Vijf jaar na de campinghausse

Een gestaag druppelende stroom van slecht nieuws: in de bloednerveuze derde maand van het kwartaal kan die tegenwoordig makkelijk fataal zijn.

Ervaren particuliere beleggers – en vijf jaar is voor de doorsnee Nederlandse particulier al een hele tijd – zullen zich hem nog herinneren: de campinghausse van 1997. Het was de tijd dat de burger de beurs had ontdekt, en de tijd dat het mobieltje massaal doorbrak onder consumenten. En dus kon er voortaan gehandeld worden, altijd, en overal. Ook tijdens de vakantie, struikelend over de scheerlijnen. In de gekte van juli en augustus van dat jaar ging de AEX uiteindelijk ruim boven de 450 punten.

Vijf jaar later blijkt de beurs niets opgeschoten. Gisteren zakte de AEX-index tot 428 punten, en gaf daarmee alleen al in 2002 een zesde van zijn waarde prijs. 428 punten is nog steeds ver boven het dieptepunt van 378,36 punten dat tussentijds op 21 september vorig jaar werd bereikt. Maar dat was tijdens de schok van de aanslagen van de week daarvoor in Washington en New York. De huidige daling is in feite ernstiger. Niet een eenmalige gebeurtenis heeft hem veroorzaakt, maar een gestaag binnendruppelen van slecht nieuws op zo ongeveer alle fronten. Als bij een Chinese watermarteling wachten beleggers op de volgende drup, en de volgende, en de volgende.

De druppels van deze week? Nokia, dat dinsdag meldde een tegenvallende omzet te zien in 2002, maar wel de winst op peil kon houden. Woensdag: Omnicom, het reclameconcern dat in The Wall Street Journal werd beschuldigd van onoirbare boekhoudpraktijken, vervolgens ontkende, maar donderdag toch een rechtszaak aan de broek kreeg. Donderdag: Lucent, het Amerikaanse telecomapparatuurbedrijf dat een omzetwaarschuwing afgaf. Tussendoor op donderdag tegenvallende Amerikaanse detailhandelsverkopen, de Europese Centrale Bank die zijn inflatieraming opschroeft én op woensdag een dollar die wegzakte naar 0,95 per euro – de zwakste koers in 17 maanden.

Onzekerheid over de kwaliteit van de bedrijfswinsten was er sinds Enron al langer. Vandaar ook het wantrouwen over het vermogen van bedrijven om meer winst te genereren als de concunctuur eenmaal stevig in opwaartse richting wees.

Sinds donderdag is er nu ook gerede twijfel over de kwaliteit van de conjuncturele opleving zelf. Vandaar de invloed van de tegenvallende detailhandelsverkopen. Sommige analisten hadden dat al zien aankomen, maar de meeste leken te zijn vergeten dat de consumentenbestedingen vorig najaar fors waren opgestuwd omdat de auto-industrie gratis financiering aanbod. Leuk om dan veel auto's te verkopen, maar dat waren wel dan wel auto's die in 2002 niet meer gekocht zouden worden. De autoverkopen behoorden dan ook tot de belangrijkste dalende categorie in de Amerikaanse detailhandelscijfers van donderdag. Toen gisteren het consumentenvertrouwen in de VS ook nog tegenviel capituleerden de aandelenmarkten.

De nervositeit is de laatste tijd niet ongebruikelijk. Juni is de derde maand van het tweede kwartaal. beleggers hebben de minst recente informatie over hoe de beursgenoteerde bedrijven het doen. De kwartaalresultaten laten nog een maand op zich wachten. En intussen kan er een zomaar een winstwaarschuwing binnenvallen. Geen wonder dat, sinds de koersen aan het dalen zijn, de derde maand van elk kwartaal wel vaker een flinke beurszwakte vertoont. Op bijgaande grafiek is dat aardig te zien.

Deze junimaand is extreem. Woensdag bijvoorbeeld, kelderde het aandeel ASML op basis van het gerucht dat de chipmachinefabrikant een winstwaarschuwing zou geven. ASML ontkende, gáf ook geen winstwaarschuwing, maar het aandeel herstelde niet. Sinds woensdag verloor ASML een achtste van zijn beurswaarde. Vrijdag was het raak bij Corus. Het gerucht dat analisten met een afwaardering van de winstvooruitzichten zou komen, zorgde voor een koersval met 12 procent. Let wel: niets over de winst van Corus zelf. Alleen het gerucht dat analisten die winst minder hoog inschatten zorgde ervoor dat het staalconcern een achtste minder waard werd. Corus zei dat er niets aan de hand is, maar dat hielp weinig.

Welke reactie is de beste na een desastreuze week als deze? Feit is dat de zwakke derde maand van elk kwartaal meestal werd gevolgd door een wat betere maand daarna. Maar feit is ook dat ondanks alle schommelingen de tendens van de koersen wel naar beneden is blijven wijzen. De koerswinstverhouding, het aantal malen de winst per aandeel dat beleggers neertellen voor een aandeel, is op het Damrak nu gemiddeld 17. Dat lijkt laag, maar de winstdalingen zijn zo groot geweest dat de waardering van de beurs volgens deze maatstaf overeenkomt met juli vorig jaar, en toen stond de AEX nog op 550 punten. Ook wat de waarde van aandelen tegenover obligaties betreft staat de beurs op het waarderingsniveau van juni vorig jaar. Maar beurswaarderingsmethoden zeggen weinig, als de kwaliteit van de onderliggende bedrijfswinsten ter discussie staat, en als er zo veel macro-economische onzekerheden zijn als op dit moment.

Reden te meer om, voor een stressvrije vakantie, het mobieltje deze zomer gewoon lekker thuis te laten.

    • Maarten Schinkel