niet zonder de kanttekening dat onduidelijk is wat het ♡ toen precies voorstelde. Vreemd genoeg werd en wordt het symbool op Italiaanse en Spaanse speelkaarten een beker genoemd: coppa of copa. En er is meer twijfel. Moderne boeken over symbolen concentreren zich op de typische afgeronde tweelobbigheid van het ♡-symbool. Au fond wordt hier een boezem in beeld gebracht, zegt de een, dus: een stel borsten. Nee, geen borsten maar billen, zegt de ander. Want het ♡-symbool werd ook veel gebruikt voor de deur van de plee-zonder-spoeling, vooral in Zweden.

Lezer, het is eigenlijk niet zo belangrijk. Er was deze week verbazing over de vlotte verklaring voor de traditionele populariteit van de linde. Van oudsher was in Europa de linde de boom waaronder werd vergaderd, feestgevierd, gedanst en wat al niet. Bij plechtige gebeurtenissen plantte men een linde. `De linde is wegens haar hartvormige bladen aan Freya, de godin der liefde, gewijd', schrijft een boek over bosbouw in de achttiende eeuw met stelligheid. `Mit ihrem herzförmigen Blatt war sie der Liebesgöttin Freya geweiht', herhaalt www.zauber-pflanzen.de nadat eerst is beschreven hoe Nibelungen-Siegfried uitgerekend onder een linde de dood vindt.

Dus de Germanen zagen al dat het lindeblad op een hart leek? Dat de linde, de zomerlinde (Tilia platyphyllos), in Noordwest-Europa een speciale plaats heeft gekregen zal toch wel vooral te danken zijn aan de geurige bloemen waarmee zij bloeit. Afgezien van een aantal struiken zoals vlier, brem en meidoorn is het de enige inheemse boom met geurige bloemen die gretig door bijen en hommels worden bezocht. In juni en juli is het in de dichte, brede lindekroon een gezoem van belang.

Dan nog is de stap naar Freya's liefde niet automatisch gezet, zoals duidelijk wordt als men eens de moeite neemt op de grond onder een bloeiende linde te kijken. Unter den Linden vindt men niet zelden een waar knekelveld aan dode diertjes. Als een dezer dagen de zilverlinde tegenover het bejaardentehuis in de Amsterdamse Roetersstraat in bloei raakt komt een lijkenregen op gang die zijn weerga niet kent. Vraag eens aan die kalende grijsaard die met zijn blonde dochtertje de kadavers verzamelt hoeveel het er dagelijks zijn.

Freya's linde heeft giftige nectar. Er is hier vijf jaar geleden in twee zinnen op gewezen maar tot reacties heeft dat niet geleid iedereen houdt zijn mond. Nederlandse imkers kènnen de sinistere bijen- en hommelsterfte onder linden, in het bijzonder alleenstaande zilverlinden, maar ze hebben er allerlei alternatieve verklaringen voor weten te vinden. Het zou hier gaan om het natuurlijk afsterven van oude hommelvolkjes, er zouden naar verhouding stelselmatig te veel insecten op te weinig nectar afkomen waardoor boven in de boomkroon een felle voedselstrijd woedt, de insecten zouden ten prooi vallen aan koolmezen. Maar over de lindenectar geen kwaad woord.

Hier moet een idylle in stand blijven. Twee jaar geleden publiceerde de onderzoeker Lynn S. Adler in het tijdschrift Oikos (vol. 91, blz. 409) een review-artikel over het verschijnsel onder de titel `The ecological significance of toxic nectar'. Het is een onthutsend artikel waarin wordt aangetoond dat de hommelsterfte onder lindes past in een breed patroon: er zijn veel planten met nectar die dodelijk, of op zijn minst gevaarlijk, is voor de insecten die er spontaan op afkomen. De lijst is lang en het schort niet aan onderzoek waarin ook het feitelijk toxisch bestanddeel in de nectar is geïdentificeerd.

Des te klemmender de vraag: wat heeft een plant er in hemelsnaam voor belang bij om giftige nectar te produceren? Geloof het of niet maar daarop is nog geen antwoord gegeven. Adler vond maar drie hypotheses: het gif moet de `verkeerde' bestuivers straffen, het moet nectarrovers zoals mieren afstoten of het is de bedoeling dat de gewenste bestuiver wat `aangeschoten' raakt zodat hij, stommelend en vervuild, extra veel stuifmeel overdraagt. In het wat onbeholpen streven van de plant zouden dan onschuldige slachtoffers vallen. Adler gelooft het zelf ook niet, dus: denkt mee en redt de evolutietheorie.