Nixons aartsvijand

Een politiek schandaal van enige omvang, zoals de Watergate-zaak die Richard Nixon in 1974 ten val bracht, kan betrokkenen en belangstellenden nog jaren werk verschaffen. Met geschiedschrijving natuurlijk, maar ook met biografieën, apologieën, herinneringen uit de cel, complottheorieën, en met nieuwe `onthullingen', want elk schandaal smeekt ook om zijn eigen revisionisme, juist als de historici ermee klaar zijn.

John W. Dean was de juridisch adviseur van het Witte Huis die in 1973 overliep naar de aanklagers om in ruil voor gedeeltelijke immuniteit zijn eigen rol in de Watergate cover up en die van hooggeplaatsten in het Witte Huis openbaar te maken. Als jonge nieuwkomer in het Witte Huis was hij een yuppie met sportwagen geweest, maar voor de Senaatscommissie die de Watergate-inbraak onderzocht, getuigde hij tot ergernis van het Nixon-kamp als ideale schoonzoon, gestoken in een conservatief pak en met hoornen bril, en gezegend met een fotografisch geheugen. Hij draaide korte tijd de gevangenis in, maar werd een sleutelfiguur in de val van Nixon.

Voor het 30-jarige jubileum van Watergate (gemeten vanaf de inbraak in juni 1972 in de Watergate-kantoren van de Democratische Partij in Washington) beloofde Dean te onthullen wie een andere sleutelfiguur was, namelijk de anonieme `deep throat', die Bob Woodward van The Washington Post destijds zoveel primeurs had bezorgd over de zaak. De identiteit van deze bron, een oude kennis van Woodward, is `het best bewaarde geheim in politiek Washington', aldus Dean. Alleen Woodward, zijn collega Carl Bernstein, oud-hoofdredacteur Ben Bradlee en de man zelf (want het is een man) zijn ervan op de hoogte. Maar Dean, inmiddels gefortuneerd jurist in Californië, wist zeker dat hij door analyse van Woodward en Bernsteins boek All the President's Men (waarvan hij een bewerkt manuscript heeft bemachtigd) en zijn eigen achtergrondkennis erachter kon komen wie `deep throat' is. Op 21 juni 2002 zou hij de naam bekend maken op de website van Salon.com, met digitaal boek dat daar zou kunnen worden gekocht.

Het heeft niet zo mogen zijn. Alles wees volgens Dean naar Jonathan Rosen, een stafmedewerker van Nixon en bekende van Dean, die aan alle voorwaarden zou voldoen. Rosen ontkende in alle toonaarden. Toen Dean hem per e-mail inlichtte dat hij hem toch zou noemen, dreigde Rosen met een rechtszaak wegens smaad. Waarop Dean zijn conclusie bij nader inzien een stuk minder steekhoudend vond. In Unmasking Deep Throat heet het nu manmoedig dat Dean zijn speurtocht voortzet en dat het einde in zicht is. Alleen is Rosen echt afgevallen, en zal Dean zich concentreren op vijf resterende kandidaten, onder wie Nixons speechschrijvers Pat Buchanan en Ray Price en zijn woordvoerder Ron Ziegler. Het is maar goed dat Woodward en Bernstein gewoon voor een krant werkten en niet voor een advocatenkantoor.

John W. Dean: Unmasking Deep Throat. History's most elusive news source. Salon.com, 150 blz. $8,–