Meneer, ik kan niet tekenen

Piet Aans had twintig jaar geleden de pest aan het vak tekenen. ,,Hij vond dat ik te veel zeurde'', vertelt oud-tekendocent Cor Heintjes (60), die 35 jaar tekenen gaf aan het Drachtster Lyceum. ,,Ik gaf ze opdracht alle letters van het alfabet uit te snijden'', vertelt Heintjes, ,,en er een zelfverzonnen tekst van te maken.'' Het resultaat van Aans: ,,Tekenen/ is je blauw verven/ tot je er groen/ en geel van ziet''.

Prachtig, vindt de tekenleraar die vorig jaar afscheid nam. Zijn opvolgster vond tientallen tekeningen van oud-leerlingen op zolder en besloot er een tentoonstelling over te maken. Als eerbetoon aan Heintjes.

,,Hier hangt 35 jaar van mijn leven'', zegt Heintjes. Hij was een ambitieus docent. ,,Ik wilde leerlingen leren kijken naar beeldende kunst, zodat ze hun eigen werk konden bespreken en werk uit de kunstgeschiedenis konden beoordelen.''

Heintjes streed jarenlang voor een serieuze plek van zijn vak tussen de andere. ,,Toen ik begon, telden de cijfers voor tekenen net als van muziek en lichamelijke opvoeding niet mee voor de overgang. Eind jaren zeventig werd dat anders. Ik heb meegemaakt dat ouders gingen steigeren als hun kind vier onvoldoendes had, waarvan een 5 voor tekenen. ,,Meneer, weet u wel wat u ons aandoet?'', zeiden ze dan. Dan antwoordde ik dat mijn dochter was gezakt omdat ze eentiende punt te weinig had op wiskunde. Dat werd wel geaccepteerd.''

Hoe vaak heeft hij het de afgelopen 35 jaar niet gehoord: ,,Meneer, ik kan niet tekenen.'' Maar tekenen, zo is zijn overtuiging, is een leervak. ,,Iedereen kan tot op zekere hoogte leren tekenen, als hij maar goed tekenonderwijs krijgt.''

Zijn doel was niet om een leerling fotografisch te leren tekenen. ,,Veel kinderen vinden dat de enige manier. Dat zien ze ook op tv, in tijdschriften, tekenen gebaseerd op `net echt'.'' Maar dat `net echt' probeerde hij altijd te vermijden. ,,Perspectief heb ik ze nooit willen leren. Ik wilde ze lekker met verf bezig laten zijn, kleuren laten mengen, ze met hulp van theorie beeldende problemen laten oplossen. Ik bracht ze dingen bij die een kunstschilder in zijn werk gebruikt. Noem het foefjes. Donkere tinten naast lichte, koele kleuren naast warme. Je kunt kleuren intenser maken, je kunt allerlei texturen gebruiken. Vol is iets anders dan af.''

Een van zijn favoriete tekeningen op de expositie is een wit vlak met een rafelige zwarte rand en in het midden het woord `DOOD'. De tweede `D' lijkt weg te zweven en de tweede `O' is dikker dan de eerste. ,,Dit wijkt typografisch sterk af van gedrukte letters'', licht Heintjes toe. ,,Dat je als leerling het lef hebt om twee keer dezelfde letter zo verschillend te maken... Prachtig!'' Het merendeel van de tekeningen is van een verrassend hoog niveau, meent Heintjes, ,,Op een willekeurige tentoonstelling zouden ze geen gek figuur slaan.''

Toen hij in 1966 begon, gaf Heintjes aan de eerste klassen drie uur tekenen per week. ,,In de tweede klas werden dat er twee en in de derde bleef er één uur over. In de vierde en vijfde klas kon je het facultatief kiezen en had je twee uur. Dat is dus tien uur in vijf jaar.'' Veel te weinig, naar zijn idee.

Bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 werden er uren van zijn vak afgeknabbeld. Later, toen tekenen eindexamenvak werd, bleef de praktijk beperkt tot één uur. Het was hem een doorn in het oog. ,,Je gaf drie uur, waarvan twee uur theorie. Maar met één uur praktijk werd het vak de nek omgedraaid. Ik was niet in staat de gemiddelde leerling in dat ene uur op een acceptabel niveau te krijgen.''

Twee keer raakte Heintjes overspannen. De laatste keer toen hij op een voorlichtingsavond over de geneugten van het Studiehuis moest vertellen. Hij hoorde zichzelf dingen verkondigen waar hij niet achter stond. ,,Opnieuw weinig praktijk. Dat was heel frustrerend.''

Heintjes wil nu zelf meer schilderen. Op de tentoonstelling hangt een zelfportret, het eerste schilderij dat hij maakte ,,nadat ik in maart vorig jaar afknapte''. Heintjes staat erop met een door brandwonden vervormd gezicht en een zwarte hoed op. Het werk is aan weerszijden geflankeerd door spiegels. ,,Die werken beeldversterkend'', legt hij uit. ,,Ik schilder voor mezelf, maar probeer iets te maken waar anderen door geraakt worden. Ze mogen het mooi, lelijk of eng vinden. Het ergste is wanneer iemand er gewoon langsloopt en niet in de gaten heeft dat het er hangt.''

Tentoonstelling `Tekenles is geen franje'. T/m 12 aug. Museum Smallingerland, Museumplein 2, Drachten. 0512-515647. Di-za 11-17. Zo 13-17.