Nederlands leren in de Voorschool

Op de Amsterdamse Voorschool van basisschool De Bron worden allochtone peuters voorbereid op de basisschool. ,,Ga je met me vooruitkijken, Hannah? Waar ga je spelen?''

Met één oog houdt Hannah (3) de juf in de gaten, met het andere tuurt ze door een verrekijker. ,,Ga je met me vooruitkijken, Hannah'', vraagt juf Annemarie Blok. ,,Wat ga je doen vanochtend?'' Hannah laat de verrekijker zakken en kijkt de juf afwachtend aan. ,,Waar ga je spelen?'' Hannah wijst op de poppenhoek en zegt met een stralende glimlach: ,,Ja.''

Een moment later staat Hannah in de bouwhoek en daarna gaat ze op reis met de koffer. Ze praat tegen zichzelf in de spiegel, Marokkaans, en draagt een grote sombrero. Juf Annemarie pakt haar bij de hand: ,,Waar speel je nu?'' Hannah wijst weer op de poppenhoek. ,,Dan moet je daar ook blijven spelen'' zegt Annemarie en brengt haar terug. Hannah zegt weer ja, ze lacht en zit even later weer in de bouwhoek.

Hannah is net drie en spreekt bijna geen Nederlands, maar als je haar een paar uur observeert blijkt ze het goed te verstaan. Ze grijnst zich gewoon door alles heen. Ze is de jongste van een gezin met grote broers, zegt Annemarie Blok. ,,Ze mag alles. Er worden geen grenzen aangegeven.''

Hannah is een van de 24 voornamelijk Turkse en Marokkaanse kinderen in de leeftijd van twee tot vier jaar die naar de Voorschool gaat van de katholieke basisschool De Bron in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark. Ze gaat twee ochtenden en twee middagen naar de Voorschool, waar ze onder leiding van twee leidsters beter Nederlands leert praten zodat ze niet op de basisschool komt met een taalachterstand van twee jaar. Deelname is vrijwillig en kost niets.

Gisteren adviseerde de Onderwijsraad, het belangrijkse adviesorgaan van het ministerie van Onderwijs, om alle voorzieningen voor kinderen tot vier jaar - peuterspeelzalen, crèches en voorschoolse opvang - samen te voegen tot kindercentra. Volgens de opsteller, hoogleraar Onderwijskunde Wim Meijnen, is het huidige aanbod en van zorg, opvang en educatie een `lappendeken'. Bovendien klagen de ouders over de kwaliteit van de crèches en peuterspeelzalen. De kindercentra zouden intensief moeten samenwerken met de basisscholen zodat de ,,ontwikkeling van het kind ondoorbroken verloopt''.

De Amsterdamse Voorschool werd vier jaar geleden in het leven geroepen. De Bron was de tweede school waar een Voorschool startte. Van twee tot vier jaar gaan de kinderen naar een peutergroep. Daarna volgen ze in groep 1 en 2 van de basisschool hetzelfde dagprogramma.

De Voorschool is nu door het hele land verspreid. Amsterdam is de eerste stad waar van het begin af aan de resultaten van de Voorschool zijn onderzocht. In Groningen en Den Haag lopen momenteel ook onderzoeken.

Iedere ochtend en iedere middag hebben op de Voorschool van de Bron een vast ritme en vaste onderdelen: vooruitkijken, speelwerken en speelleren en terugkijken. Murlin Scheuer, de andere Voorschoolleidster, gaat met de jongens op de grond zitten `speelwerken' – bakken met treinen, rails en autootjes worden leeggestort.

Murlin: ,,Wat doe je nu, Karim? `'

Karim kijkt op en zwijgt. Ahmed geeft antwoord in zijn plaats: ,,Hij speelt met de trein.''

,,Goed zo, Ahmed'', prijst Murlin. ,,Waar gaat de trein naar toe, Karim?''

,,Daar'', zegt Karim en hij wijst op de tunnel.

,,En wat is dit?'' Murlin wijst op de tunnel.

,,Tunnel'', zegt Karim.

Na het `speelwerken' wordt er `teruggekeken'. De jongens wijzen aan wat ze gebouwd hebben. Hannah sleept de koffer tevoorschijn. Juf Annemarie: ,,Waar begon jij nou met spelen?''. Hannah wijst de poppen aan. En moet weer vreselijk grijnzen.

Actief leren, is volgens Annemarie Blok de kern van het programma waarmee haar Voorschool werkt, Kaleidoscoop. Doordat kinderen zelf een spel kiezen, gevarieerd materiaal krijgen aangeboden en worden gestimuleerd in hun spel leren ze zich ook sociaal te ontwikkelen. Door de interactie worden de kinderen uitgenodigd veel te vertellen over wat ze doen. ,,Dat is heel belangrijk voor hun taalontwikkeling. Maar ze leren ook delen, ze leren op een andere manier voor zichzelf op te komen in plaats van gelijk te gaan duwen. En ze leren ook na te denken over wat ze willen doen en wat ze hebben gedaan. Zaken die ze thuis veelal niet leren''.

Er is regelmatig overleg tussen de leerkrachten van groep 1 en 2 en peuterleidsters van de Voorschool over de kinderen. Coördinator Voorschool en intern begeleider Sylvia Putman van basisschool de Bron: ,,Wanneer een kind groep 1 binnenkomt weten we al heel veel over dat kind.'

' Volgens haar is het grote voordeel van de Voorschool - naast het feit dat ze beter Nederlands leren spreken, dat de overgang naar de basisschool niet zo groot meer is. ,,Voor vierjarige kinderen die nu nieuw op school komen en geen woord Nederlands spreken is het soms heel moeilijk. Ze moeten zich staande houden in een grote groep kinderen en begrijpen heel weinig. In de peutergroep van de Voorschool leren peuters zich in kleine, veilige groepjes te redden. Ze spelen soms met de kleuters van groep 1 en 2. En als ze dan naar groep 1 en 2 gaan is het heel bekend omdat de klaslokalen van groep 1 en 2 zijn net zo ingericht als peutergroep en er ook met Kaleidoscoop wordt gewerkt''.

Annemarie Blok heeft aan den lijve ervaren wat het personeelstekort voor gevolgen heeft. Vanwege zwangerschapsverlof van een collega stond Blok de ochtenden alleen voor. Daardoor schoten er veel zaken bij in.

Ook Sylvia Putman geeft aan dat door het lerarentekort kleuterleidsters van de groep 1 en 2 regelmatig ergens anders voor de klas worden gezet. Daardoor heeft de school het tijdrovende leerlingvolgsysteem van Kaleidoscoop laten vallen. ,,We doen nog wel aan observaties zoals dat bij Kaleidoscoop heet maar verwerken dat in ons eigen leerlingvolgsysteem. Dat is uit nood geboren want je trekt het programma wel uit zijn verband''.