Smachtende dans in hete tent

Oerol streeft naar meer dans en dit jaar leverde dat optredens op van de dansgroep Blok & Steel, dé hit van het festival.

Na een traditioneel afgeladen openingsweekend is het Oerol Festival, podium voor straat- locatie- en schuurtjestheater, nu wat het zijn moet: een inspirerend, goed bezocht evenement. Zonder veel moeite kunnen inmiddels kaartjes gekocht worden voor uiteenlopende voorstellingen die vooral gemeen hebben dat je ze bezoekt op onverwachte plekken op het waddeneiland Terschelling: in een duinpan streek Circus Wonder neer met een eigentijdse versie van oeroude kermistrucs als vuurvreten en messenwerpen; in een spiegeltent aan een fietspad is er een hilarische clownsvertaling van Bizets De Parelvissers (Dubbeldooier van de groep Oostpool); in het bos kraakt een enorme droommachine, aangedreven om iemand van 16 meter hoog naar beneden te laten vliegen (Spring levend van Tuig).

Het is een wonder hoe het Oerolaanbod ook deze 21ste keer weer een zo grote kwaliteit weet te handhaven. Oude successen is men trouw, zelfs als ze wat tegenvallen zoals de voorsteling van Growing Up in Public met lange, zogenaamd literaire monologen en rare voorvalletjes tussen de bomen. Maar Oerol schroomt niet om nieuws te zoeken. Sinds vorig jaar streeft Oerol naar meer dans. Dat liep toen mis: Krisztina de Châtel zegde toe maar kwam niet. Dit jaar lukt het wel: Suzy Blok en Christopher Steel presenteren met hun dansgroep Blok & Steel in een tent op de geitenwei Looking up at Down, en zijn meteen de hit van dit Oerol.

Voor deze voorstelling verzekerden Blok & Steel zich van de medewerking van componist en violist Alexander Balanescu en maakten een smachtend, melancholiek stuk op de hartslag van de tango – meeslepend van vorm, ruig van inhoud, groots van danskwaliteit. In vechterige duetten uiteenvallende patronen geven de vier dansers, in reactie op de flamboyante Balanescu en zijn muzikanten, gelegenheid tot flitsende electric boogie, klassieke `Ausdruckstanz', vlijmende agressie van de straat en flarden van fiere ballroom. Juist door hier op te treden, in een voor dansers onveilige omgeving en de afgelopen dagen in gevecht met een snikhete tent, bereiken Blok & Steel nieuwe hoogten en verzekeren ze zich van een publiek dat niet weet wat het overkomt maar het enthousiast ondergaat.

Behalve Blok & Steel programmeerde Oerol op een verlaten tennisbaantje voorstellingen van de jonge groep LaMelis van choreografe Helma Melis en, op het erf en de deel van de boerderij van Jan van Teake, Danswerkplaats Amsterdam (DWA). Ondanks een aantal sterke momenten legt DWA legt het af tegen de locatie. Aanvankelijk wordt er gewiekst op ingespeeld: tussen het ongemaaide gras duiken de dansers op, een danseres moet wat witte geiten van haar pad manoeuvreren voor ze verder kan en samen lokken ze superieur het publiek mee. Eenmaal binnen lijkt het of de drie choreografen van DWA zich hebben laten overweldigen door de zee van mogelijkheden van trappetjes, luiken, balken en een hooizolder. Ze verloren de controle en het zicht op elkaar, en zetten in arren moede de dansers aan tot virtuositeit die niet altijd een ander doel heeft dan zichzelf. Soms met verbluffend resultaat, allengs langdradiger, zeker voor een publiek dat op planken heen en weer schuift.

Dat Oerol ruimte zoekt voor dans, doet het festival goed. Dans is modern en van deze tijd. Het helpt Oerol verder weg van het achterhaalde imago van ludiek doen, door overtuigend de risico's en uitdaging te tonen van het theater maken op locatie.

Inl. Oerol: www.oerol.nl. Op 19 juli is de voorstelling van Blok & Steel in Amsterdam, Paradiso, te zien i.h.k. van Julidans. www.nrc.nl: Oerol fotoreportage