Toezicht op examens

Volgens het artikel `Toezicht op examens niet conform wet' in NRC Handelsblad van 25 juni, is de inspectie in dubio over de toelaatbaarheid van een faculteitsdirecteur, die bovendien vaak maar een manager is, als voorzitter van een overigens uit bevoegd docerende deskundigen samengestelde commissie. In de breekbare argumentatie van de inspectie ontgaat mij ten enenmale het aspect van belangenverstrengeling.

De ervaring heeft mij geleerd dat faculteitsdirecteuren als regel examencommissies voorzitten en niet alleen omdat de wet zulks niet expliciet verbiedt.

Zelfs wanneer hij daartoe niet in alle gevallen specifiek bevoegd zou zijn, houdt hij desnoods als manager in eerste en laatste instantie het algemeen instituutsbelang en de toekomstperspectieven van de examinandus in het oog. Belangenverstrengeling doet haar intrede waar bevoegde docenten als elkaars collegae binnen dezelfde faculteit en studierichting de neiging hebben de kwaliteit van de opleiding en die van de geëxamineerde te flatteren via onderlinge toetsingsafspraken.

Zulke conventies kan en mag een faculteitsdirecteur niet tolereren. De ervaring heeft mij ook geleerd dat sommige inspecteurs uit pure onbevoegdheid vrijwel alles accepteren.