Tandenknarsen aan de grachten

Sinds de publicatie van de verhalenbundel De waarheid houdt van vrolijke gezichten acht jaar geleden is het stil geweest rond Marijke Höweler (1938). Dat was opmerkelijk omdat de schrijfster van het met veel succes verfilmde boek Van geluk gesproken vanaf 1982 vrijwel jaarlijks een roman of verhalenbundel publiceerde. Wellicht had ze last van een `writers block', net als de hoofdpersoon uit haar satirische novelle Onder de gordel waarin schrijvers en uitgevers in de Amsterdamse grachtengordel te kakken worden gezet.

Anders dan Geerten Meijsings omvangrijke boek De grachtengordel uit 1992 is Onder de gordel geen sleutelroman over Amsterdamse literatoren, al lijken sommige personages wel erg sterk op bestaande mensen. Zo heeft de voormalige uitgever van De Arbeiderspers Martin Ros overduidelijk model gestaan voor uitgever Vinke, ,,die het over niets anders kon hebben dan over `het hele erge'. [...] Met Vinke moest je nooit gaan eten, want Vinke had een boek voor zijn kop in plaats van een bord. Als Vinke een microfoon voor zijn hoofd kreeg dan kon je de interviewer beter ontslaan. Het enige wat die zeggen mocht was: ja.'

Met Van geluk gesproken heeft Marijke Höweler al eerder laten zien dat ze de kunst van het parodiëren verstaat. In dat boek schilderde ze op geestige wijze het academische milieu dat ze als klinisch psychologe aan de VU van binnenuit kende. Onder de gordel is bij vlagen ook geestig, maar deze satire heeft een onmiskenbaar zure ondertoon. De hoofdpersoon, grachtengordelbewoner en schrijver Henk de Bock is verbitterd over het succes van collega's die niet kunnen schrijven, maar dankzij tv-optredens en `netwerken' in de toptien terechtkomen, terwijl zijn meesterwerken in de ramsj verdwijnen.

De Bocks over het paard getilde dochter vindt hem `een loser', omdat hij niet genoeg geld verdient om een huis voor haar te kopen en zijn vrouw Wilma is het daar volstrekt mee eens. Via uitgever Vinke hoort De Bock dat Wilma een verhouding heeft met zijn concurrent Hans van Zeverem, een bestsellerauteur met een eigen tv-programma en een uitstekend netwerk. Als Privé, Story en andere roddelbladen zich van dit nieuwtje meester maken en wekelijks met fotoreportages en vet aangezette verhalen de onttakeling van zijn huwelijk op straat gooien, neemt zijn leven een beslissende wending. Van de ene op de andere dag is hij een `bekende Nederlander'. Zijn verramsjte boeken worden herdrukt en in één geval zelfs verfilmd èn hij krijgt een belangrijke literaire prijs.

Erg realistisch is dit allemaal niet. De roddelbladen in Nederland hebben over het algemeen geen belangstelling voor literatoren en al helemaal niet voor `losers' met een writers block. Maar het punt dat Höweler wil maken is duidelijk: ze walgt van schrijvers met sterallures die goed verkopen omdat ze `bekende Nederlanders' zijn en ze walgt nog meer van uitgevers die hun auteurs zo ver proberen te krijgen dat ze zich ook als zodanig gaan manifesteren. Het zou me niet verbazen als Marijke Höweler, wier boeken vroeger door De Arbeiderspers werden uitgegeven, zelf dergelijke ervaringen heeft opgedaan. Wèl uiterst realistisch lijkt me bijvoorbeeld deze opmerking van Vinke tegen De Bock: `Je zou eens iets autobiografisch moeten schrijven. [...] De mensen willen waargebeurde verhalen. Het is voorbij met de literatuur. En let op: het zijn alleen nog maar de vrouwen die lezen, dus verplaats je een beetje in ze.'

Moeilijk te plaatsen is Höwelers sneer tegen schrijver Khalid Boudou, een in Marokko geboren jonge auteur die vorig jaar verrassend debuteerde met de roman Het schnitzelparadijs, waarin weliswaar autobiografische elementen zitten, maar die bepaald geen autobiografie genoemd kan worden. De enigszins xenofobe De Bock krijgt dit boek als voorbeeld van autobiografisch schrijven toegestuurd door zijn uitgever en besluit na lezing dat hij de hoofdpersoon ervan `een zak' vindt. `Of het nou door de jaloezie kwam of gewoon door de vreemdelingenhaat, hij wist het niet. Maar één ding stond vast: hij mocht die achterbakse, zwartwerkende, kromkakelende pannenlikker niet waar het prachtboek over ging.' Het zijn zulke passages die Onder de gordel tot een enigszins rancuneus geschrift maken. Behalve Khalid Boudou moet ook Connie Palmen het ontgelden. De Bock is van plan met haar te gaan flirten in de kunstenaarssociëteit Arti. `Ze zou zo langzamerhand wel aan een vervanger toe zijn.'

Onder de gordel is een karikaturale zedenschets van een piepkleine Amsterdamse incrowd waarmee Marijke Höweler laat zien dat ze nog steeds een bekwaam vertelster is met een sierlijke pen. Net als in haar vorige boeken blinkt ze uit in natuurlijke dialogen, gedurfde scènewisselingen en grappige observaties. Maar voor een echte terugkeer als schrijfster is deze novelle toch te veel een niemendalletje. Er is in Onder de gordel geen enkel personage met een interessante gedachte en ook de vertelster valt daar niet op te betrappen.

Marijke Höweler: Onder de gordel. Atlas, 120 blz. €12,50