Geloven kent geen dwang

De koran-wetenschapper Abu Zayd moest Egypte verlaten wegens zijn vrijzinnige interpretaties. In een persoonlijk verslag van zijn jeugd, loopbaan en geloof, blijft hij optimistisch tegen de verdrukking in.

Tot zijn stomme verbazing hoorde de Egyptische koranwetenschapper Nasr Abu Zayd in 1995 dat er bij de rechter in Kairo een zaak aanhangig was gemaakt om zijn huwelijk te laten ontbinden. Radicale moslims die hem hekelden om zijn moderne en vrijzinnige koranstudies, wilden zijn vrouw van hem laten scheiden omdat een moslima nu eenmaal niet getrouwd mag zijn met een afvallige. Het was een volgende stap in hun pogingen de liberaal Abu Zayd monddood te maken en sociaal te isoleren. Het nieuws van de rechtzaak leek Abu Zayd en zijn vrouw aanvankelijk absurd en ze weigerden het te geloven.

Maar het was wáár. Sterker nog: aldus geschiedde. Abu Zayd weigerde voor de rechtbank te verschijnen en publiekelijk te verklaren dat hij moslim was. Hij wenste zich niet aan zo'n inquisitie te onderwerpen, gedachtig de uitspraak van de koran dat `in de godsdienst geen dwang bestaat', en die van de Profeet dat het onmogelijk is om in geloofszaken in andermans hart te kijken. Het huwelijk werd daarop nietig verklaard en het echtpaar zag zich genoodzaakt te emigreren. Op uitnodiging van de Nederlandse arabist en koranvertaler Fred Leemhuis kreeg Abu Zayd een tijdelijke aanstelling aan de universiteit van Leiden, waar hij ook woont.

In Mijn leven met de islam, dat vorig jaar in het Duits verscheen en nu is vertaald, doet Abu Zayd onderhoudend en indringend verslag van zijn persoonlijke en professionele levensloop, zijn omgang met de koran en het geloof, de opkomst van het fundamentalisme in Egypte, en van het uiteindelijke proces en zijn ballingschap naar Nederland. Zelfs de dreiging waaronder hij met zijn vrouw leefde, beschrijft hij met een onzelfzuchtig gevoel voor humor en milde zelfspot. Zo protesteert hij tijdens een autoritje, als zijn vrouw (`Zij reed, want ze vindt dat ik niet kan rijden') hem opdraagt bij gevaar onder zijn stoel weg te kruipen. Daar is hij te dik voor. `Wat moet ik dan doen als ze op je gaan schieten?' bijt zijn echtgenote terug. `Zelfs als ik mij op je werp om je te beschermen, kan ik hoogstens een dunne strook, nee niet eens, een streep op je lichaam bedekken.'

Pas tegen het einde van Mijn leven met de islam barst Abu Zayd uit in een aanklacht tegen Egypte. Hij is woedend op de staat en de instellingen die hem in de steek hebben gelaten, niet op de mensen. Zijn woede richt zich ook op de angsthazen die hem persoonlijk zeiden het helemaal met hem eens te zijn, maar in het openbaar zwegen uit angst voor de fundamentalisten. Hij zou het liefst terugkeren naar Kairo, om weer koranwetenschappen te doceren, maar alleen als hem excuses worden gemaakt voor het onrecht dat hem is aangedaan.

Cultuurshock

De anekdotes en beschrijvingen maken Mijn leven met de islam meer dan een intellectueel zelfportret, het is ook een eerlijk en ondanks alle verdrukking optimistisch menselijk document. Abu Zayd geeft een warm beeld van zijn jeugd in het dorpje Qoehafa, en van de cultuurshock na zijn aankomst in Kairo. Ook het portret van zijn echtgenote, Ibtihaal Yoenis, is van een grote tederheid: hij afkomstig uit een simpel boerendorp, zij `een aristocrate van Turkse afkomst' en als romaniste werkzaam aan de universiteit van Kairo. `Nasser zal bij God rekenschap moeten afleggen!' werpt ze hem voor als ze ergens ruzie over hebben. `Als hij de boeren niet zo had bevoordeeld, zouden wij elkaar nooit hebben ontmoet.' Zij betaalt volgens Abu Zayd nu een hogere prijs voor de ballingschap dan hij.

Er komt nog een sterke vrouw voor in Mijn leven met de islam. Abu Zayds moeder, een dorpsvrouw die niet kon lezen of schrijven, maar hem na de dood van zijn vader zijn hele loopbaan door steunde en aanmoedigde. Toen hij in Amerika verbleef en zijn broers en zussen zijn brieven niet snel genoeg naar haar zin beantwoordden, zei ze: `Leer mij lezen en schrijven. Dan antwoord ik hem wel.' De schrijnende positie van de vrouw in de Arabische wereld wordt ten onrechte gelegitimeerd met een patriarchaal beroep op de koran, meent Abu Zayd, die zelf een liberalere interpretatie voorstaat van verzen over de verhouding tussen de seksen.

