Komt dat zien

Het was een mooi plan. Eerst zou de AVRO alle negentien afleveringen van de gelauwerde serie Oud Geld herhalen, en bij wijze van verrassing zou er daarna een nieuwe slotaflevering aan worden vastgeplakt. De oorspronkelijke serie eindigde in een restaurant, waar vader Bussink de hele familie informeerde over zijn faillissement. Volgens alle betrokkenen was het een goed idee hen nog één keer bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld voor een kerstdiner, om te zien hoe het er nu – vier jaar na dato – met de Bussinks voorstaat.

Oud Geld wordt deze zomer inderdaad herhaald. Maar de nieuwe slotaflevering is niet gemaakt. De productie zou ongeveer zeven ton hebben gekost, terwijl de AVRO tegenwoordig niet meer dan vier ton beschikbaar heeft voor een uur drama.

Dit is geen exclusief AVRO-probleem. Alle omroepen hebben dezer dagen te kampen met krimpende budgetten: de kosten stijgen, en de inkomsten blijven daarbij achter. Het drama, het duurste van alle televisiegenres, is het eerste slachtoffer. Uit een onderzoek dat deze week werd gepubliceerd door het Netwerk Scenarioschrijvers, blijkt dat de publieke omroep steeds minder drama maakt. En zelden toonde een belangengroep al bij voorbaat méér begrip voor de tegenpartij als deze organisatie van tv-auteurs. In feite valt de omroepen nauwelijks iets te verwijten, zo werd er meteen aan toegevoegd: ze hebben te weinig geld en ze zijn nu eenmaal wettelijk verplicht om hun bestaansrecht te blijven bewijzen. Meer samenwerking zou het drama ten goede komen, maar het maakt de afzonderlijke omroepen goeddeels onzichtbaar.

Het lijkt, kortom, een onoplosbare kwestie. Dat er snel meer geld uit Den Haag zou komen – de scenaristen spreken zelfs van een verdubbeling van het huidige jaarlijkse dramabudget van 59 miljoen euro – is niet te verwachten. In hun dagelijkse ontmoetingen met de pers hebben de heren Balkenende, Herben en Zalm in elk geval nog niet over tv-drama gesproken.

Maar er is ook nog een andere kant aan de zaak. Want wordt er eigenlijk wel gekeken naar het weinige goede tv-drama dat de publieke omroep te bieden heeft?

De afgelopen negen weken hebben de VARA en de VPRO op zondagavond twee korte series plus drie losse tv-films uitgezonden, naar aanleiding van actuele, vaak politieke affaires. Het begon met De enclave, daarna kwam Mevrouw de minister en ten slotte de drie single plays, waarvan de eerste (van Theo van Gogh en scenarist Tomas Ross) verreweg de beste was en de laatste de minst geslaagde. Maar in grote lijnen gaf die cyclus mooie voorbeelden van volwassen drama te zien – goed geschreven, voorbeeldig geacteerd en pakkend verfilmd. Het was, op de valreep van dit seizoen, een overtuigende demonstratie van het talent dat de laatste jaren in dit genre aan het werk is.

Er is alleen nauwelijks naar gekeken. Gemiddeld haalde elke uitzending een kijkdichtheid van 1 tot 2 procent, tussen de 100.000 en 200.000 kijkers. Dat zijn heel wat spreekwoordelijke stadions vol, maar voor tv-begrippen is het teleurstellend. Terwijl bekwaam geproduceerde, maar veel minder hooggegrepen series als Spangen (TROS) en Baantjer (RTL4) gemakkelijk anderhalf tot twee miljoen kijkers trekken.

Dat is voor omroepen met meer ambitie geen stimulerende score. Natuurlijk moet er meer goed tv-drama komen. Maar dan moet het publiek er óók iets voor doen. Kijken.