Aan de betekenis van de koran wijdt Abu Zayd, die als schooljongen op zijn achtste de heilige tekst compleet uit het hoofd kende, enkele indrukwekkende passages. Zoals de Grieken het gezag van de rede hadden, schrijft hij, zo heeft de islam de tekst: de Arabische grammatica, rechtsgeleerdheid en literatuur zijn ondenkbaar zonder de koran. Het is bovendien een tekst die gereciteerd moet worden en waarvan de schoonheid en zeggingskracht pas bij het aanhoren ten volle doordringt. Maar het gezag van die letterlijke tekst moet niet worden verabsoluteerd: de koran is voor Abu Zayd een religieuze tekst, een spirituele sleutel, maar uitdrukkelijk geen politiek, juridisch of economisch tractaat. En het is een geschrift dat uiteraard ook wetenschappelijk en historisch bestudeerd kan worden zonder afbreuk te doen aan de geestelijke waarde. Voor dat doel put Abu Zayd inspiratie uit de hermeneutiek van de Duitse filosoof Georg Gadamer, de tekstuele opvatting dat alleen in de interpretatie de waarheid van een tekst zich kan ontvouwen.

Het was die moderne omgang met de koran die hem in conflict bracht met het opkomende fundamentalisme in Egypte, dat door Sadat werd getolereerd om zich de linkse oppositie van het lijf te houden. (Sadat, die ook de islam een grotere plaats gaf in de openbaarheid en die zelf volgens Abu Zayd op het vrijdagsgebed op tv altijd duidelijk zijn zibieba liet zien, de donkere plek op het voorhoofd die ontstaat als het hoofd vaak op de gebedsmat wordt gedrukt.) Abu Zayd geeft deprimerende voorbeelden van de zelfcensuur en verstening die onder invloed van het fundamentalisme optrad. Tijdens een college over een liefdesgedicht bijt een gesluierd meisje van achttien hem toe dat de koran zulke poëzie verbiedt. Een werkstuk over Franse koranvertalingen mag, omdat de koran strikt genomen onvertaalbaar is, niet `Vertalingen van de koran' heten maar hooguit `Vertalingen van de betekenis van de koran'. Abu Zayds benoeming tot gewoon hoogleraar gaat niet door. En in 1995 hoort hij dat er een poging wordt gedaan zijn huwelijk te laten ontbinden.

Tegenkrachten

Hoe kon het zo mis gaan? Abu Zayd wijt de geestelijke verarming en de opkomst van het fundamentalisme aan uiteenlopende oorzaken: het Europese kolonialisme (dat de islam aanwees als de oorzaak van de achterstand en een religieuze tegenreactie opriep), de decennialange politieke, maatschappelijke en economische ontreddering, en de lokale overheden, die de bevolkingen in de armen jagen van radicale tegenkrachten.

Maar hij is van nature een optimist, en Abu Zayd blijft erop vertrouwen dat de fanatici niet de overhand zullen krijgen, ook al is de islamitische wereld nu een `treurig geheel' van radicale islamisten en repressieve overheden die bang zijn voor hun eigen bevolkingen. Het fundamentalisme noemt hij `een minuscuul deel van datgene wat de islamitische wereld op cultureel, religieus en historisch gebied betekent'. Hij put ook tegen de klippen op hoop uit het bericht dat de Iraanse president Khatami zijn boek Het begrip van de tekst heeft gelezen, en zelfs uit een ontmoeting met 25 jonge fundamentalisten in Damascus, die een eigen blad willen publiceren met artikelen over de liberale moslim Mohammed Arkoun en over hermeneutiek. Volgens Abu Zayd hebben sji'ieten minder moeite met zijn werken en zijn zij, in weerwil van het Europese cliché, vrijzinniger dan orthodoxe soennieten. Voor sji'ieten, die van de hoofdstroom van de islam afbogen en uitgaan van het gezag van een `verborgen' imam, is een actuele interpretatie van de koran minder snel een inbreuk op de canonieke tekst dan voor soennieten, voor wie de `poorten van de interpretatie' al eeuwen geleden door dogmatici gesloten zijn verklaard.

Voor Abu Zayd is de islam persoonlijk `heel eenvoudig': het omvat het geloof in één almachtige en barmhartige God, schepper van de kosmos, en in menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid. Geen onderwerping dus, maar eerder overgave aan een verheffend geloof. `Ik zie God in alles wat mooi is', schrijft Abu Zayd. Zijn geloof, dat gebaseerd is op een intellectuele en esthetische omgang met de koran, mondt zo uit in mystiek, zoals die van de soefi's. Hier blijken Abu Zayds grote kwaliteiten, zijn wetenschappelijke openheid en zijn diepe persoonlijke religiositeit, en allebei staan ze op gespannen voet met de bekrompenheid van de fundamentalisten.

Zijn gedwongen echtscheiding leidde tot talrijke protesten. Onder druk daarvan heeft de Egyptische overheid de inmenging in het huwelijk bemoeilijkt, zij het niet onmogelijk gemaakt. Het aanspannen van een dergelijke zaak is nu strikt voorbehouden aan de officier van justitie. Dat heeft de animo bij radicale activisten niet verminderd: onlangs zetten zij de overheid onder druk om de feministische schrijfster Nawal Al Sadaawi van haar man te laten scheiden. Dit keer was het vergeefs.

Nasr H. Abu Zayd: Mijn leven met de islam. Vertaald uit het Duits door Vreni Obrecht. Becht/Gottmer. 191 blz. E15,90